Rembrandts tekeningen

Museum Boijmans Van Beuningen bezit maar liefst tweehonderd tekeningen van Rembrandt en kunstenaars uit zijn omgeving, waaronder verschillende leerlingen. Daarvan zijn er in het kader van het Rembrandtjaar 2006 honderd geselecteerd en tentoongesteld, eerst in Rotterdam en daarna in Istanbul.

Rembrandt in Museum Boijmans Van Beuningen

Behalve de tekeningen bezit Museum Boijmans Van Beuningen vier schilderijen van Rembrandt – ‘Titus aan de lezenaar’ (1655), ‘Portret van Aletta Adriaensdochter’ (circa 1639), en ‘De eendracht van het land’ (circa 1640-1649) en ‘Tobit en Anna’ (1659). Alle vier behoren ze tot de iconen van de collectie.

Veel minder bekend zijn de tekeningen en prenten van Rembrandt in de collectie die, zoals gebruikelijk bij lichtgevoelige kunstwerken op papier, in het prentenkabinet worden bewaard in donkere dozen. Zij komen slechts nu en dan tevoorschijn, meestal individueel, om op afspraak door een geïnteresseerde liefhebber of wetenschapper bekeken te worden, of om voor een periode van maximaal drie maanden bij gedempt licht te worden getoond in een expositie in eigen huis of in een ander museum.

Rembrandt van Rijn, Titus aan de lezenaar, 1655, olieverf op doek, verworven met steun van: Vereniging Rembrandt en 120 vrienden van het museum
Rembrandt van Rijn, Titus aan de lezenaar, 1655, olieverf op doek, verworven met steun van: Vereniging Rembrandt en 120 vrienden van het museum
Rembrandt van Rijn, Jongen met een kind op de arm, pen in bruine inkt, bruin gewassen, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt van Rijn, Jongen met een kind op de arm, pen in bruine inkt, bruin gewassen, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)

Restauratie Rembrandt-prenten

In deze video is te zien hoe een deel van de Rembrandt-prenten gerestaureerd wordt om ze voor de lange termijn te kunnen bewaren.

Kennerschap

De grote invloed die Rembrandt heeft uitgeoefend op zijn leerlingen, tijdgenoten en navolgers stelt de hedendaagse onderzoeker vaak voor problemen van toeschrijving. Sommige kunstenaars hebben Rembrandt zo bedrieglijk goed nagevolgd, dat het tegenwoordig niet altijd duidelijk is of we met een eigenhandig werk van de meester zelf of met een werk van een leerling of navolger te maken hebben, mogelijk zelfs met een imitatie.

Net zoals bij de schilderijen, waarbij leerlingen vaak assisteren of, andersom, door de meester worden 'geholpen' bij hun eigen werk, is het probleem van de ‘handenscheiding’ ook bij de tekeningen al meer dan een eeuw onderwerp van academische discussie. Twee vooraanstaande kenners zijn betrokken bij het bepalen van de authenticiteit van de tekeningen in Museum Boijmans Van Beuningen: Martin Royalton-Kisch en Peter Schatborn.

Martin Royalton-Kisch and Peter Schatborn, fhoto: Bob Goedewaagen
Martin Royalton-Kisch and Peter Schatborn, fhoto: Bob Goedewaagen

Tot de opkomst van de kunstgeschiedenis als een wetenschappelijke discipline worden tekeningen wat betreft hun toeschrijving vaak ‘op een grote hoop gegooid’. Ook geeft men ze graag het etiket van een bekend kunstenaar, waardoor er van sommige meesters meer tekeningen zijn dan ze ooit gemaakt zouden kunnen hebben. Sindsdien hebben Rembrandt-kenners deze zeer globale classificatie ter hand genomen en proberen zij onderscheid te maken tussen eigenhandige tekeningen en die van leerlingen, navolgers en imitators.

Dit nog steeds voortgaande selectieproces, dat is gebaseerd op stilistische analyse en persoonlijk kennerschap, heeft het aantal als eigenhandig beschouwde tekeningen sterk gereduceerd. Van de 67 tekeningen in Museum Boijmans Van Beuningen die in 1969 als eigenhandige werken van Rembrandt worden beschouwd, zijn er nu nog 31 ‘over’.

