Onderzoek

Het pasglas

Door dr. Cora Laan, 10 februari 2011


Een groot aantal schilderijen en prenten die in de zeventiende eeuw in de Noordelijke Nederlanden vervaardigd zijn, bieden een interessante kijk op de dagelijkse drinkgewoonten van de zeventiende-eeuwse Hollanders. Een voorwerp dat op veel van deze afbeeldingen voorkomt is het pasglas. Een pasglas is een hoog cilindrisch glas met aan de buitenzijde op regelmatige afstand opgelegde horizontale banden.153 Deze banden worden passen genoemd en geven het glas een maatbekerachtig uiterlijk. Aan deze maatbekerachtige uitstraling dankt het pasglas haar naam. Pas betekent in het Middelnederlands namelijk maat.

Het pasglas was een bierglas. Dit is duidelijk te zien op een anoniem stilleven uit ca. 1615 dat in het bezit is van Museum Boijmans Van Beuningen. Het schuim op het goudgele vocht in het cilindrische glas laat zien dat het glas gebruikt werd om bier uit te drinken.

Diverse uitvoeringen zijn er bekend van het pasglas, echter op zeventiende-eeuwse afbeeldingen werd voornamelijk het achtkantige groene pasglas met blauwe passen afgebeeld. Dit was een zeer gangbare type in de zeventiende eeuw. Het was gemaakt van zogeheten Duits woudglas.154 De kwaliteit doet vermoeden dat de achtkantige pasglazen als massaproducten werden vervaardigd. In de glasmassa zijn namelijk vaak onregelmatigheden en luchtbelletjes zichtbaar. Verder zijn veel glazen slordig versierd en nonchalant afgewerkt.

Het achtkantige groene pasglas is in archeologische opgravingen regelmatig teruggevonden, zowel in Nederland als in Duitsland, Denemarken, Zweden en zelfs de Verenigde Staten.155 Museum Boijmans Van Beuningen heeft twee pasglazen in haar collectie die afkomstig zijn uit een archeologische context. De vindplaats van het pasglas uit de Collectie Van Beuningen-de Vriese  is onbekend, het pasglas uit de Collectie Henkes  is afkomstig uit Delft. Opmerkelijk is dat er nauwelijks pasglazen van dit type overgeleverd zijn. Het Rijksmuseum te Amsterdam is één van de weinige musea in de wereld die een dergelijk exemplaar in haar collectie heeft.156 Het glas werd in de zeventiende eeuw vermoedelijk beschouwd als een goedkoop en eenvoudig gebruiksvoorwerp en daardoor niet interessant genoeg om te verzamelen.

De passen op het glas dienden niet alleen ter versiering, maar ook ter vermaak. Op een zeventiende-eeuws pasglas uit het Museum für Angewandte Kunst in Wenen157 is een gedicht geschilderd waarin beschreven wordt op welke wijze met het pasglas een drinkspel gespeeld kon worden.

Vivat. In gesundheit unsser aller innsgemein

Sollen die Päss ausgetruncken sein

Wär aber seinen Pass nicht dressen Kan

Der soll den andern gleich auch hahn

Nunn so will Ich sehen zu

Das Ich den Pass besscheidt auch thu

Wie es mein nachtbar hadt gemacht

Da hien will ich auch sein bedach. Vivat

Het gedicht maakt duidelijk dat het pasglas in een drinkgezelschap gebruikt werd. In het gezelschap werd het glas doorgegeven en een ieder moest een teug uit het glas drinken. De drinker werd uitgedaagd om in één teug van pas naar pas te drinken. Miste hij zijn pas, dan moest hij doordrinken tot de volgende pas.

Dit gedicht is een unieke bron. Het is tot nu de enig bekende schriftelijke bron uit de zeventiende eeuw, die uitlegt op welke wijze het pasglas-spel gespeeld diende te worden. Naast een schriftelijke bron is het natuurlijk ook een materiële bron. Het gedicht is tenslotte geschilderd op het pasglas, waarmee het spel gespeeld kon worden. Het Weense pasglas lijkt niet exact op de pasglazen die op de vele genre-stukken en stillevens zijn afgebeeld. Het Oostenrijkse glas is vervaardigd van kleurloos glas en de schacht van het glas is rond en dus niet achtkantig. Voor het spel maakt de vorm van het glas echter niet uit. Het zijn de passen die het spel maken.

