Middeleeuwse gebruiksvoorwerpen

In de late middeleeuwen, met de kerk als middelpunt van het culturele leven, zijn vele kostbare liturgische objecten voor de katholieke eredienst vervaardigd.

Religieus vaatwerk zoals miskelken, wijwaterbakjes, pyxissen (hostiedozen) en wierookbranders beïnvloeden de smaak van welgestelde burgers. Persoonlijke devotionalia van klein formaat, zoals diptiekjes, sculptuurtjes, schrijftabletten en damstenen met religieuze voorstellingen, worden van exotische materialen zoals ivoor en goud gemaakt. Van loodtin worden pelgrimsinsignes gemaakt ter herinnering aan een bezocht bedevaartsoord.

Huisraad van tin en koper

Luxe vaatwerk van koper of brons wordt in de late middeleeuwen vooral in de Maasvallei (Dinant) en Duitsland (Hildesheim en Neurenberg) geproduceerd en geëxporteerd naar diverse Europese landen. Tinnen gebruiksgoed, zoals schotels, zoutvaten, drink- en schenkgerei en religieus vaatwerk, zoals wijwaterbakjes, pyxissen en pelgrimsflessen worden in die tijd voornamelijk in de Nederlanden zelf vervaardigd.
Zie ook: Ambacht: onedele metalen

Wist je dat

men in de Middeleeuwen aan tafel met mes en lepel eet? Vorken gebruikt men nog niet in de Nederlanden. In huishoudens van arbeiders is het normaal om zonder bord, direct van de tafel te eten. Gasten moeten wel zelf hun mes meenemen, alleen gasten met hoge waardering krijgen een mes aangeboden.

Alexandra Gaba van Dongen over een 16de-eeuwse gedekte tafel

Een gedekte tafel achter glas toont het goede leven uit de 2de helft van de 16de eeuw. Conservator kunstnijverheid en vormgeving Alexandra Gaba van Dongen vertelt hier over het tafelservies, zoals de teljoren (eetplankjes), vorken en tazza’s (drinkschalen).

Pronkglazen

In de landen ten noorden van de Alpen wordt al vroeg geprobeerd het befaamde Venetiaanse glaswerk na te maken. Het eerste ‘à la façon de Venise’ geblazen glaswerk wordt in Antwerpen en Luik vervaardigd. De hoge slanke fluitglazen zijn typische voorbeelden van het Nederlandse ‘façon’ glas. De glasproductie in Duitsland kent een eigen ontwikkeling, waarbij de groene roemer als wijnglas zeer populair blijft. Ook in de Nederlanden wordt de roemer geproduceerd.

Zie ook: Ambacht: glas

Anoniem, vleugelglas, sodaglas, à la façon de Venise, legaat: Dr. E. van Rijckevorsel 1928
Anoniem, vleugelglas, sodaglas, à la façon de Venise, legaat: Dr. E. van Rijckevorsel 1928
Johann Simon Rothaer, Pronkroemer met panorama van de stad en haven van Hamburg, 1704-1709, glas, radgravure, verguld zilver, donatie: Dr. E. van Rijckevorsel 1916
Johann Simon Rothaer, Pronkroemer met panorama van de stad en haven van Hamburg, 1704-1709, glas, radgravure, verguld zilver, donatie: Dr. E. van Rijckevorsel 1916

Sgrafitto aardewerk

Sgraffito is de benaming voor roodbakkend aardewerk, waarbij voorstellingen in een witte laag kleislib zijn gekrast. Deze eeuwenoude decoratietechniek wordt in de middeleeuwen via Perzië en het Byzantijnse rijk in West-Europa geïntroduceerd. In de 15de en 16de eeuw passen ook Hollandse pottenbakkers deze ’tekeningen in klei’ toe op eenvoudig gebruiksaardewerk. In 2008 heeft Museum Boijmans Van Beuningen de tentoonstelling Sgrafitto in 3D georganiseerd.

Anoniem, Sgraffito schaal, 1500-1550, roodbakkend aardewerk, groen loodglazuur, sgraffito, aankoop 2004
Anoniem, Sgraffito schaal, 1500-1550, roodbakkend aardewerk, groen loodglazuur, sgraffito, aankoop 2004
Anoniem, Sgraffito siroopkan 1625-1675, aardewerk, sgraffito, aankoop 1959
Anoniem, Sgraffito siroopkan 1625-1675, aardewerk, sgraffito, aankoop 1959

Verzamelaar Van Beuningen-de Vriese

De verzamelaar Hendrik J. E. van Beuningen, een neef van een van de twee naamgevers van het museum, is van jongs af aan gefascineerd door de archeologie. Bij het bombardement op Rotterdam gaat zijn prehistorische collectie weliswaar verloren, maar de dramatische gebeurtenis legt ook de basis voor een nieuw verzamelgebied: pre-industriële gebruiksvoorwerpen. Tijdens het puinruimen komen allerlei voorwerpen van vroegere eeuwen uit de Rotterdamse bodem tevoorschijn.
Zijn eerste bodemvondsten bemachtigt Van Beuningen hier in de eerste jaren na het bombardement. In de daaropvolgende decennia brengen hij en zijn eerste vrouw Miem de Vriese nog ruim 10.000 objecten bijeen uit de 11de tot de 19de eeuw. Het is een bijzondere verzameling kook-, eet- en drinkgerei, verlichting en allerlei andere gewone voorwerpen die in geen enkel huishouden ontbreken. Na jaren trouwe dienst worden ze afgedankt om - eeuwen later - weer uit de bodem op te duiken.
In 1990 schenkt Van Beuningen zijn omvangrijke verzameling aan het museum, onder de voorwaarde dat er een mooie plek voor gevonden wordt: het gehele souterrain van het naar het verzamelaarsechtpaar genoemde Paviljoen Van Beuningen-de Vriese.