Oriëntalisme

Het woord Oriëntalisme verwijst naar de invloed op de kunst vanuit de Oriënt: de Arabisch Islamitische gebieden rondom de Middellandse zee. Europese kunstenaars zagen de Oriënt als een Luilekkerland van geuren, kleuren en mystiek. In de 19de eeuw kwam het Oriëntalisme in Frankrijk tot volledige bloei. Niet alleen in schilderijen, ook in het ontwerp van textiel en metaalbewerking komt de Oriëntaalse invloed terug. Deze themapagina geeft een overzicht van de verschillende gezichten van het Oriëntalisme.

 

De bijbel en de Oriënt

Veel bijbelse verhalen spelen zich af in het nabije Oosten. Denk maar aan de vlucht naar Egypte of Marcus die predikte in Alexandrië. Kunstenaars van de renaissance plaatsten hun bijbelse voorstellingen in een Oosterse setting. Deze prent van de Duitse graveur Martin Schongauer (Colmar, ca. 1450 - Breisach am Rhein, 1491) is daar een voorbeeld van. De palmbomen, die de kunstenaar waarschijnlijk naar modeltekeningen maakte, geven het bijbelse verhaal van de Vlucht naar Egypte een exotisch tintje.
 

Exotische soldaten uit de renaissance

Tijdens de tentoonstelling Landsknechten en Turken toonde Museum Boijmans Van Beuningen van 5 december 2009 t/m 7 maart 2010 een reeks ingekleurde houtsneden van Turkse soldaten en hun leiders. De prenten staan in verband met de opkomst van het Ottomaanse rijk, dat sinds 1453 Constantinopel (het huidige Istanboel) als hoofdstad had. Onder sultan Soleiman de Grote rukten de strijdkrachten op naar Europa. De reeks laat de fascinatie voor de machtige vijand zien, met exotisch geklede soldaten op paarden en kamelen.

Ingekleurde houtsnede door Erhard Schön, circa 1530
Erhard Schön, Turkse ruiter op dromedaris, circa 1530

De Tulp

Het woord tulp zou een oosterse herkomst hebben. Nederlandse reizigers associeerden de vorm van de bloem met die van de tulband. In de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen bevindt zich het tulpenkabinet (1635-1650). In deze kast bewaarde men 'rariteiten': exotische schelpen en zeldzame stenen, maar ook door mensenhanden gemaakte bijzondere objecten. Niet alleen de inhoud van de kast is opzienbarend, ook het ontwerp en de gebruikte materialen spreken tot de verbeelding. Ebben- en cederhout, ivoor en parelmoer werden ingevoerd uit het Oosten en dus uiterst kostbaar. De tulpen die op de deurtjes zijn afgebeeld, waren in die tijd heel zeldzaam. Men had soms wel een vermogen over voor een enkele tulpenbol. Deze bevlieging wordt ook wel de Tulpenmanie genoemd.

Turquerie

In de kunst van de 17de en 18de eeuw werd in de kunsten een fantasiebeeld van Turkije uitgedragen. Deze stijl wordt Turquerie genoemd: een mengvorm tussen Europese en Turkse elementen. De Oriënt werd nu sensationeel en romantisch voorgesteld. Niet meer alleen bijbelse voorstellingen werden in de Oriëntalistische stijl gemaakt, ook in de portretschilderkunst en de zogenaamde Fêtes galantes kwamen Turkse invloeden terug. De Europese hovelingen en rijken hielden van de speelsheid en de sfeer van de Turquerie en lieten zich graag in die stijl portretteren.

Jacques des Rousseaux, Een man in Oosters kostuum, 1635
Jacques des Rousseaux, Een man in Oosters kostuum, 1635

Romantiek en mysterie

De Romantische kunstenaars van de 18de en 19de eeuw projecteerden wilde fantasieën op de Oriënt. Met name de Oriëntaalse vrouwen werden voorgesteld als betoverend en mysterieus. Op de Parijse schildertentoonstellingen, de Salons, waren de Oriëntalistische historiestukken zeer populair. Franse kunstenaars als Jean Auguste Ingres (Montauban 1780 – Parijs 1867) en Eugène Delacroix (Charenton-Saint Maurice 1798 - Parijs 1863) schilderden hun visie op de harem en de hamman. Dit beeld klopte vaak niet met de werkelijkheid. In tegenstelling tot Delacroix was Ingres dan ook nooit oostwaarts gereisd. In het prentenkabinet van Museum Boijmans Van Beuningen bevinden zich tekeningen van Delacroix. De kunstenaar maakte deze tekening van een dansende Marokkaan waarschijnlijk op één van zijn reizen.

Eugène Delacroix, Dansende Marokkaan, 1832
Eugène Delacroix, Dansende Marokkaan, 1832

Van Parijs naar de Oriënt

De van oorsprong Rotterdamse kunstenaar Kees van Dongen (1877-1968) ondernam verschillende reizen naar de Spanje en het nabije oosten. In 1913 reisde hij af naar Egypte. Deze reis maakte diepe indruk en zorgde voor een omwenteling in zijn manier van werken. De buikdanseressen en gesluierde vrouwen in oosterse gewaden die hij had gezien verwerkte hij op zijn schilderijen die hij terug in Frankrijk maakte. De Franse vrouwen wilden zich maar wat graag identificeren met de mooie en mysterieuze oosterse vrouw en lieten zich door Van Dongen portretteren in Oriëntalistisch kleding en stijl.

Kees van Dongen, Buikdanseres, circa 1910
Kees van Dongen, Buikdanseres, circa 1910

Kees van Dongen, El Manton, Andalusia, 1910-1911
Kees van Dongen, El Manton, Andalusia, 1910-1911

Nieuwe inspiratiebronnen

Vanaf ongeveer 1900 wendden kunstenaars hun blik af van de Oriënt om inspiratie op te doen in andere gebieden. De kubisten en expressionisten ontdekten de culturen van Afrika en Oceanië. Gauguin (Parijs, 1848 - Atuona op de Marquesaseilanden, 1903) vertrok naar het verre, exotische Tahiti en ook Japanse kunst en cultuur won aan invloed. Op kleinere schaal bleven kunstenaars nog wel afreizen naar het nabije Oosten om hun blik te verbreden.

Naar themapagina Primitivisme
Naar themapagina Japonisme

Sluiten

Mijn Boijmans

spring naar boven

spring naar boven