Onderzoek

Willem Kalf, de Normandische boterpotten en de Hollandse bokalen

Door dr. Jeroen Giltaij, 10 februari 2011.


boerderij-interieur

Enkele jaren geleden organiseerde het museum een tentoonstelling over de zeventiende-eeuwse schilder Willem Kalf.66 Hij was in 1619 in Rotterdam geboren en groeide op in het ouderlijk huis aan de Hoogstraat, tegenover het toenmalige stadhuis. Kalf ging waarschijnlijk in de leer bij de Rotterdamse schilder Hendrick Sorgh (1609/11-1670), die genreschilderijen, portretten en zeegezichten maakte. De genreschilderijen bestaan voor een deel uit boerderij-interieurs, op zich een specialisme van Rotterdamse schilders. In deze interieurs van een boerendeel, met boeren en boerinnen bij het vuur en bezig met het klaarmaken van eten, staan op de voorgrond meestal tafels met kookpotten, koperen ketels en kannen. Dit soort boerderij-interieurs schilderde ook de jonge Kalf.

Omstreeks 1640 vertrok de toen 21-jarige schilder naar Parijs, waar hij zijn kleine Rotterdamse boereninterieurs bleef produceren, maar waar hij zich ook ging toeleggen op stillevens, aanvankelijk met harnassen en schilden tot een formaat van wel twee meter hoog. In die tijd ontstonden daarnaast kleinere stillevens met onder meer tinnen veldflessen. In 1645 was Kalf terug in de Nederlanden, waar hij in 1651 trouwde in Hoorn en zich daarna definitief in Amsterdam vestigde. Daar schilderde hij het zogenaamde pronkstilleven, waar hij nu het meest bekend om is. Kalf maakte in de loop van de tijd een ontwikkeling door van schilder van betrekkelijk eenvoudige voorwerpen tot zeer bijzondere en kostbare objecten, waarbij ook zijn schilderkunst zich verfijnde en subtieler werd in de omgang met het licht.

Voor de catalogus bij de tentoonstelling over Willem Kalf in 2006, samengesteld door specialisten op het gebied van schilderkunst, was samenwerking met de specialisten op het gebied van gebruiksvoorwerpen dan ook belangrijk en noodzakelijk en die leverde interessante gezichtspunten op. Een voorbeeld daarvan was het ‘Boerderij-interieur’ in een onbekende particuliere collectie, dat in de voortreffelijke monografie over Kalf uit 1974 beschouwd werd als voorzien van een valse signatuur en als van een navolger van de schilder.67 Het schilderij werd daarop getraceerd en bestudeerd, waarbij signatuur en datering een authentieke indruk leken te maken. Het werd daarop gerestaureerd, waardoor een eenvoudig, maar overtuigend aan Kalf toe te schrijven schilderijtje tevoorschijn kwam. Omdat het 1638 was gedateerd, moest het door Kalf op 19-jarige leeftijd zijn gemaakt, toen hij nog in Rotterdam woonachtig was. Bij raadpleging van de conservatoren gebruiksvoorwerpen bleek dat de op het schilderij voorkomende schenkkan en kookpot typisch Hollands aardewerk waren. Van deze kookpot bevond zich een exemplaar in de eigen collectie. Dat was een argument voor de plaatsing van het schilderij in Holland en een argument voor de authenticiteit van het jaartal 1638, nog vóór Kalfs vertrek naar Parijs. Het schilderij is overigens tot nu toe het enige dat bekend is van zijn Rotterdamse periode.

Normandische_boterpot_steengoed Anoniem, Boterpot, 17de eeuw, Collectie Musée Régional de la Poterie, Ger, Frankrijk

Maar ook de in Parijs ontstane “Boerderijstillevens” werden zo bestudeerd. Daaruit bleek bijvoorbeeld dat op het “Boerderijstilleven” in Museum Boijmans Van Beuningen uit omstreeks 1643-44 een Zuid-Normandische boterpot van steengoed is weergeven, waarvan een exemplaar is teruggevonden in een zeventiende-eeuws woonhuis in Parijs.68

Dat was het bewijs dat het zo Hollands aandoende “Boerderijstilleven” ook werkelijk in Parijs was geschilderd. Ook andere Franse gebruiksvoorwerpen komt men op deze kleine schilderijtjes van Kalf tegen, zoals Bourgondische inmaakpotten, Parijse kookpotten van en watergieters van aardewerk en Franse geelkoperen melkketels. Hij moet die voorwerpen op markten hebben verzameld om die in zijn atelier als voorbeeld te kunnen gebruiken.

