Onderzoek

Prenten aan de muur - over afbeeldingen als artefacten

Door dr. Peter van der Coelen, 9 februari 2011.


ALMA linkt afbeeldingen met artefacten. De meeste van die afbeeldingen zijn prenten: een kleine tweeduizend houtsneden, gravures en etsen. Het merendeel stamt uit de zestiende en zeventiende eeuw. De prenten zijn hoofdzakelijk afkomstig uit de Nederlanden, maar er zijn ook Italiaanse, Duitse en Franse voorbeelden opgenomen. Sommige werden gemaakt door grote meesters uit de geschiedenis van de prentkunst, zoals Lucas van Leyden, Hendrick Goltzius en Rembrandt. Maar op zich was de artistieke kwaliteit geen selectiecriterium. De inhoud van de voorstelling stond voorop. Zo bevat ALMA veel portretprenten, die vanwege de afgebeelde kledingaccessoires gekoppeld kunnen worden aan de kantverzameling van Museum Boijmans Van Beuningen.

Er zijn vooral veel genreprenten geselecteerd, met voorstellingen van mensen in hun dagelijkse omgeving, in hun gewone doen en laten. Een van de helden op dit terrein is de Haarlemse schilder en prentkunstenaar Adriaen van Ostade, die vertegenwoordigd is met enkele schilderijen, 24 eigenhandige etsen en 38 reproductieprenten en kopieën. Dat is niet vreemd, want Van Ostade staat van oudsher bekend om de gedetailleerde aankleding van zijn taferelen. De kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken sprak in 1718 al zijn bewondering uit voor de ‘boere hutjes, keetjes, stalletjes, inzonderheit binnehuisjes, met al hun bouvalligen huisraad’ en voor de ‘herbergjes en kroegjes, met hun gantschen toestel’.83 Een voorbeeld van zo’n ‘herbergje’ is weergegeven in een ets van Van Ostade uit circa 1647-1652 . De prent staat traditioneel bekend onder de titel ‘Het ontbijt’, maar wat we hier zien is geen bescheiden etentje maar een slemppartij waaraan zelfs de kleintjes lijken mee te doen. Dankzij ALMA kunnen verschillende objecten die door Van Ostade zijn afgebeeld, worden gekoppeld aan artefacten, bijvoorbeeld de beker in de handen van de staande man: een ‘wafelbeker’ met het karakteristieke patroon van vierkante wafeltjes .

Behalve het kunnen thuisbrengen van dergelijke alledaagse voorwerpen biedt ALMA nog een andere kans voor kunst- en cultuurhistorici. ALMA linkt afbeeldingen met artefacten, maar afbeeldingen zelf zijn ook artefacten. Schilderijen en prenten werden in de vroegmoderne periode gebruikt in kerken en paleizen, in woonhuizen of in herbergen. Zo hangt er in Van Ostade’s herberg een groot schilderij aan de achtermuur, dicht bij het raam. Wat er precies opstaat valt niet te zeggen, maar het lijkt op een oudtestamentische geschiedenis met een engel, zoals ‘Tobias en de vis’ of ‘Hagar en de engel in de woestijn’. In Van Ostade’s herberg hangt bovendien nog een andere afbeelding. Op de wand van het bed is namelijk een prent bevestigd, zo te zien al een tijdje geleden. Het zou kunnen gaan om een nieuwsprent, want er staat flink wat tekst onder het beeld.

De precieze voorstellingen op de prent en het schilderij deden er voor Van Ostade in het geval van 'Het ontbijt' niet toe. Hij heeft ze alleen afgebeeld omdat dergelijke artefacten nu eenmaal thuishoorden in een herberg. Ze zijn daarom ook te zien in herberginterieurs van andere kunstenaars.

Zo hangt er in Nicolaes van Haeftens scène met rokende en drinkende mannen pontificaal een prent boven de haard, met daarop de tronie van een boer. Met zijn lach becommentarieert hij het tafereel als het ware. Hier gaat het om meer dan decoratie alleen; het beeld is een ‘teken’ aan de wand.