Dankzij het gedicht is nu nog bekend op welke wijze het pasglas–spel gespeeld diende te worden. Deze kennis maakt het mogelijk om het drinkspel te herkennen op afbeeldingen van bijvoorbeeld herberginterieurs en boerengezelschappen.  Op het schilderij ‘Vrolijk Gezelschap’ van Jan Miense Molenaar wordt het pasglas-spel gespeeld. De man met het pasglas in zijn hand is aan de beurt. Hij moet nu in één teug naar de volgende pas drinken. Zal hem dit gaan lukken? Dergelijke voorstellingen waren populair in de zeventiende eeuw. Ze waarschuwden voor de verlokkingen van het leven, gesymboliseerd door eten, drank, spelletjes en muziekinstrumenten.

Prenten uit Collectie Museum Boijmans Van Beuningen waarop goed zichtbaar is dat het pasglas-spel gespeeld werd, zijn bijvoorbeeld van Pieter Nolpe, 'Drinkende boeren en een schijtend jongetje' en Cornelis Dusart, 'Vioolspeler in herberg' en 'Herbergtafereel met drinkende boer en jonge vrouw'.

Het was niet ongebruikelijk om in de zeventiende eeuw met elkaar een glas te delen. Bovendien was bier volksdrank nummer één. Een bierspel met één glas paste daardoor prima in de zeventiende-eeuwse drinkcultuur. Op de meeste afbeeldingen met pasglazen is daardoor maar één pasglas afgebeeld. Het komt zelden voor dat er meerdere pasglazen op één schilderij of prent zijn aangebracht.158

Het pasglas komt niet alleen voor op afbeeldingen die waarschuwen voor moreel verval, maar ook voor het gevaar van de zinnelijke liefde. Mocht het pasglas ooit een fallussymbool geweest zijn, dan komt dat uitstekend tot uitdrukking in de prent ‘Het bordeel’ van Marcel Laroon (Bordeelscène met twee mannen die onder een rok kijken). Twee mannen kijken met grote interesse onder de rok van een vrouw. Een van de mannen heeft een pasglas in zijn hand. Beide mannen hebben totaal geen belangstelling voor het glas.small_BdH16216PK

Het pasglas was geen typisch Nederlands glas. Het werd in diverse landen van Noordwest-Europa gebruikt. Opmerkelijk is wel dat het glas vooral op prenten en schilderijen uit de noordelijke Nederlanden is afgebeeld. Dit hangt nauw samen met de bijzondere positie die de Nederlandse schilderkunst in de zeventiende eeuw in Europa innam.

Noten

153 Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandsche taal (11e herziene druk), Utrecht/Antwerpen 1984.

154 H.E.Henkes, Het achtkantige pijpglas. In: Antiek 22 (1987) no.2, p.85-88.A.E. Theurkauff-Liederwald, Das achteckige Stangenglas, overdruk uit: Kunstgeshichliche Studien für Kurt Bauch 1967, Deutscher Kunstverlag.

155 C.Laan, Bruisend in het glas, de rol van het pasglas in de 16de en 17de eeuw, in R.E.Kistemaker en V.T. van Vilsteren, Bier! Geschiedenis van een volksdrank, Amsterdam 1994, p. 96-102.

156 P.C. Ritsema van Eck en H.M. Zijlstra-Zweens, Glass in the Rijksmuseum, volume I, Zwolle 1993, p. 118.

157 Osterreichisches Museum für angewandte Kunst Wien, inv.nr. GL357 (tweede helft 17de eeuw).

158 Op het schilderij ‘Gelagkamer in dorpsherberg’ van Cornelis Dusart (1660-1704) dat in het bezit is van het Frans Halsmuseum te Haarlem staan twee pasglazen afgebeeld. Zie: J.Karp, Vrolijk of verdorven? Bierdrinker in de Nederlandse schilderkunst van de 16de en 17de eeuw, in: R.E.Kistemaker en V.T. van Vilsteren, Bier! Geschiedenis van een volksdrank, Amsterdam 1994, p.103.

Toon alle noten Verberg noten