Onderzoek

Een Provençaalse poêlon op het 'Stilleven met aardappels' van Vincent van Gogh

Door drs. Alexandra Gaba-van Dongen, 9 februari 2011.


Een minder bekend schilderij van Vincent van Gogh (1853-1890) in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen is een klein ongedateerd stilleven. Het werd tot voor kort toegeschreven aan Vincents Nuenense periode in 1885. De voorstelling verbeeldt een aardewerk steelpan gevuld met ongeschilde aardappels tegen de achtergrond van een rommelig gedrapeerd groenblauw doek. Onderzoek naar de herkomst van de steelpan in combinatie met recent technisch onderzoek naar de herkomst van het linnen maakt het mogelijk om het ontstaan van dit schilderij te verplaatsen naar Parijs 1886.

stilleven met aardappels Afb. 1 - Vincent van Gogh (1853-1890), Aardappelstilleven, olieverf op doek, bruikleen particuliere collectie, Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam.

In Brabant produceerde Van Gogh in 1884 en 1885 verwante stillevens, die deels tot stand kwamen door zijn contacten met een aantal Eindhovense schilders. Zij volgden schilderlessen bij Vincent die plaats vonden in het huis van de verzamelaar en amateurschilder Antoon Hermans (1822-1897) in Eindhoven. Uit de brieven van Van Gogh blijkt dat de collectie van Hermans diverse kruiken, potten en flessen omvatte waarmee composities werden samengesteld. Tijdens zijn lessen schilderde Vincent zelf actief mee. Vincents stillevens die in die periode tot stand kwamen waren bestemd aan zijn broer Theo, die deze vanaf het voorjaar van 1885 in ruil voor financiële ondersteuning probeerde te verkopen. Vincent verwachtte niet dat deze stillevens goed zouden verkopen maar vond het schilderen ervan ‘verduiveld nuttig’. Hij schrijft in een brief van 24 november 1884 aan Theo:

baardmankruik Afb. 2 -Vincent van Gogh (1853-1890), Stilleven met baardmankruik, nov. 1884 - april 1885, olieverf op karton op paneel, Museum Kröller-Müller Otterloo.

Ik heb verleden week dag in dag uit stillevens geschilderd bij de lui die schilderen te Eindhoven. […] Hermans heeft zóó veel mooie voorwerpen – als oude kruikjes en andere antiquiteiten – dat ik U eens vragen wil of ik U pleizier zou kunnen doen met voor Uw kamer een stilleven van eenige van die voorwerpen – b.v. gothieke zaken – te schilderen. Die welke ik tot heden met Hermans maak zijn meer eenvoudig.

 

Mogelijk is het 'Stilleven met baardmankruik' (afb. 2) dat gedateerd wordt tussen november 1884 en april 1885 geschilderd op basis van objecten uit de collectie Hermans.

Van_Gogh_Museum_-_Bierpullen Afb. 3 - Vincent van Gogh (1853-1890), Bierpullen, 1885, olieverf op doek, inv. F 49, Van Gogh Museum Amsterdam.

Links is een steengoed baardmankruik geschilderd naar een voorbeeld dat gezien het model in de 17de eeuw werd vervaardigd in Frechen, gelegen in het Duitse Rijnland. Dergelijke kruiken waren in de 17de eeuw volop in omloop in Nederland. De kruik zou een bodemvondst uit de 19de-eeuw kunnen zijn of wellicht een overleveringsstuk. De kruik staat naast een 19de-eeuwse aardewerk apothekerspot met het opschrift COCHLEAR. Cochlear als farmaceutisch middel werd destijds getrokken van lepelkruid dat verwant is aan de hennepplant. Dit licht hallucinerende middel werd wel voorgeschreven tegen scheurbuik en mondslijmvliesontsteking. Misschien had Vincent deze pot voor zijn schilderlessen geleend

F9125KNV Afb. 4 - Kroes of bierpul met tinnen deksel, steengoed, Westerwald, Duitsland, 18de eeuw, inv. F 9125 (KN&V), Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam.

van apotheker Vrijman in Eindhoven, waar hij regelmatig zijn medicijnen haalde. Voor de apothekerspot ligt een eigentijdse tabakspijp en ernaast staat een koffiemolen. 'Oude kruikjes' zoals deze baardmankruik komen we in de 19de eeuw vaker in collecties van verzamelaars van kunstnijverheid tegen vanwege de groeiende belangstelling voor de materiële cultuur van het eigen vaderlandse verleden. Zo treffen we op het stilleven 'Bierpullen' uit 1885 (afb. 3) ook een type steengoed gebruiksvoorwerp aan waarvan de echte voorbeelden dateren uit de 18de eeuw, die verwant is aan een exemplaar in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen (afb. 4).