Rembrandt, Portret van een man met een bontmuts, 1637, ets, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt, Portret van een man met een bontmuts, 1637, ets, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)

Rembrandt? Nee!

Wie heeft Tobit en Anna uit de Collectie Willem van der Vorm geschilderd? In 2010 is het paneeltje natuurwetenschappelijk onderzocht, met als conclusie: het moet in het atelier van Rembrandt zijn ontstaan.

Jeroen Giltaij, senior conservator oude kunst van Museum Boijmans Van Beuningen en Ernst van de Wetering, hoofdonderzoeker van het Rembrandt Research Project, zijn het niet eens over de vraag wie het penseel heeft gehanteerd. Giltaij gaat uit van intuïtie en traditioneel kennerschap; Van de Wetering benadert de vraag met de waarschijnlijkheidstheorie van de wiskundige Thomas Bayes.

Rembrandt? Ja!

Wie heeft Tobit en Anna uit de Collectie Willem van der Vorm geschilderd? In 2010 is het paneeltje natuurwetenschappelijk onderzocht, met als conclusie: het moet in het atelier van Rembrandt zijn ontstaan.

Tekeningen van vrouwen en kinderen

Rembrandt is gefascineerd door vrouwen en kinderen. Zijn in 1634 voltrokken huwelijk met Saskia Uylenburgh en de geboorte van hun kinderen bieden hem inspiratie voor talrijke tekeningen. Daarnaast zijn er de vele kleine kinderen uit de schoonfamilie, die model kunnen staan. In zijn in 1657-1658 wegens faillissement geveilde boedel bevinden zich niet minder dan 135 van dit soort figuurtekeningen. Minder dan de helft ervan is nu nog bekend.

Eén van de meest aansprekende tekeningen uit deze groep is die van Saskia leunend in het venster. Het kozijn vormt een natuurlijke omlijsting van deze intieme portretstudie, waarin Saskia de toeschouwer in een ontspannen pose recht aankijkt, het hoofd steunend op haar linkerhand. De vlot uitgevoerde wassingen in bruine inkt zijn zeer doeltreffend; de figuur van Saskia tekent zich op die manier af tegen de duistere kamer waarin zij zich bevindt. Rembrandt zal dit portret van zijn jonge vrouw, die al in 1642 op dertigjarige leeftijd zou overlijden, ongetwijfeld hebben gekoesterd.

Saskia heeft waarschijnlijk ook model gestaan voor het blad met vier vlotte penschetsjes van een vrouw in verschillende houdingen en het fragment met een vrouw met een kind op haar arm.

Rembrandt van Rijn, Vier studies van Rembrandts vrouw Saskia, ca. 1635-1636, pen in bruine inkt, plaatselijk gewassen in grijs en met wit gecorrigeerd, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt van Rijn, Vier studies van Rembrandts vrouw Saskia, ca. 1635-1636, pen in bruine inkt, plaatselijk gewassen in grijs en met wit gecorrigeerd, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt van Rijn, Rembrandts vrouw Saskia Uylenburgh in het open raam, ca. 1633-1636, pen in bruine inkt, bruin gewassen, op getint papier, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt van Rijn, Rembrandts vrouw Saskia Uylenburgh in het open raam, ca. 1633-1636, pen in bruine inkt, bruin gewassen, op getint papier, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)

Titus op reis

Van Titus, de zoon van Rembrandt, bevat de collectie van Museum Boijmans van Beuningen niet alleen tekeningen, maar ook een schilderij.
‘Titus aan de lezenaar’ gaat in 2014-2015 op reis. Het liefdevolle portret dat Rembrandt van Rijn in 1655 van zijn toen veertienjarige zoon schilderde, is opgenomen in de tentoonstelling Rembrandt: The Late Works.
Bekijk op ARTtube ook Titus op reis deel 2 en deel 3!

In de beperking toont zich de meester

Zoals veel van zijn tijdgenoten trekt Rembrandt er nu en dan op uit om in de omgeving van Amsterdam te tekenen naar de natuur. Het karakteristieke Hollandse polderlandschap begint al direct buiten de stad. Voor het vastleggen van schilderachtige plekken en afzonderlijke landschapselementen beschikt Rembrandt over een handzaam schetsboekje of een portefeuille met losse bladen. Deze kan hij gemakkelijk op zijn knie of schoot leggen en daarop met zijn hand steunen bij het tekenen.

