Gouden Eeuw

In de 17de eeuw is Nederland een wereldmacht, daarom wordt deze periode ook wel de Gouden Eeuw genoemd. De handel bloeit, de militaire vloot groeit en de Nederlandse kunsten en wetenschappen dienen wereldwijd als voorbeeld. Reis mee naar de tijd van ontdekkingsreizigers, rijke kooplieden en Hollandse meesters.

De Gouden Eeuw start volgens velen met de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) in 1602. De V.O.C. heeft het monopolie op de handel met Azië en wordt de grootste handelsonderneming ter wereld. Haar schepen beheersen de wereldzeeën. Vooral de handel in specerijen levert grote winsten op.

Wereldmacht

De schepen van de V.O.C. beheersen de wereldzeeën.

Ook het jaar 1609 wordt wel gezien als het beginpunt van de Gouden Eeuw. In dat jaar wordt een wapenstilstand met Spanje getekend in de Tachtigjarige Oorlog. Nederland heeft tot die tijd deel uitgemaakt van het Spaanse rijk en krijgt nu een grotere zelfstandigheid. Na 1648 wordt het zelfs een onafhankelijke republiek met vrijheid van godsdienst en economische en politieke zelfstandigheid.

Onder invloed van deze gebeurtenissen ontwikkelt de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich tot een wereldmacht. Met de internationale handel en overzeese successen, maar ook door minder glorieuze ontwikkelingen zoals de kolonisatie en handel in slaven, groeit ook de welvaart in het thuisland. Er ontstaat een grote en zeer rijke klasse van kooplieden, die de ontwikkeling van de wetenschap, literatuur en kunsten stimuleren. Frans Hals schilderde veel van dit soort vooraanstaande burgers, zoals hier in 'Portret van een man' uit 1635.

De smaak van particuliere verzamelaars

In de Republiek ontwikkelt zich voor kunstenaars een belangrijke nieuwe markt. Niet langer werken zij in eerste plaats in opdracht voor de kerk, koningshuizen en rijke adel. De burgerij, rijk door de handel, wordt de belangrijkste koper van kunst. Dit heeft een grote invloed op de manier van werken en de specialisatie van kunstenaars. De kunstenaar kiest nu zelf het onderwerp en brengt de werken zelf of via kunsthandelaren bij de rijke burgerij onder de aandacht. Schilderijen zijn nu te zien in de woonhuizen van burgers en gaan deel uitmaken van omvangrijke particuliere kunstverzamelingen. Kunstenaars specialiseren zich in de onderwerpen die populair zijn zoals stillevens, landschappen, historiestukken, portretten of genrestukken.

Historiestukken

Van de verschillende genres in de schilderkunst heeft het ene meer aanzien dan het andere. Volgens de 17de-eeuwse opvatting staat het historiestuk op de hoogste plaats in de hiërarchie van onderwerpen die een schilder kan kiezen. Historiestukken zijn doeken met meerdere figuren die historische gebeurtenissen, Bijbelse of mythologische verhalen uitbeelden. De collectie van het Museum Boijmans Van Beuningen bevat verscheidene voorbeelden van historiestukken. Een voorbeeld is ‘Juno ontvangt van Mercurius de ogen van Argus’ van Hendrick Goltzius uit 1615.

Juno ontvangt van Mercurius de ogen van Argus (1615)

De jaloerse Juno gaf opdracht aan Argus met de honderd ogen om Io, de geliefde van haar man Jupiter, te bewaken. Jupiter beval echter Mercurius om Argus te doden. Mercurius slaagt er in Argus in slaap te laten vallen waarna hij hem onthoofdt. Op het schilderij van Hendrik Goltzius is te zien hoe Mercurius de honderd ogen van Argus aan Juno geeft, die er de staart van een pauw mee versiert.

Dergelijke historiestukken kunnen alleen door de grootste meesters worden vervaardigd. De schilder moet in staat zijn zich in te leven in het uitgebeelde verhaal, hij moet emoties kunnen weergeven en voldoende kennis hebben van anatomie om bewegende mensenlichamen te schilderen. Tegelijkertijd heeft hij verschillende vaardigheden nodig: het schilderen van stillevens, landschappen, perspectivische weergave en meer. Een kunstenaar moet dus alle facetten van de schilderkunst beheersen. Niet voor niets is het historiestuk het meest bewonderde van de genres van de 17de eeuw.

