Onderzoek

Kardinaal Robertus Bellarminus als baardmankruik

Door Christel van Hees, 8 februari 2011.


In de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen bevindt zich een prent van Antonius Wierix (Antwerpen 1596 - Antwerpen 1624) met een portret van Robertus Bellarminus (Roberto Francesco Romolo Bellarmino: Montepulciano 1542-Rome 1621). Bellarminus is afgebeeld als schriftgeleerde en is, ook zonder het opschrift te lezen, door zijn kleding herkenbaar als kardinaal. De historische figuur Bellarminus trad in Rome op zijn achttiende toe tot de orde van de Jezuïeten en was van 1570 tot 1576 hoogleraar theologie te Leuven. In 1605 speelde hij een rol in het proces tegen Galilei en in 1599 werd hij tot kardinaal benoemd. Zijn belangrijkste geschrift is Disputationes de Controverisiis (gepubliceerd 1581-1593) waarin hij de rooms-katholieke leer verdedigt tegen de aanvallen van de reformatie. Hij was een serieus en invloedrijk man binnen de contrareformatie.kardinaalklein

Onderzoek naar baardmankruiken leert dat in brede kring wordt aangenomen dat de naam van deze kardinaal Bellarminus voortleeft in de Engelse term Bellarmine die wordt gebruikt als vertaling van de term ‘baardmankruik’.139 Baardmankruiken zijn kruiken van steengoed met als belangrijkste kenmerk een afbeelding van een bebaard gezicht op de hals van de kruik. Dat bebaarde gezicht op de kruik is gemaakt met behulp van een matrijs waardoor de pottenbakkers tot een zekere massaproductie konden komen. De kruiken zijn vooral in de late zestiende - en zeventiende eeuw in zeer grote getale vervaardigd in het Rijnland, met name in het pottenbakkerscentrum rond Keulen/Frechen.

Op eigentijdse afbeeldingen zien we baardmankruiken vooral in functie als bierkruik. Ze zijn veelvuldig afgebeeld in herbergen, kroegen en werkplaatsen maar ze komen ook voor op stillevens en uitbeeldingen van een deugdzaam en eenvoudig gezinsleven, meestal deel uitmakend van een sobere maaltijd met brood, vis, mosselen of ander voedsel voor minder welgestelden. Op een schilderij van Albert Cuyp is een baardmankruik afgebeeld naast de smid die zich te goed doet aan een mosselmaaltijd.

Hoe is het mogelijk dat de naam van een kardinaal is verbonden met een eenvoudige steengoedkruik? Is het werkelijk waar dat de kop op de kruik kardinaal Bellarminus moet voorstellen zoals in veel literatuur wordt verondersteld?  Nee, dit kan onmogelijk waar zijn. Heel eenvoudig omdat baardmankruiken al werden gemaakt toen Robertus Bellarminus nog een kind was en misschien zelfs al een flinke periode daarvoor.140 Hoewel de theorie eenvoudig is te ontkrachten zal worden nagegaan waar de veronderstelling vandaan komt.

Volgens het onderzoek van M.R. Holmes uit ca. 1850 is een artikel van William Chaffers in het Journal van de British Archeological Association de basis van het wijd verbreide geloof dat baardmankruiken kardinaal Bellarminus verbeelden. Chaffers beweert in zijn artikel dat de kruiken de gelaatstrekken van Bellarminus belachelijk zouden maken omdat hij zich als fel verdediger van de katholieke kerk keerde tegen het protestantisme en tegen overmatig drankgebruik.141

Chaffers baseerde zijn bewering op zeventiende-eeuwse literatuur waar de term Bellarmine in wordt gebruikt. De vroegste vermelding is volgens hem te vinden in een scène van het toneelstuk The Ordinary A Comedy van William Cartwright geschreven rond 1635142 In deze scène vergelijkt een dronken hulppriester zijn tegenspeler met een kruik:

“Rime. Thou thing, Thy belly looks like to some strutting hill, O'rshadow'd with thy rough beard like a wood.

Chri. Or like a larger Jug, that some men call A Bellarmine, but we a Conscience143

De betreffende kruik wordt volgens de tekst door sommigen een Bellarmine genoemd maar door henzelf een Conscience wat te vertalen is als 'geweten'.