De meeste van Rembrandts getekende landschappen dateren uit de jaren 1640 en 1650. Veel daarvan hebben een topografisch karakter, hoewel van de in dit genre gebruikelijke detaillering bij Rembrandt geen sprake is. Ook hier zien we de voor hem zo kenmerkende tekenstijl; met vlotte penstreken, parallelle arceringen en effectvolle wassingen weet Rembrandt op onnavolgbare wijze landschappelijke locaties herkenbaar uit te beelden. Soms is de locatie in slechts enkele streken van de pen of penseel, heel intuïtief vastgelegd; het aan Goethes sonnet ‘Natur und Kunst’ ontleende gezegde ‘in de beperking toont zich de meester’ gaat bij Rembrandt volledig op.

Rembrandt, Schellingwou van de Diemerdijk af gezien over het IJ, kort na 1651, pen in bruine inkt, bruin en grijs gewassen, kaderlijnen met de pen in bruine inkt, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt, Schellingwou van de Diemerdijk af gezien over het IJ, kort na 1651, pen in bruine inkt, bruin en grijs gewassen, kaderlijnen met de pen in bruine inkt, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt, Boerderij met hooiberg tussen bomen, ca. 1650, pen in bruine inkt, bruin en grijs gewassen, kaderlijnen met de pen in bruine inkt, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt, Boerderij met hooiberg tussen bomen, ca. 1650, pen in bruine inkt, bruin en grijs gewassen, kaderlijnen met de pen in bruine inkt, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)

Studie voor een Staalmeester

De tekening van een staande man met brede hoed is een van de drie bewaard gebleven voorstudies voor het beroemde schilderij ‘De Staalmeesters’ uit 1662 in het Rijksmuseum. Deze persoon, de tweede van links in het schilderij, is geïdentificeerd als de Amsterdamse lakenkoopman Volckert Jansz. (1605/1610-1681).

Rembrandt, Studie voor een der staalmeesters, Volckert Janz., ca. 1662, pen en penseel in bruine inkt, bruin gewassen, met wit gecorrigeerd en gehoogd, op kasboekpapier, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt, Studie voor een der staalmeesters, Volckert Janz., ca. 1662, pen en penseel in bruine inkt, bruin gewassen, met wit gecorrigeerd en gehoogd, op kasboekpapier, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)

Rembrandt heeft zowel de figuur als zijn omgeving neergezet in krachtige, brede streken van de rietpen en het penseel. Om details bekommert hij zich niet; het is immers een studie en niet een voltooide tekening bestemd voor de verkoop. Dat hij voor zijn tekening gebruik maakt van een blad uit een kasboek - herkenbaar aan de verticale lijn links en de reeks bedragen op de achterzijde - duidt hier ook op.

Juist door de vlotte tekentechniek is het een zeer expressieve en indrukwekkende tekening. Ook de zelfverzekerde houding van de figuur, zijn gelaatsuitdrukking met de wegkijkende ogen en het feit dat de figuur van onderen af is uitgebeeld, dragen daartoe bij. Dit laatste hangt samen met de beoogde plaats van het schilderij: boven ooghoogte aan een wand in de bestuurskamer van het lakengilde.

Zittende vrouw met een boek

De afgewogen beeldvullende compositie van de pentekening van een zittende vrouw, de plaatsing van de vrouw met het opengeslagen boek op schoot en haar directe oogcontact met de beschouwer: alles wijst er op dat dit een portret is, maar de identiteit van de geportretteerde is onbekend. Te oordelen naar de kleding is het een welgestelde dame uit de kringen van het Amsterdamse patriciaat.

