Salonschilderkunst

In Parijs werden sinds de 17de eeuw Salons georganiseerd, tentoonstellingen waarop de Académie des Beaux Arts haar beste kunstenaars presenteerde. In de late 18de eeuw werden de Salons opengesteld voor andere kunstenaars en was het mogelijk een werk in te sturen, waarna een jury de tentoon te stellen werken selecteerde. Hierop groeiden de Salons in de 19de eeuw uit tot grote publieksevenementen, die kunstenaars en kunstliefhebbers uit heel Europa aantrokken. Er werden enkele duizenden kunstenaars geselecteerd uit een veelvoud aan inzendingen. De wanden hingen van boven tot onder vol kunstwerken.

 

Académie des Beaux Arts

De Franse kunstacademie werd opgericht in 1648 en oefende tot het einde van de 19de eeuw grote invloed uit op de ontwikkeling van de Franse schilderkunst. Tot de Franse revolutie stond de academie onder direct toezicht van het koningshuis. Toelating aan de academie en deelname aan de tweejaarlijkse Salons waren bepalend voor het succes van de kunstenaar.

Burgerlijke smaak

De jury volgde de smaak van de bourgeoisie, de gegoede bovenlaag van de 19de-eeuwse samenleving. Grote doeken met heroïsche taferelen uit de geschiedenis, sentimentele onderwerpen of erotiserende voorstellingen uit de klassieke mythologie voerden de boventoon in hun selectie voor de Salon. Vooruitstrevende en vernieuwende kunst werd vaak geweigerd, of veroorzaakte hevige debatten tijdens de tentoonstelling. De ontwikkeling van de moderne schilderkunst in de 19de eeuw hangt nauw samen met het verzet tegen deze behoudende smaak van de Salons. Echter, ook veel van de grote vernieuwers als Eugene Delacroix, Camille Corot, Edgar Degas of Gustave Courbet namen, vaak met hun behoudender werken, deel aan de Salons.

Verzameling Willem van der Vorm

Veel van de 19de-eeuwse Franse schilderkunst in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen behoort tot de collectie die de Rotterdamse zakenman Willem van der Vorm (1873-1957) bijeenbracht. Van der Vorm was een van de belangrijke mecenassen van Museum Boymans in de periode van het directoraat van Dirk Hannema. Behalve dat hij vele aankopen van het museum financieel mogelijk heeft gemaakt, bracht hij ook zelf een kunstcollectie bijeen. Hij concentreerde zich voornamelijk op 17de- en de 19de-eeuwse kunst, in het bijzonder de Nederlandse 17de eeuw, de Haagse School en de Franse kunst. Hij verzamelde in goed overleg met het museum, waardoor zijn eigen collectie een goede samenhang vertoont met de museumcollectie.

Meer over de collectie van Willem Van der Vorm

Hollandse romantiek

De vroeg 19de-eeuwse Nederlandse kunst is lange tijd laag gewaardeerd. Ze werd beschouwd als gezapig, braaf en niet vernieuwend. Pas de laatste jaren wordt de stroming die wordt aangeduid als de Hollandse romantiek weer op waarde geschat. Schilders als Voogd, Knip, Schelfhout, Kruseman, Pieneman (vader en zoon), Koekkoek en Nuyen waren in hun tijd beroemd in Nederland. Ook in het buitenland was hun werk geliefd. Diverse kunstenaars woonden er zelfs: Koekkoek vestigde zich in Kleef, Voogd koos voor Italië. Het maken van een Rome-reis na een opleiding aan een academie was heel gebruikelijk. Het Zuid-Europese licht en landschap is in diverse werken dan ook duidelijk aanwezig. Landschappen en portretten werden zorgvuldig gecomponeerd en kwamen in het atelier tot stand volgens vaste regels voor het onderwerp en de compositie. De Nederlandse 17de-eeuwse landschapskunst was een belangrijke inspiratiebron, zoals onder andere de winterlandschappen van Koekkoek en Schelfhout laten zien.

Sluiten

Mijn Boijmans

spring naar boven

spring naar boven