Stillevens

De productie van stillevens bereikt in Nederland een hoogtepunt in de 17de eeuw. Nederlandse schilders zijn vooral bekend om hun stofuitdrukking: het uitbeelden van de eigenschappen van het materiaal van een object, bijvoorbeeld een doorzichtig glas, een spiegelend tinnen bord of een zacht fluwelen mantel. Een van de grote meesters van het stilleven is de Haarlemse schilder Willem Claeszoon Heda.

Stilleven met oesters, roemer, citroen en een zilveren pronkschaal (1634)

Willem Claesz. Heda besteedt veel aandacht aan de weerspiegelingen van de verschillende materialen: zilver in glas, glas in zilver, zilver in tin en tin in zilver. Schilderijen als die van hem, met min of meer eenvoudige voorwerpen en gedempte kleuren, staan bekend als ‘monochrome banketjes’. 

Dit soort eenvoudige stillevens zijn kenmerkend voor het eerste deel van de 17de eeuw. Later in die eeuw komen juist de pronkstillevens op, waarin kostbare voorwerpen, een rijk kleurgebruik en een volle compositie domineren. De schilderijen van Abraham van Beijeren, Willem Kalf en Jan Davidszoon de Heem zijn goede voorbeelden van dergelijke pronkstillevens.

Hollandse luchten

De Hollandse luchten zijn wereldberoemd, mede dankzij de landschappen die geschilderd worden in de Gouden Eeuw. Een van de bekendste landschapsschilders is Jan van Goyen. Hij geeft de Hollandse luchten, bij hem vaak grijs en nevelig, alle ruimte door de horizon laag te houden. Hij benadrukt de enorme weidsheid door de ver verwijderde horizon, die nog maar nauwelijks is te onderscheiden van het land.

Jan Josefsz. van Goyen, Riviergezicht met vissers, 1643, olieverf op paneel, legaat: F.J.O. Boijmans 1847
Jan Josefsz. van Goyen, Riviergezicht met vissers, 1643, olieverf op paneel, legaat: F.J.O. Boijmans 1847

Landschap

Een andere beroemde landschapsschilder in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen is Jacob van Ruisdael. Het schilderij 'Het korenveld, op de achtergrond de Zuiderzee' (ca. 1660) toont een typisch Hollands landschap met de sfeer van een zwaarbewolkte dag, waarop de zon zo nu en dan kans ziet door te breken.

Ook de oom van Jacob van Ruisdael, Simon van Ruysdael, staat bekend om zijn Hollandse landschappen.

Binnen dit genre zijn er schilders die zich nog verder specialiseren en zich toeleggen op zeegezichten zoals Simon de Vlieger en Jan van de Cappelle. Zij zijn meesters in het weergeven van dreigende luchten, spiegelend en opspattend water.

Jan van de Cappelle, Kalme zee met zeilschepen, circa 1655, olieverf op doek, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1939
Jan van de Cappelle, Kalme zee met zeilschepen, circa 1655, olieverf op doek, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1939
Simon de Vlieger, Kalm water, 1640-1650, olieverf op doek, aankoop: 1896
Simon de Vlieger, Kalm water, 1640-1650, olieverf op doek, aankoop: 1896

Genrestukken

Een onderwerp dat zeer populair wordt in de Gouden Eeuw is het genrestuk. De kunstenaars schilderen alledaagse taferelen. Beroemd zijn de levendige en soms chaotische taferelen van Jan Steen, zoals in ''Soo gewonne, soo verteert''.

'Soo gewonne, soo verteert' (1661)

In dit werk zijn kansspelen, oesters, wijn en de geluksgodin Vrouwe Fortuna afgebeeld: met het vrolijke tafereel waarschuwt Jan Steen ons voor de verleidingen en verlokkingen van het leven en de grimmigheid van het lot. Steen en andere 17de-eeuwse genreschilders maken wel vaker dergelijke moralistisch bedoelde werken.

Portretten

De burgerij, zeer welvarend dankzij de internationale handel, laat zich in de 17de eeuw graag portretteren. Zo’n opdrachtgever is Abraham del Court, een Amsterdamse lakenkoopman. In 1651 trouwt hij met Maria de Keerssegieter. Del Court vraagt Bartholomeus van der Helst om deze verbintenis te vereeuwigen in een dubbelportret.

