Wereldwijd te zien
Jeroen Bosch werd waarschijnlijk rond 1450 geboren in Den Bosch als Jheronimus van Aken. Toen zijn faam als schilder zich eenmaal over Europa verspreidde nam hij de naam van de stad aan waar hij woonde en werkte, wat niet ongebruikelijk was in die tijd. De stad Den Bosch behoorde tot de belangrijkste steden van de Nederlanden. Ongeveer vijfentwintig werken worden tegenwoordig als een originele Bosch tentoongesteld, verspreid in musea over de hele wereld. Enkele werken zijn drieluiken en sommige delen hiervan. Museum Boijmans Van Beuningen bezit vier schilderijen van zijn hand.
Monsters en demonen

Jeroen Bosch was een vernieuwer van de middeleeuwse beeldtraditie. Zijn werken zijn visionair en satirisch, zijn geven ook vaak een ontroerend beeld van de mensheid. Vreemde figuren en monsters kenmerken het oeuvre van Bosch. Een hoogtepunt is ‘De tuin der lusten’ gemaakt tussen 1480 en 1490 en te zien in het Museo del Prado in Madrid. In dit werk wijkt Bosch zozeer af van de bestaande beeldtaal van zijn tijd, dat het ook toen al moeilijk was om te begrijpen wat Bosch met alle vreemde wezens en monsters bedoelde. Ook in de werken in Museum Boijmans Van Beuningen zijn talloze vreemde wezens te vinden. Bijvoorbeeld in ‘De wereld voor en na de Zondvloed’, de twee luiken. Het ene schilderij, vol met wonderlijke duivels op de voorgrond en brandende steden op de achtergrond, laat waarschijnlijk de verdorven aarde voor de zondvloed zien. Op het andere schilderij is het bijbelverhaal van de ark van Noach te zien, waaruit na de zondvloed de hele schare van steeds twee dieren van één soort op de aarde terugkeert. Op de voorgrond is een aantal verdronken mensen weergegeven.
Spreuken en gezegdes

Wat Jeroen Bosch met alle vreemde wezens en duivels bedoelde weten we vaak niet. In de ‘Marskramer’ lijkt Bosch bekende gezegdes en spreekwoorden te verbeelden. De man loopt bijvoorbeeld op een schoen en een slof. ‘Op een schoen en een slof komen’ is een Oudhollandse uitdrukking die gebruikt wordt wanneer iemand een armoedige indruk maakt. Dat de man op een smal pad loopt zou betekenen dat hij ‘op het goede pad’ blijft. Echter met zekerheid kunnen we niet vaststellen wat Bosch met deze voorstelling bedoelde. Vroeger stond het schilderij bekend als ‘De verloren zoon’, naar een verhaal uit het Oude Testament. Waarschijnlijk verbeeldt het schilderij de abstracte idee van de mens die belast met zijn zonden door de wereld trekt en telkens moet kiezen tussen goed en kwaad.
Familiebedrijf
Jeroen Bosch werkte in een echt familiebedrijf. Zijn vader Anthonius en ook zijn oudere broer Goessen, drie ooms en een neef werkten in hetzelfde atelier. Daarnaast liepen er verschillende leerlingen en assistenten rond in het atelier. Gangbare atelierpraktijk was dat medewerkers in het atelier samen aan één opdracht werkten.
Echt of nep

Tijdens zijn leven was Jeroen Bosch (al) een bekende schilder en werd zijn werk hoog gewaardeerd. Al in de 16de eeuw werd er gewaarschuwd voor kopieën van zijn werk, die werden verkocht alsof het originelen waren. Museum Boijmans Van Beuningen is het enige museum in Nederland met werk van Bosch. De eerste Jeroen Bosch in de collectie was De Marskramer. Directeur Dirk Hannema kocht het werk in 1931. Daarna volgden er nog zeven. Maar niet al die werken die ooit als een echte Bosch werden aangekocht worden ook nu nog aan hem toegeschreven. Een voorbeeld daarvan is Bruiloft te Kana. Uit onderzoek op basis van meting van de jaarringen in het hout bleek de boom waaruit het paneel is gemaakt pas in 1544 werd gekapt, 28 jaar na de dood van Bosch. Op zijn vroegst kan het paneel pas, omdat het hout eerst moest drogen, van 1555 af zijn beschilderd.
Blijvende inspiratie
Door de eeuwen heen is Bosch een blijvende inspiratiebron gebleken voor vele kunstenaars. Zo zagen de surrealisten hem in de jaren 30 van de 20ste eeuw al als een vroege voorganger. Voor Museum Boijmans Van Beuningen was de aanwezigheid van Bosch’ werken in de collectie zelfs een belangrijke aanleiding om surrealistische werken aan te gaan aankopen. Ook nu nog laten vele kunstenaars zich inspireren door Bosch’ wonderlijke werelden. Museum Boijmans Van Beuningen wijdde hieraan in 2001 een grote tentoonstelling. De stad Den Bosch organiseert vanaf 2009 tot 2016 een speciale evenementen, naar aanleiding van het 500ste sterfjaar van de Bossche kunstenaar.
