Haagse School

Een groep kunstenaars uit Den Haag en omgeving specialiseerde zich tussen ongeveer 1860 en 1890 in het schilderen van het land, het water en de lucht van het Hollandse landschap. In zijn streven naar een directe en ongepolijste weergave van het landschap, verzette de groep zich tegen de academische tradities. De collectie van Museum Boijmans Van Beuningen bevat werken van grote meesters van de Haagse School, zoals Johannes Hendrik Weissenbruch, Paul Gabriël, Jacob Maris en Anton Mauve.

 

Schilderen in de buitenlucht

Dankzij de uitvinding van de tube verf, omstreeks 1850, konden schilders hun verf meenemen zonder dat deze uitdroogde. Het in de open lucht en op locatie schilderen werd hierdoor een stuk makkelijker en nam een hoge vlucht. Echter, de Haagse School schilders maakten onderscheid tussen ter plaatse ontstane kleine, vlot geschilderde studies en meer doorwerkte doeken op groot formaat die meestal in het atelier tot stand kwamen op basis van schetsen en studies.

De ‘Tachtigers’

Naast Den Haag was in de jaren 1880 Amsterdam het belangrijkste culturele centrum van Nederland. Amsterdamse kunstenaars als George Hendrik Breitner en Isaac Israëls hanteerden een vergelijkbare losse schilderstijl als de kunstenaars van de Haagse School, maar kozen veelal stedelijke taferelen als onderwerp. Nadat Breitner in 1886 vanuit Den Haag naar Amsterdam vertrok, kwam hij in contact met ‘De Tachtigers’ een groep vooruitstrevende dichters en schrijvers.

Sluiten

Mijn Boijmans

spring naar boven

spring naar boven