Rembrandt, Zittende vrouw met opengeslagen boek op schoot, ca. 1639, pen in bruine inkt, bruin gewassen, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt, Zittende vrouw met opengeslagen boek op schoot, ca. 1639, pen in bruine inkt, bruin gewassen, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)

De tekentechniek is opmerkelijk; Rembrandt heeft bijna het hele blad betekend en in bruine inkt ‘gewassen’ tot schaduwpartijen. Daarbij laat hij, als in ‘clair obscur’, slechts enkele delen vrij. Het is feitelijk een schilderkunstige techniek, uitgevoerd met het penseel in verdunde inkt.

Net zoals in zijn schilderijen werkt Rembrandt ook in veel van zijn tekeningen met sterke contrasten van licht en donker om de dramatiek van de voorstelling te ondersteunen en de blik van de beschouwer te geleiden. Het centrale punt van de voorstelling wordt hier gevormd door het hoofd van de vrouw, dat met een minimum aan arcering deels tegen de fel verlichte achtergrond, deels tegen een donker gordijn is geplaatst.

De studie van een liggende leeuw

Dit blad behoort tot een groep van negentien tekeningen die in oude bronnen worden vermeld en waarvan er enkele bewaard zijn gebleven. Daarvan zijn er slechts zes van Rembrandt zelf.

Rembrandt, Liggende leeuw, ca. 1650-1652, pen in bruine inkt, bruin gewassen, met wit gecorrigeerd, doorgegriffeld, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt, Liggende leeuw, ca. 1650-1652, pen in bruine inkt, bruin gewassen, met wit gecorrigeerd, doorgegriffeld, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)

Waarschijnlijk hebben er ook enkele leerlingen naast hem zitten tekenen, toen Rembrandt van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om dit door de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) uit Noord-Afrika meegenomen dier op het papier vast te leggen. Meestal worden de resultaten van zo’n tekensessie opgeborgen in dezelfde portefeuille en soms worden daar bij wijze van oefening later weer kopieën naar getekend. Dat maakt het soms moeilijk om de diverse ‘handen’ van elkaar te onderscheiden.

Het is niet toevallig dat alle getekende leeuwen liggen; in deze rusthouding waren ze namelijk makkelijker te tekenen. De meeste leeuwtekeningen van ‘Rembrandt’ zijn in 1729 door Bernard Picart (1673-1733) in prent gebracht en opgenomen in zijn ‘Recueil de Lions’ (‘Reeks leeuwen’). Deze tekening uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen staat daar ook in. Om de voorstelling op de koperplaat over te brengen, is de tekening ‘doorgegriffeld’: met een droge naald worden de contouren nauwelijks zichtbaar overgetrokken. Dat is een beproefde methode, die de tekening nauwelijks schade toebrengt.

Concentratie op de hoofdzaak

Opmerkelijk in deze tekening van een groep wandelende figuren is dat alleen het hoofd van de oude Jacob in het midden vrij nauwkeurig met dunne penstreken is getekend, terwijl de rest van zijn lichaam en de twee begeleiders heel schetsmatig zijn uitgebeeld. Deze werkwijze zien we in veel tekeningen van Rembrandt, zowel in de figuurtekeningen als in de landschappen. Het centrale beeldelement wordt met finesse uitgetekend, terwijl de figuren of landschappelijke beeldelementen daaromheen met snelle lijnen, schematisch worden aangegeven.

Bij het kind rechts zijn de benen helemaal niet getekend, omdat voor Rembrandt blijkbaar alleen de houding van de op zijn schouder leunende arm van zijn vader Jacob van belang was. Diens hoofd is linksboven op het blad, met een ander hoofddeksel, nogmaals getekend. Dat deze herhaling later als storend werd ervaren, blijkt uit een spiegelbeeldige prent die in 1814 werd gemaakt: de losse kop is in de prent eenvoudig weggelaten en op de plaats van de ontbrekende benen van Benjamin heeft de graveur zijn eigen signatuur en datering toegevoegd.

Rembrandt, Jacob, Benjamin en een oudere zoon, 1640, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Rembrandt, Jacob, Benjamin en een oudere zoon, 1640, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)

Rembrandtjaar

Voor het Rembrandtjaar is een catalogus verschenen: ‘Rembrandt in Rotterdam. Tekeningen van Rembrandt en zijn kring in het Museum Boijmans Van Beuningen’, geschreven door senior conservator Albert Elen. Deze catalogus is in de Museumwinkel verkrijgbaar.