Japonisme

Japan heeft een naar binnen gekeerde geschiedenis: lang heeft het land weinig aandacht gehad voor andere culturen dan de eigen. Sterker nog, de grenzen van Japan zijn eeuwenlang hermetisch gesloten geweest. Dit heeft ertoe geleid dat de eigen cultuur en tradities lang bewaard bleven, maar ook dat het land zeer tot de verbeelding van kunstenaars in Europa sprak. Vooral in de 19de eeuw gebruikten veel kunstenaars Japanse beeldelementen in hun werk. Dit wordt ook wel japonisme genoemd. Deze themapagina schijnt licht op het japonisme en de hoogtepunten ervan in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen.

 

Nederland en Japan

In 2009 werd gevierd dat Nederland en Japan precies 400 jaar handel met elkaar drijven. In 1609 kreeg Nederland, als enige land naast China, vrije toegang tot de Japanse havens. In tegenstelling tot de Portugezen en Spanjaarden, was het de Hollandse zeevaarders namelijk alleen te doen om handeldrijven en niet om religieuze zending. Nederlandse schepen namen Japans porselein en andere voorwerpen mee naar huis. Eerst kwamen die vooral in privécollecties terecht, maar vanaf 1816 ook in het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden (het huidige Mauritshuis) in Den Haag. Dit museum herbergde de verzameling die later de basis voor het Volkenkundig Museum in Leiden zou vormen.

400 jaar handelsbetrekkingen

De gevonden schat van Felix Bracquemond

De Franse etser, schilder en keramist Félix Bracquemond (Parijs 1833 – Sèvres 1914) ontdekte bij toeval een kopie van het schetsboek ‘Hokusai Manga’ in de werkplaats van zijn drukker. De bladen waren gebruikt als pakpapier voor het uit Japan geïmporteerde porselein. Hij was zeer enthousiast over deze kleurrijke tekeningen zonder schaduwen en perspectief en toonde ze aan zijn vrienden in de kunstwereld. Toen hij zich voor de decoratie van zijn keramiek liet inspireren door deze vondst, zette hij de eerste stappen in de richting van het japonisme. Museum Boijmans Van Beuningen bezit een collectie porselein van Bracquemond. De opvallend egale achtergrond, waarin de decoraties lijken te zweven, heeft Bracquemond direct aan de Hokusai prenten ontleend.

Japonisme in Frankrijk: Monet

Het japonisme kreeg vooral voet aan de grond in het Frankrijk van het eind van de 19de eeuw. Kunstenaars als de impressionist Claude Monet (Parijs 1840 – Giverny 1926) en Vincent van Gogh (Zundert 1853 – Auvers-sur-Oise 1890) gebruikten Japanse prenten als inspiratiebronnen voor hun kunst. Japanse kunst week op alle vlakken af van de regels van de academische schilderkunst die de kunstwereld toen domineerde, maar juist dit sprak de vernieuwende generatie kunstenaars erg aan. De grote egale kleurvlakken, abrupte afsnijdingen van de voorstelling en sierlijke lijnvoering namen zij over in hun schilderijen. Het onderwerp van de impressionistische kunst was echter altijd ontleend aan het hier en nu van de 19de-eeuwse kunstenaars, waardoor een mix van Japanse en westerse invloeden ontstond.

Tussen 1880 en 1885 verbleef de impressionsit Claude Monet regelmatig aan de Normandische kust. In 1882 vereeuwigde hij daar onder wisselende weersomstandigheden wel tien keer een huisje op een klif. Dit huisje was een voormalige douanehut die door een visser werd gebruikt. Monet was geboeid door de ruige plek hoog boven de zee. Het effect van een hoekige kustlijn gezien tegen de lucht of de zee hebben de impressionisten overgenomen van de Japanse kunst. Monet verzamelde, evenals veel andere impressionisten, japanse prenten.

Vincent van Gogh

Hoewel Vincent van Gogh (Zundert 1853 - Auvers-sur-Oise 1890) nooit buiten Europa is geweest, was hij bovenmatig geïnteresseerd in de Japanse cultuur. Hij bezat een grote verzameling Japanse prenten die hij regelmatig naschilderde. De felle kleuren en grote lege vlakken die hij hierin zag, komen in veel van zijn eigen werken terug. Zo ook in het portret van Armand Roulin, de 17 jarige zoon van een met Van Gogh bevriende posttreinbeambte uit Arles.

Het oorringetje van Breitner

Tussen 1893 en 1894 schilderde George Hendrik Breitner (Rotterdam 1857- Amsterdam 1923) een serie van zeven schilderijen van een meisje in kimono. De 16-jarige Geesje Kwak, hoedenverkoopster uit de Amsterdamse Jordaan, stond waarschijnlijk voor alle schilderijen model. In de collectie van het museum bevindt zich uit deze serie Het oorringetje. Het is één van de mooiste voorbeelden van het japonisme in Nederland. Het meisje is bezig een oorringetje in te doen. Haar slanke figuur met de tot op de grond reikende kimono benadrukt de verticaliteit van de compositie. Langgerekte figuren komen voor op Japanse prenten. Die waren eind van de 19e eeuw zeer populair. Ook de kimono en het kamerscherm passen bij de toenmalige mode van het Japonisme, dat verder overigens zijn werk niet heeft beïnvloed. Breitner werd vooral bekend met zijn stadsgezichten van Amsterdam, waarbij hij veel werkte naar foto's die hij zelf maakte.

Japonisme nu

Het werk ‘The great wave’ van Ronald Cornelissen, te zien in Museum Boijmans Van Beuningen van september 2010 t/m 23 januari 2011 in de tentoonstelling The Horseman's Kitchenette (When Demons Cook), refereert naar de gelijknamige houtsnede van de Japanse Kunstenaar Hokusai.

The great wave
The great wave, Ronald Cornelissen, 2010

Persbericht tentoonstelling van Ronald Cornelissen

Wikipedia over Katsushika Hokusai

Sluiten

Mijn Boijmans

spring naar boven

spring naar boven