Bronzen beelden

In de loop van de 15de eeuw ontstond er in Italië een hernieuwde belangstelling voor bronzen beeldjes. Een voorbeeld zijn de kleine Griekse, Romeinse en Etruskische sculpturen die bij tientallen werden opgegraven. Geleerde humanisten en rijke mecenassen bestellen ze voor hun bibliotheek of studeervertrek. Nieuw is dat de beelden niet langer een vast onderdeel van de architectuur vormden. Ze waren bedoeld om in de hand te houden en van alle kanten te bekijken. Vooral heidense voorstellingen en naakten waren populair; onderwerpen die voor grote sculpturen in openbare ruimten toen nog ondenkbaar waren.

 

Giambologna

In de 16de eeuw werd de in Florence werkzame Giambologna de onbetwiste meester van het kleine bronsplastiek. Tot ver in de 17de eeuw werden zijn modellen nagegoten. In de 18de eeuw werd naast Italië ook Frankrijk een belangrijke producent van bronzen. Naast oorspronkelijk werk werden beeldjes in serie gegoten naar beroemde marmeren of terracotta beelden. Ook voor verkleinde versies van grote sculpturen was een grote markt. Kleine bronssculpturen bleven tot ver in de 20ste eeuw populair.

Techniek

De techniek van het bronsgieten werd in de Griekse en Romeinse tijd al veelvuldig toegepast voor sculpturen, evenals in het oude China en Afrika. In de middeleeuwen verdween de techniek echter. In de renaissance werd deze herontdekt en verder ontwikkeld. Bronzen beelden waren meestal hol, met een dunne laag brons van slechts enkele millimeters dik. Dit deed men met de zogenaamde ‘cire perdu’ (verloren was) methode. Een model van het beeld in klei werd bedekt met een laag was, waarover opnieuw een laag klein werd aangebracht. Vervolgens werd de was er uit gesmolten en de ruimte tussen de twee kleilagen gevuld met brons. De andere methode bestond uit een maken van een mal van het gipsmodel, die volledig met vloeibare brons werd gevuld.

Wikipedia over bronzen beelden

Sluiten

Mijn Boijmans

spring naar boven

spring naar boven