Impressionisme

In de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen bevinden zich enkele belangrijke topstukken van het Franse impressionisme. Daartoe behoren bijvoorbeeld de schilderijen van Claude Monet en Pierre Auguste Renoir.

De impressionisten verlaten hun studio en trekken de natuur in. Daar leggen ze met een vlotte toets vast wat ze zien: ze geven een impressie van hun omgeving. Hiermee geeft stroming in de tweede helft van de 19de eeuw een belangrijke impuls aan de ontwikkeling van de moderne schilderkunst.

Verftube

Eeuwenlang zijn kunstenaars door hun materiaal aan hun atelier gebonden. Met de uitvinding van de verftube in 1841 door John Goff Rand, wordt het mogelijk buiten te schilderen. Verf in een tube droogt niet uit en kan in handzame hoeveelheden worden meegenomen. Dat heeft grote invloed op de ontwikkelingen in de beeldende kunst van de 19de eeuw, waaronder op het impressionisme. ’Zonder tube geen impressionisme’, stelt zelfs de Franse schilder Auguste Renoir.

Wist je dat

de meest geschilderde onderwerpen in het impressionisme landschappen en de moderne steden zijn? De mensen op impressionistische schilderijen zijn vaak middenklassers, in tegenstelling tot de mensen op de 'serieuze' schilderijen.

Snelle toetsen

De jonge impressionisten die omstreeks 1860 naar buiten trekken om te schilderen, zien hoe de kleuren van het landschap door de stand van de zon en de weersomstandigheden voortdurend veranderen. Zij proberen dat ter plekke op hun doek vast te leggen. Dat verklaart de haastige manier van schilderen en de onscherpte van hun voorstellingen.

Alfred Sisley, Een boomgaard in de lente te By (Un verger au printemps, By), 1881, olieverf op doek, verworven met de verzameling van D.G. van Beuningen 1958
Alfred Sisley, Een boomgaard in de lente te By (Un verger au printemps, By), 1881, olieverf op doek, verworven met de verzameling van D.G. van Beuningen 1958
Claude Monet, Papaverveld (Champ de coquelicots), 1881, olieverf op doek, verworven met de verzameling van D.G. van Beuningen 1958
Claude Monet, Papaverveld (Champ de coquelicots), 1881, olieverf op doek, verworven met de verzameling van D.G. van Beuningen 1958

Slechts een impressie

Impressionisme is aanvankelijk een negatieve benaming. De naam is ontleend aan een schilderij van Claude Monet met daarop een aanzicht van de haven van Le Havre. De samenstellers van een tentoonstelling waar het werk voor het eerst geëxposeerd wordt, vinden dat je niet goed kon zien wat het moet voorstellen. Monet geeft het schilderij daarom de titel: 'Impressie, zonsopgang' ('Impression, soleil levant').

De criticus Louis Leroy gebruikt de term vervolgens voor een satirische beschrijving van het werk in het tijdschrift 'Le Charivari': ‘het stelt niet zo veel voor, het was slechts een impressie.’ (1874).

Claude Monet, De hut van de visser, Varengeville (La maison du pêcheur, Varengeville), 1882, olieverf op doek, aankoop 1928
Claude Monet, De hut van de visser, Varengeville (La maison du pêcheur, Varengeville), 1882, olieverf op doek, aankoop 1928
Claude Monet, Lente in Vétheuil (Printemps à Vétheuil), 1880, olieverf op doek, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1951
Claude Monet, Lente in Vétheuil (Printemps à Vétheuil), 1880, olieverf op doek, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1951

Penseelstreken

Van dichtbij zijn de korte, vlugge penseelstreken goed te zien.

Alternatieve Salons

De officiële Salons, tentoonstellingen die door de Academie van Parijs worden georganiseerd, weigeren vaak vooruitstrevende en vernieuwende kunst. De ontwikkeling van de moderne schilderkunst in de 19de eeuw hangt nauw samen met het verzet tegen deze behoudende smaak van de Salons.
Zo wordt in 1863 een officiële ‘Salon de Refusés’ (Salon der Geweigerden) opgericht voor alle kunstenaars die protest hebben aangetekend tegen de weigering van hun werk op de Salon. Deze alternatieve salon zorgt voor veel commotie en spot, maar brengt ook belangrijke nieuwe ontwikkelingen voor het voetlicht. Veel van de impressionisten zullen hun werk tentoonstellen in latere edities van de Salon des Réfusés in 1874, 1875 en 1886. Paul Signac behoort tot de oprichters van de Société des Artistes Indépendants in 1884. Zowel Albert Marquet als Raoul Dufy hebben op deze salons geëxposeerd.

Postimpressionisme

De schilderijen van de generatie Franse schilders na de impressionisten zijn minder vluchtig dan die van hun wereldberoemde voorgangers. Het zo direct mogelijk naar de werkelijkheid schilderen maakt plaats voor een meer bedachtzame observatie, waarbij technische aspecten als kleurgebruik en vormvastheid belangrijk zijn.

Paul Signac, De haven van Rotterdam (Le port de Rotterdam), 1907, olieverf op doek, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1952
Paul Signac, De haven van Rotterdam (Le port de Rotterdam), 1907, olieverf op doek, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1952

Paul Signac behoort met de jonggestorven Georges Seurat tot de grote uitvinders van het pointillisme, een op kleurtheorieën gebaseerde techniek waarbij ongemengde verf in gelijkmatige toetsen wordt opgebracht en kleuren zich van een afstand gezien optisch mengen. Het schilderij ‘De Haven van Rotterdam’ van Signac is daarvan een goed voorbeeld. Wie dichtbij het schilderij gaat staan ziet dat de hele voorstelling is opgebouwd uit duizenden zorgvuldig aangebrachte gekleurde stipjes.

Een selectie uit de collectie impressionisme