Huisraad van Tin en Koper

Luxe vaatwerk van koper of brons werd in de late middeleeuwen vooral in de Maasvallei (Dinant) en Duitsland (Hildesheim en Neurenberg) geproduceerd en geëxporteerd naar diverse Europese landen. Tinnen gebruiksgoed, zoals schotels, zoutvaten, drink- en schenkgerei en religieus vaatwerk, zoals wijwaterbakjes, pyxissen en pelgrimsflessen werden in die tijd voornamelijk in de Nederlanden zelf vervaardigd. Men at aan tafel met mes en lepel, vorken gebruikte men nog niet in de Nederlanden.
Pronkglazen
In de landen ten noorden van de Alpen werd al vroeg geprobeerd het befaamde Venetiaanse glaswerk na te maken. Het eerste ‘à la façon de Venise’ geblazen glaswerk werd in Antwerpen en Luik vervaardigd. De hoge slanke fluitglazen zijn typische voorbeelden van het Nederlandse ‘façon’ glas. De glasproductie in Duitsland kende een eigen ontwikkeling, waarbij de groene roemer als wijnglas zeer populair bleef. Ook in de Nederlanden werd de roemer geproduceerd.
Sgrafitto aardewerk

Sgraffito is de benaming voor roodbakkend aardewerk, waarbij voorstellingen in een witte laag kleislib zijn gekrast. Deze eeuwenoude decoratietechniek werd in de middeleeuwen via Perzië en het Byzantijnse rijk in West-Europa geïntroduceerd. In de 15de en 16de eeuw pasten ook Hollandse pottenbakkers deze ’tekeningen in klei’ toe op eenvoudig gebruiksaardewerk. In 2008 organiseerde Museum Boijmans Van Beuningen de tentoonstelling ‘Sgrafitto in 3D’.
Verzamelaar Van Beuningen – de Vriese
De verzamelaar Hendrik J. E. van Beuningen, een neef van een van de twee naamgevers van het museum, was van jongs af aan gefascineerd door de archeologie. Bij het bombardement op Rotterdam ging zijn prehistorische collectie weliswaar verloren, maar de dramatische gebeurtenis legde ook de basis voor een nieuw verzamelgebied: pre-industriële gebruiksvoorwerpen. Tijdens het puinruimen kwamen allerlei voorwerpen uit vroeger eeuwen uit de Rotterdamse bodem tevoorschijn. Zijn eerste bodemvondsten bemachtigde Van Beuningen hier in de eerste jaren na het bombardement. In de daaropvolgende decennia brachten hij en zijn eerste vrouw Miem de Vriese nog ruim 10.000 objecten bijeen uit de 11de tot de 19de eeuw: kook-, eet- en drinkgerei, verlichting en al die andere gewone voorwerpen die in geen enkel huishouden ontbreken en die na jaren trouwe dienst worden afgedankt om soms, na eeuwen, weer uit de bodem op te duiken. In 1990 schonk H.J.E. van Beuningen zijn omvangrijke verzameling aan het museum. Daar staat zijn collectie opgesteld in het souterrain van het naar het verzamelaarsechtpaar genoemde Paviljoen Van Beuningen-de Vriese.
afbeeldingen
.