Hoe oud een dergelijke traditie al was blijkt uit twee andere voorbeelden met bordeelinterieurs, die niet of nauwelijks zijn te onderscheiden van gewone ‘herbergjes’. In een gravure uitgegeven door Adriaan Huybrechts aan het eind van de zestiende eeuw hangt boven het gezelschap een prent met een boer die zit te poepen bij een kippenhok. Hij zet hen dus te kakken, zoals de nar dat minder letterlijk maar op zijn manier doet. In hun roes merken de mannen immers niet dat ze door hun liefjes worden gerold. Achter het hoofd van de zittende man rechts is op de houten wand nog een tweede prent bevestigd. De voorstelling is hier minder goed leesbaar, maar de lange stokken duiden wellicht op landsknechten, Duitse huursoldaten met hun karakteristieke pieken.

small_Brunswijkse_monogrammistMB2010-1jPK MB2010-1iPK

 

 

Een prent met landsknechten, of beter: een fries van zes of zeven aan elkaar geplakte houtsneden, hangt ook in het drukke herberginterieur van de Brunswijkse Monogrammist uit circa 1535-1540. Het onderwerp van de prent is beslist geen toeval, want landsknechten waren berucht om hun leven vol geweld, drank en hoeren. Dergelijke prenten moeten in hun tijd erg geliefd zijn geweest, maar tegenwoordig zijn ze uiterst zeldzaam geworden. Voor wie het loskomende blad op het schilderij van de Brunswijkse Monogrammist heeft gezien, kan dat geen verrassing zijn. Het is dan ook een klein wonder dat er onlangs een reeks van liefst twintig houtsneden met landsknechten opgedoken is, waarvan er enkele sterk doen denken aan de staande soldaten op het blad op het schilderij.

Ook de ingekleurde prent (of tekening?) op het stilleven van Hieronymus Francken II van rond 1604 is zonder lijst aan een muur bevestigd. Het blad is met rode lak vastgeplakt, vermoedelijk te strak want het papier is gaan scheuren. Keukens zijn niet de beste plaatsen om grafiek te bewaren, evenmin als herbergen. De precieze prent die door Francken is afgebeeld, werd nog niet teruggevonden maar er zijn verschillende andere voorstellingen bekend van uilen met spiegels. Een dergelijke ‘uilenspiegel’ is bijvoorbeeld te zien op een door Nicolaes de Clerck uitgegeven ets uit 1615.

Een ander stilleven in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen toont een prent in een heel andere omgeving. Het schilderij van Sebastian Stosskopf (1625) bevat een album dat is opengeslagen bij een prent van een staande boer met een schop op zijn schouder. Het is een ets van Jacques Callot die behoort bij zijn vijftig bladen tellende serie ‘Capricci’ uit 1617. Verzamelaars lieten dergelijke reeksen vaak samenbinden tot albums. Zo hadden ze een beduidend grotere overlevingskans dan prenten die zonder bescherming aan de muur werden geplakt, blootgesteld aan licht, vocht en viezigheid.

Een laatste voorbeeld geeft een prent weer die eveneens herkenbaar was voor de ingewijde beschouwer, ook in een omgeving van boeken. In dit geval gaat het niet om een stilleven maar om een portret van een geleerde in zijn studeervertrek, namelijk de theoloog Johannes Bogerman. De prent aan de muur bevat een voorstelling van de Synode van Dordrecht, de grote vergadering van de gereformeerde kerk in 1618. Het is een afdruk van de bekende ets van François Schillemans uit 1619. Dat Bogerman zich in 1620 met dit blad heeft laten portretteren, is geen toeval want hij was voorzitter van deze fameuze synode geweest.

Zowel het portret van Bogerman, geëtst door Pieter Feddes, als de gravure van Schillemans met de voorstelling van de Dordtse synode was in 2006 onderdeel van de tentoonstelling Prenten in de Gouden Eeuw: van kunst tot kastpapier in Museum Boijmans Van Beuningen.84 De expositie bood een reconstructie van het gebruik van het gedrukte beeld in de Gouden Eeuw. Voor het eerst werd duidelijk hoezeer prenten deel uitmaakten van de dagelijkse omgeving, opgehangen aan de muur dan wel geplakt op kasten, kisten of andere voorwerpen. Met de lancering van ALMA is een instrument beschikbaar geworden waarmee het onderzoek naar het functioneren van de ‘afbeelding als artefact’ kan worden voortgezet.

Noten

83 Arnold Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, Amsterdam 1718-1721, I, p. 347.

84 Jan van der Waals, Prenten in de Gouden Eeuw: van kunst tot kastpapier, tent. cat. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam 2006

Toon alle noten Verberg noten