Monumentaal dubbelportret

Van der Helst is een veel gevraagd portretschilder. Hij is een meester in het nauwgezet weergeven van gezichten, maar ook in het weergeven van stoffen. Op dit monumentale dubbelportret uit 1654 is del Court in een zwartzijden kostuum afgebeeld naast zijn vrouw die gekleed is volgens de laatste Franse mode.

Rembrandt van Rijn

Een van de grootste meesters van de Gouden Eeuw is Rembrandt van Rijn. In de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen bevinden zich drie schilderijen van Rembrandt die een goede indruk geven van zijn veelzijdigheid.

Het portret van Aletta Adriaenssdochter uit 1639 is karakteristiek voor Rembrandts werk als portretschilder. Hij schildert haar zoals ze gezien wil worden, statig en rijk, en weet karakteristieke trekken uitmuntend weer te geven.

Rembrandt van Rijn, Portret van Aletta Adriaensdochter, 1639, olieverf op paneel, bruikleen: Stichting Willem van der Vorm 1972
Rembrandt van Rijn, Portret van Aletta Adriaensdochter, 1639, olieverf op paneel, bruikleen: Stichting Willem van der Vorm 1972

De eendragt van het land (1637-1645)

Behalve portretten manifesteert Rembrandt zich als historieschilder, een genre dat hoog in aanzien staat. Een voorbeeld daarvan is ‘De eendragt van het land’ uit circa 1641.

Het portret van zijn zoon Titus uit 1655 is een voorbeeld van Rembrandts late schilderstijl. Hij schildert in deze tijd met dikke lagen verf en een brede verfstreek. Het accent ligt meer op de innerlijke gemoedsstemming dan op het nauwgezet vastleggen van uiterlijke details.

Rembrant van Rijn, Titus aan de lezenaar, 1655, olieverf op doek, verworven met steun van: Vereniging Rembrandt en 120 vrienden van het museum, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940
Rembrant van Rijn, Titus aan de lezenaar, 1655, olieverf op doek, verworven met steun van: Vereniging Rembrandt en 120 vrienden van het museum, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940

De keuze van de conservator: Rembrandts Titus

Rembrandts portret van zijn zoon Titus uit 1655 is een dierbaar schilderij voor oud-conservator oude kunst Jeroen Giltaij. Hij legt uit wat dit schilderij zo bijzonder maakt.

In de oorspronkelijke collectie van F.J.O. Boijmans bevinden zich onder andere 124 etsen van Rembrandt. Ze zijn, met alle andere grafiek, verloren gegaan tijdens de brand in het museum in 1864. In de loop der jaren is er een nieuwe collectie van prenten en tekeningen van Rembrandt bijeengebracht.

Werelds interieur

Het interieur van welgestelde 17de-eeuwse Hollandse burgers kenmerkt zich door de fascinatie voor nieuwe exotische materialen en producten. Deze komen binnen handbereik door de omvangrijke trans-Atlantische handel van de Verenigde Oost-Indische Compagnie.

Door de groeiende welvaart van de Republiek kunnen rijke burgers zich steeds kostbaarder huisraad permitteren, waarbij de artistieke kwaliteit voorop staat en in sommige gevallen de gebruiksfunctie naar de achtergrond verdwijnt.

De befaamde tulpenkast van Herman Doomer representeert het begin van het fenomeen 'museum'. Dit bijzondere rariteitenkabinet, gemaakt van tropische houtsoorten zoals ebben- en cederhout met inlegwerk van ivoor en parelmoer, wordt de bewaarplaats van uiteenlopende overzeese naturalia en artificialia, zeldzame natuur- en kunstproducten. Het op de kast uitgebeelde motief van de tulp, in de 17de eeuw voor het eerst geïmporteerd uit Turkije, is een statussymbool.

Herman Doomer, Tulpenkabinet, circa 1635-1650, cederhout, ebbenhout, ivoor, parelmoer, verworven met de verzameling van: D.G. van Beuningen 1958
Herman Doomer, Tulpenkabinet, circa 1635-1650, cederhout, ebbenhout, ivoor, parelmoer, verworven met de verzameling van: D.G. van Beuningen 1958

Mienke Simon Thomas toont het kunstkabinet

Het kunstkabinet kan gezien worden als de voorloper van het museum. Mienke Simon Thomas, senior conservator toegepaste kunst en vormgeving, toont hier een mooi voorbeeld van een kunstkabinet uit de 17de eeuw, gemaakt door Herman Doomer.

Gouden Eeuw