Opvallend aan dit citaat is dat de term Bellarmine niet wordt verbonden met de genoemde baard (rough beard like a wood) maar met een afmeting (or like a larger jug) dit doet vermoeden dat de term Bellarmine niet expliciet gebruikt wordt voor kruiken met een bebaard gezicht maar voor kruiken met een bepaald formaat of een bepaalde vorm. Als de tekst verder gaat, wordt de kruik vergeleken met Eglon, koning van Moab:

“Whereon the lewder hand of Pagan workman

Over the proud ambitious head carv'd

An Idoll large with beard Episcopal,

Making the Vessel look like Tyrant Eglon"144

Eglon wordt in de Bijbel (Richteren 3:17) beschreven als een heel dikke man zonder verwijzing naar een baard. In het toneelstuk spreekt Cartwright van een bisschoppelijke baard (beard Episcopal) maar of de baard of de combinatie van een baard met de dikke buik doen denken aan Eglon is niet duidelijk. Of zou de bisschoppelijke baard verwijzen naar kardinaal Bellarmine?

In het toneelstuk The Ordinary A Comedy wordt de term Bellarmine nogmaals genoemd. Aan een personage dat de vorige dag teveel had gedronken wordt verteld dat de gevolgen van het overmatig drankgebruik pas voorbij zullen gaan na twee maaltijden.

“First to breakfast, then to dine,

Is to conquer Bellarmine.”145

Bellarmine wordt hier voorgesteld als personificatie van de gevolgen van dronkenschap, iemand die overwonnen moet worden.

In een theaterstuk van Epsom Wells, uit de zeventiende eeuw schreeuwt een karakter:

“Uds bud, my head begins to turn round; but let's to the house, tis dark! we'll have one Bellarmine there, and then, Bonus Nocius.” (goedenacht)146

Hier lijkt Bellarmine een soort kruik of een bepaalde maat aan te duiden. Het kan ook geïnterpreteerd worden als een algemenere term zoals 'een slok' of 'een borrel', 'een slaapmutsje'. In The Lady Errant a Tragi-Comedy wederom een toneelstuk van Cartwright, is sprake van stenen potten met baarden die tot de knieën reiken:

“Phi. But yet We must draw out some Souldiers howe'r.

Cos. There's no great need of Souldiers; Their Camp's No larger than a Ginger-bread Office.

Pan. And the Men little bigger.

Phil. What half Heretick Book tels you that?

Rho. The greatest sort they say Are like stone-pots with Beards that do reach down Unto their knees.

Cos. They're carri'd to the Wars then As chickens are to Market, all in Dorserd, some thirty Couple on a horse”. 147

Als laatste eigentijdse schriftelijke bron kan een Engelse almanak uit 1677 worden aangehaald. In Anthony à Wood's Pocket Almanacs wordt in de tekst behorend bij de dertigste december, duidelijk gemaakt dat een Bellarmine een kruik is met een dikke buik. Er wordt met geen woord gerept over een gezicht of een baard.

“One of the fellowes of Exeter Coll., when Dr. John Prideaux was rector, as tis said, sent his servitour after nine of the clock at night to fetch some ale from the alehouse. When he came home with it under his gowne, the proctor met him and ask'd him what he made out so late and what he had under his gowne. He answered that his master had sent him to stationer's to borrow Bellarmine and that it was Bellarmine that he had under his arme; and so went home. Whereupon in following times a bottle with a great belly was called a "Bellarmine", as it is to this day”.148

De schriftelijke bronnen die kunnen worden aangehaald om de oorsprong van de link met Robertus Bellarminus te verklaren verwijzen goed beschouwd niet naar de kardinaal. Het is zelfs niet geheel duidelijk of met de kruik Bellarmine een kruik met een baardige kop wordt bedoeld of een kruik met een dikke buik. Vooral de laatst genoemde almanak is hier duidelijk over. Mogelijk  is de term helemaal niet afgeleid van de naam Bellarminus maar van bijvoorbeeld Belly. Het is aardig om in dit kader te noteren dat op een Engelse verkoopwebsite kruiken werden aangeboden als Bellarmine zonder de bebaarde kop. Desgevraagd verklaart de Engelse antiquair en eigenaar van de site, dat hij de term Bellarmine ook gebruikt voor kruiken uit de tijd van de baardmankruik, met de vorm van een baardmankruik maar zonder gezicht op de hals. Als reden geeft hij “gebrek aan een betere term”.149 baardmankruik