 

 

 

 

Stilleven_met_aardewerk_en_flessen_Van_Gogh_Museum_Amsterdam Afb. 5 - Vincent van Gogh (1853-1890), Stilleven met aardewerk en drie flessen, Nuenen, winter 1884/1885, olieverf op doek, inv. F 53, Van Gogh Museum Amsterdam.

Daarentegen zijn de meeste keramische gebruiksvoorwerpen die afgebeeld zijn op Van Goghs Brabantse stillevens te identificeren als eigentijds 19de-eeuws handvervaardigde alsook industrieel geproduceerde gebruikskeramiek, dat overeenkomt met het destijds in Nederland en Brabant gangbare assortiment aan keuken- en serviesgoed. Aardewerk kook- en voorraadpotten uit Bergen op Zoom, Oosterhout en Tegelen, steengoed mineraalwaterflessen, bierpullen wijnkruiken en voorraadpotten uit het Duitse pottenbakkerscentrum Westerwald, alsook industrieel wit aardewerk in de vorm van koffie- en theegoed afkomstig uit de Limburgse fabrieken van Petrus Regout in Maastricht en uit het verre oosten geïmporteerde gemberpotten uit China, zoals te zien op het 'Stilleven met aardewerk en drie flessen' dat Vincent in Nuenen schilderde in de winter van 1884/85 (afb. 5).

Het is mogelijk dat de alledaagse 19de-eeuwse keramische voorwerpen die Van Gogh tijdens zijn schilderlessen in Eindhoven als modellen gebruikte ook in het huis en de keuken van de verzamelaar Antoon Hermans aantrof. Daarnaast is het ook denkbaar dat Van Gogh het huisraad uit de pastorie van zijn vader als schildersmodel gebruikte. Het blijkt namelijk dat het door Van Gogh uitgebeelde assortiment aan gebruikskeramiek en glaswerk vrij nauwkeurig overeenkomt met het assortiment aan 19de-eeuws serviesgoed dat in 2008 door de Eindhovense Archeologische Dienst in de pastorietuin van Vincents ouderlijk huis werd opgegraven. Hij verbleef daar van december 1883 tot begin mei 1884, waar hij in een aanbouwtje achter het huis zijn atelier had. De archeologische vondsten uit de achtertuin van zijn ouders dateren allemaal uit de tweede helft van de 19de eeuw. Een spectaculair object dat daarbij werd teruggevonden was het overblijfsel van een ijzeren verfblik met daarin een restant blauwe verf.

Afb. 6 - Vincent van Gogh (1853-1890), Vaas met rode gladiolen en witte violieren, Parijs, 1886, inv. 2607 (MK), Museum Boijmans Van Beuningen.

Terug naar het aardappelstilleven met de aardewerk steelpan in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen (afb. 1). Op het eerste gezicht zou je denken dat de steelpan onderdeel kan zijn geweest van het gangbare assortiment aan roodbakkend gebruiksaardewerk dat in die jaren in Nuenen en Eindhoven in omloop was. Echter, de a-typische, niet-Nederlandse vormgeving van de hier uitgebeelde steelpan doet een heel andere herkomst vermoeden dan het in Brabant omloop zijnde gebruiksaardewerk. De uitbollende steel, de rechte wand van de pan, de kleine schenklip in de rand en de ongeglazuurde buitenkant zijn details die het mogelijk maken om dit voorwerp te identificeren als een Zuid-Franse poêlon, een eenvoudige aardewerken confiturepan, afkomstig uit de pottenbakkersovens van Vallauris in de Provence. Nu was eerder de vraag of Van Gogh in Brabant over zo'n Frans steelpannetje had kunnen beschikken om die te kunnen uitbeelden in zijn stilleven. Het gegeven dat er in Nuenen aan het eind van de 19de eeuw naast regionaal en nationaal geproduceerd gebruiksaardewerk ook buitenlandse importkeramiek in omloop was lijkt dit op zich niet uit te sluiten. Echter het gangbare assortiment aan 19de-eeuwse keramiek zoals eerder beschreven dat in Brabant verkrijgbaar was, zoals blijkt uit de vondsten in de achtertuin van de pastorie en de door Van

Afb._7_Vincent_van_Gogh_Vaas_met_herfstasters Afb. 7 - Vincent van Gogh (1853-1890), Vaas met herfstasters, Parijs, 1886, olieverf op doek, inv. F 234, Van Gogh Museum Amsterdam.