 

IFN-7811648_Laittiere_de_Bagnolet Anoniem, La Lattière de Bagnolet, 17de eeuw, Collectie Bibliothèque Nationale de France, Département des Étampes, Parijs

Nog in Parijs begint Kalf ook met het schilderen van stillevens. Van een vroeg voorbeeld daarvan moest bij nadere bestudering op grond van de afgebeelde voorwerpen worden geopperd, dat het misschien nog wel dateerde van vóór zijn vertrek naar Parijs.69 Zo kwamen daar een zogenaamd paardenhoefmes en een paardenhoeflepel op voor, die typisch Noord-Nederlands zijn. In Parijs werd de stillevenproductie voortgezet en werden duidelijk Franse voorwerpen opgesteld, zoals de Franse tinnen veldfles en een Franse verguld zilveren schenkkan.

Willem Kalf keerde, zoals boven beschreven, weer terug naar Holland en vestigde zich uiteindelijk in Amsterdam. Daar ontstond het imposante “Stilleven met kreeft en de drinkhoorn van het Amsterdamse Sint Lucasgilde”, een meesterwerk op het gebied van de schilderkunst van stillevens, dat zich in de National Gallery in Londen bevindt.70 Het schilderij, uit omstreeks 1655, heeft een prachtige kleurenrijkdom. De afgebeelde voorwerpen zijn in een zeer uitgewogen compositie in het vlak geplaatst. Door de reflecties ontstaan schitteringen, die de rijkdom van de voorstelling benadrukken. Markant is achter de rode, gekookte kreeft de drinkschaal van het Sebastiaansgilde uit 1565, die bewaard wordt in het Amsterdams Historisch Museum.

Museum Boijmans Van Beuningen bezit een subliem ‘Pronkstilleven’, dat vermoedelijk dateert uit de periode ca. 1656-59.71 Het heeft een zeer knap uitgewogen compositie, waarbij alle objecten zo gerangschikt zijn, dat alles precies in evenwicht is. Het lijkt alsof bij verschuiving van een voorwerp met bijvoorbeeld maar een millimeter het evenwicht in gevaar zou komen. In het algemeen lijkt de ontwikkeling van het stilleven in de schilderkunst parallel te lopen met die van de bloei van de economie van het land. Terwijl zowel de stillevens als de daarin afgebeelde voorwerpen aanvankelijk een sobere indruk maken, veranderen die, als de rijkdom in het land ongekende proporties gaat aannemen, in rijk gestoffeerde uitstallingen. Het Rotterdamse ‘Pronkstilleven’ laat dat zien. Op een stenen tafel ligt een prachtig Perzisch tapijt gedrapeerd en ligt een prachtige zilveren schotel met daarop een voor die tijd bijzondere perzik. Dergelijke schotels werden gemaakt door enkele bekende zilversmeden, zoals de beroemde Johannes Lutma. Op het kleed is schuin een Chinese kom geplaatst met daarin twee sinaasappels en een gedeeltelijk afgeschilde citroen. Dat is exotisch fruit in een exotische en kostbare kom. Knap is dat het licht door de kom heen valt, waarmee wordt aangegeven hoe dun het porselein was. De citroen is geschild met het mesje met een agaten handvat, gevat in zilver, dat op tafel ligt. Links staat een glazen bokaal die gevuld lijkt met wijn. Het glas doemt als het ware op uit de duisternis en is slechts door reflecties aangegeven, ook van de gele citroen. Op de achtergrond is door de reflecties nog net een hoog fluitglas zichtbaar, waarin de rode sinaasappel zich weerspiegelt. Het geheel is dus een prachtig spel van reflexen van licht op de verschillende voorwerpen. Het is indrukwekkend hoe Kalf kans zag om door middel van verftoetsen de zachte stof van het kleed, de harde dunne schaal van de kom, het flonkerende zilver, de zachte perzikhuid en het flinterdunne reflecterende glas uit te beelden.

Deze voorwerpen waren waarschijnlijk zo kostbaar, dat de schilder die niet in zijn bezit had. Misschien kende hij de rijke kooplieden, die er wel hun interieur mee hadden verrijkt en mocht hij die lenen voor een stilleven. Maar men moet ook bedenken dat de kunstenaars in die tijd een enorm beeldend vermogen en geheugen hadden, zodat zij deze voorwerpen maar eenmaal hoefden te zien om ze later uit het hoofd zo imposant op het doek te zetten.

Noten

66 Tentoonstellingscatalogus Willem Kalf 1619-1693, Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen, Aken, Suermondt-Ludwig-Museum, 2006-2007.

67 Ibidem, nr. 1; paneel, 32,2 x 26,2 cm, New York, collectie Evelyne Walborsky.

68 Ibidem, nr. 11; doek, 42,4 x 42,4 cm, inv.nr. 1391.

69 Ibidem, nr. 14; doek, 77 x 60 cm; destijds Maastricht, Noortman Master Paintings.

70 Ibidem, nr. 25; doek, 86,4 x 102,2 cm; inv.nr. 6444.

71 Ibidem, nr. 26; doek, 62 x 56 cm; inv.nr. 2503.

Toon alle noten Verberg noten