 

Het is dus niet aannemelijk dat de baardmankruik is ontstaan als uitbeelding van Robertus Bellarminus. Het is wel mogelijk dat deze link later is gelegd. Interpretatie van een decoratie, zoals het baardige gezicht in het geval van de baardmankruik, wordt zeer waarschijnlijk gevoed door de achtergrond van de beschouwer en de politieke of religieuze actualiteit van het moment. De meest gehate of geliefde persoon kan worden geprojecteerd op de kruik. Er zijn overigens naast de theorie dat het baardige gezicht op baardmankruiken Robertus Bellarminus voor moet stellen vergelijkbare theorieën die veronderstellen dat het zou gaan om het gelaat van de Hertog van  Alva150, van Jezus Christus 151 of Karel de Grote152. Ook dat zijn waarschijnlijk voorbeelden van een later geprojecteerde betekenis op een tot de verbeelding sprekende kruik.

Noten

139 Dit artikel is gebaseerd op hoofdstuk 4 van de ongepubliceerde doctoraalscriptie kunstgeschiedenis "Baertcannen gelijck se genoemt worden…" Functie en betekenis van de baardmankruik, (C. van Hees, Leiden 2000).

140 Volgens M. Bartels zijn er al baardmankruiken in de periode 1525-1540. M. Bartels, Steden in Scherven. Vondsten uit beerputten in Deventer, Dordrecht, Nijmegen en Tiel (1250-1900), 2 delen, Amersfoort 1999, pp. 61. De vroegst bekende gedateerde baardmankruik  heeft de datering 1550. A. Thwaite, "The Chronology of the Bellarmine Jug", The Connoisseur, 734 (1973), pp. 255-262, pp. 255, afb. 2..

141 M.R. Holmes, "The so-called 'Bellarmine' mask on imported Renish stoneware"; in:Antiquaries' Journal, 31 (1951), pp. 173-179, pp. 173.

142 Voor het eerst uitgegeven in 1651.

143 W. Cartwright, "The Ordinary A Comedy", z.p. 1651; in: G. Blakemore Evans (ed.), The Plays and Poems of William Cartwright, Wisconsin 1951, pp. 257-351, pp. 317 regel 1463-1466.

144 W. Cartwright, "The Ordinary A Comedy", z.p. 1651; in: G. Blakemore Evans (ed.), The Plays and Poems of William Cartwright, Wisconsin 1951, pp. 257-351, pp. 317 regel 1467-1470.

145 W.M. Chaffers, "On medieval earthenware vessels", in: Journal of the British Archaeological Association, 5 (1850), pp. 22-39, pp. 43.

146 G. Woolliscroft Rhead, The Earthenware Collector, London 1920, pp. 83.

147 Cartwright, 'The Lady Errant a Tragi-Comedy', z.p. 1651; in: G. Blakemore Evans (ed.), The Plays and Poems of William Cartwright, Wisconsin 1951, pp. 81-16,. pp. 149, 150, regel 1766-1775. 1ste druk 1651 eerder geschreven ca 1635/36.

148 A. Thwaite, "The Chronology of the Bellarmine Jug", The Connoisseur, 734 (1973), pp. 255-262, pp. 260, 261.

149 Email correspondentie van de auteur met Rodney Harmic, 14 april 1999 van de Harmic’s Antique Gallery te Dover.

150 M.R. Holmes, "The so-called 'Bellarmine' mask on imported Renish stoneware"; in:Antiquaries' Journal, 31 (1951), pp. 173-179, pp. 178.

151 G. von Bock, "Die Entwickelung der Bartmaske an Rheinischem Steinzeug", Keramos, 34 (1966), pp. 30-40, pp. 42. J.G. Renaud, Oud gebruiksaardewerk, Amsterdam 1948 (Heemschutserie deel 56), pp. 142-143, afb. 21.

152 F.H.W. Friederich, 'Baardmannnen (II)', Westerheem, XVII (1968), pp. 15-23, pp. 99-100.

Toon alle noten Verberg noten