Gogh uitgebeelde keramieksoorten in zijn schilderijen uit die periode geven geen enkel voorbeeld van Frans gebruiksaardewerk. In de tweede helft van de 19de eeuw werd dit soort roodbakkend Provençaals aardewerk uit Vallauris wel in heel Frankrijk verkocht en gebruikt, ook in de stad Parijs. Er is geen bewijs te vinden voor de mogelijkheid dat dergelijke eenvoudige Franse pannetjes in het laatste kwart van de 19de eeuw in Nederlandse en Brabantse keukens in gebruik waren, tenzij verzamelaar Antoon Hermans er een in zijn collectie heeft gehad. Pas later in de 20ste eeuw werden deze Franse confiturepannen als fonduepan in Nederland enorm populair.

Hoe komt Vincent dan aan zijn Provençaalse poêlon? Wellicht moeten we het moment van ontstaan van dit stilleven een jaar later dateren, naar 1886, toen Van Gogh in Parijs ging wonen. In de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen en het Van Gogh Museum zijn enkele bloemstillevens van Vincent te vinden die hij in de Franse hoofdstad in die periode heeft geschilderd (afb. 6 en 7).

Voor beide schilderijen stond een (vermoedelijk) Frans aardewerk siervaasje model. Dankzij Jo van Gogh-Bonger (1862-1925), de echtgenote van Vincents broer Theo, is dit vaasje bewaard gebleven (afb. 8), dat zich bevindt in de collectie van het Van Gogh Museum.

Sierkannetje_aardewerk_Van_Gogh_Museum Afb. 8 - Siervaasje, Sarreguémines (?), Frankrijk, geglazuurd aardewerk, 19de eeuw, Van Gogh Museum Amsterdam.

Aangekomen in Parijs ging Vincent door met het schilderen van kleine stillevens, waaronder bloemstillevens, zoals deze. Hiervoor kocht hij in de Franse hoofdstad kennelijk zelf geschikte vazen, die hij na gebruik in zijn atelier achterliet bij Theo en Jo in hun appartement aan de Cité Pigalle no. 8. Drie jaar na het schilderen van deze bloemstillevens schreef Jo hem op 8 mei 1889 vanuit Parijs een brief:

Hier in huis zijn zoo'n massa dingen die aan je herinneren, als ik een aardig kannetje of vaasje of zo iets vind dan is het altijd: dat heeft Vincent nog gekocht of dat vond V. zoo aardig - er gaat haast geen dag om dat we niet over de spreken.

 

 

Mogelijk is dit siervaasje met z'n plastische decoratie vervaardigd in het Noord-Franse pottenbakkerscentrum Sarreguémines, echter de speurtocht naar de herkomst van dit vaasje is nog niet voltooid.

 

Met veel dank aan

Nico Arts, Archeologische Dienst Eindhoven; Nienke Bakker, Geeta Bruin en Louis van Tilborgh, Van Gogh Museum, Amsterdam; Fabienne Ravoir, INRAP (Institut National de Recherches Archéologiques Préventives), Parijs, Frankrijk, Christel van Hees, Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam.

 

Literatuur

Arts, Nico, Marolein van den Berg, Jack van Hoek, Peter van Nagelkerke, Rob Schlooz, Peter Seinen en Dirk Vlasblom, “Vincent van Gogh in Nuenen. Onderzoek van verfresten en andere archeologische vondsten uit de pastorietuin”, in: Brabants Heem 61 (2009), pp. 73-84.

 

Forest, Dominique, “Principales fabriques de poterie culinaire de Vallauris depuis la deuxième moitié du XIXe siècle”, in tent.cat. Pignates et Poêlons. Poterie culinaire de Vallauris, Musée Magnelli, Musée de la Céramique, Vallauris, 1996, pp. 63-80.

 

Objets civils domestiques. Inventaire Général des Monuments et des Richesses Artistiques de la France. Principes d’Analyse Scientifique, Ministère de la Culture, Parijs, 1984, pag. 45, afb. 204.

 

Tent. cat. Van Gogh in Brabant. Schilderijen en tekeningen uit Etten en Nuenen, Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch 1987, Uitgeverij Waanders, Zwolle, pag. 230-237.

 

http://vangoghletters.org/vg/letters/let471/letter.html#l-45 Brief 471, Nuenen, 24 November 1884