Beesten in Boijmans

Op deze themapagina is een aantal werken uit het museum in kaart gebracht waar dieren een belangrijke rol in spelen. Soms vallen de dieren niet direct op maar blijken ze toch een essentiële rol binnen het kunstwerk te vervullen. In de loop van de tijd werden dieren vaak gebruikt als symbolen, zij droegen een bepaalde betekenis waardoor mensen die niet konden lezen toch begrepen wat er met de afbeelding bedoeld werd. Op deze pagina zal worden in gegaan op de rol van het dier binnen diverse kunstwerken.

 

Symbolen

Beestenboel
In het werk De Marskramer (ook wel de landloper genoemd) van Jheronimus Bosch wordt veel symboliek gebruikt. Een landloper of marskramer gaat 'op een slof en een oude schoen' en staat voor de mens op zijn levenspad. Hij is de reiziger die op zijn levensweg gebukt gaat onder de lasten van zijn aardse bestaan. Hij torst zijn last op het pad vol verleidingen. Alles in dit werk heeft een betekenis, maar welke precies, daarover lopen de meningen uiteen.
Het huis op de achtergrond is een herberg. Dit zie je aan het uithangbord met de zwaan. Rondom de herberg gebeuren dingen die niet zo netjes zijn: in de deuropening probeert een man een vrouw te zoenen. Tussen hen in hangt een beursje om aan te geven dat hier pas iets tot stand komt via de portomonnee. Rechts van het huisje staat een man te plassen. Er hangt een mannenonderbroek uit het raam, het dak is kapot en het luik hangt uit zijn voegen. Boven in de nok zie je een duiventil met duiven die in en uit vliegen. Verder zien we varkens wroeten. En op het erf scharrelt een haan bij een hoopje afval.
In de boom links zit op een dorre tak een uil. Je ziet hem loeren op het naïeve koolmeesje. De hond links achter hem gromt en heeft een helleband om zijn hals. Het been van de marskramer is verbonden.
Bij het hek zie je een ekster. In de kooi aan het huis, is er nog een. Het zwart en wit van de ekster verbeeldt het eind oordeel: wordt het hemel (wit) of hel (zwart). De ekster zit bij het hek wat open en dicht kan. De marskramer kan de makkelijke brede weg kiezen door voor het hek langs te lopen of hij kan het hek opendoen en het smalle pad kiezen. Het lijkt goed af te lopen: de marskramer loopt richting hek. Achter het hek is een vetgemeste koe en een bloeiend boompje.

Voor aap
Een ander ander werk waarin veel symbolen gebruikt worden is het werk De Kwakzalver van Gerrit Dou. Hierin situeert fijnschilder Dou het optreden van een kwakzalver tijdens een jaarmarkt voor de stadspoort van Leiden. Een document met grote lakzegel moet de mensen overtuigen van de werking van het wondermiddel. Op de tafel zit een aapje, dat wil zeggen: het publiek staat voor aap. Oftewel de boodschap van het schilderij luidt: laat je niet beetnemen. Links lokt een jongen een vogeltje zoals de kwakzalver de mensen probeert te lokken. Rechts rolt een jongen de beurs van een boerin. Recht onder de kwakzalver veegt een vrouw de poepbillen van een baby af. Het zaakje stinkt! De schilder zelf leunt uit het raam achter de kwakzalver en kijkt meewarig toe.

Gebruiksvoorwerpen

Macht en kracht
Hieronder is een kan, een zogenaamde aquamanile, te zien. Het woord komt van Aqua = water en manile= hand. Er zijn nog maar weinig van dit soort aquamanille's over. Deze kan heeft de vorm van een leeuw. De meeste mensen in Noord Europa hadden in de dertiende eeuw nog nooit een leeuw gezien maar kenden wel tekeningen of plaatjes van mensen die op hun verre reizen wél wilde dieren hadden gezien. Deze afbeeldingen werden vaak nageschilderd of nagemaakt net zoals deze bronzen leeuw. Het water wordt geschonken uit de bek en gebruikt voor het wassen van handen bij belangrijke gebeurtenissen. Het werd dan opgevangen in een grote kom. De leeuw, als de koning van de dieren, staat symbool voor macht en kracht.

Zeegod
Een ander bijzonder gebuiksvoorwerp is de nautilusbeker, gemaakt van een schelp. De schelp is afkomstig van een inktvis (de nautilus) met een uitwendig skelet in de vorm van een schelp. De exotische schelp is gevat in een verguld zilveren montuur. De voet is versierd met cartouches en bandwerk, de stam onder andere met draken. Bovenop de beker zit Neptunus, de god van de zee, op een zeepaard. In de hand houdt hij een drietand vast, zijn vaste attribuut. Naast hem zijn twee tritons afgebeeld. Dit zijn mythologische wezens in de gedaante van een halve vis en een halve man. Ze hebben een blaasinstrument aan de mond en begeleiden de zeegod Neptunus. Voorop de schelp is een vrouwenfiguur aangebracht. De manier waarop ze aan de buitenkant van de schelp is bevestigd doet denken aan het boegbeeld van een schip. De vergulde rand van de beker is aan beide kanten gegraveerd. Aan binnenkant is een scène van de Ontvoering van Europa ingegraveerd. Hiervoor diende een prent van Bernard Salomon als voorbeeld. De Griekse mythe vertelt dat Europa met haar vriendinnen op het strand was, toen er een prachtige stier op haar afkwam. Het was de oppergod Zeus die zichzelf in dit dier had veranderd. Europa ging op de rug van de stier zitten en zo werd zij ontvoerd naar het eiland Kreta, waar zij bleef wonen en drie zonen van de oppergod kreeg.

Duivels en demonen

Demonen
Het werk Orpheus en Euridyce van Jacopo del Sallaio is eigenlijk geen schilderij, maar de beschilderde voorkant van een 'cassone', een kist voor kleding en beddengoed. Dat verklaart ook het langgerekte formaat. Rijke Italiaanse families gaven zo'n kist (met inhoud) als huwelijksgeschenk. Sellaio verbeeldde op deze cassone de geschiedenis van de geliefden Orpheus en Eurydice. Het laat zich in drie scènes, als een stripverhaal, lezen. Centraal op de voorgrond vlucht Eurydice weg van Aristaios die een versierpoging doet. Tijdens haar vlucht stapt Eurydice op een slang en wordt gebeten. Links, achter de kudde schapen, zie je hoe Orpheus het nieuws van de dood van Eurydice ontvangt. Rechts nemen twee demonen Eurydice mee naar de onderwereld. De demonen worden afgeschilderd als figuren met vogelpoten en hoorntjes op hun hoofd.

Duiveltje
Boven de evangelist Johannes vliegt een eigenaardig duiveltje. Op het papier in zijn schoot staat in het Latijn: 'In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God'. Met deze beginregels begint Johannes zijn Evangelie. Hij is vol aandacht bij het schrijven en slaat geen acht op het landschap met twee ruiters te paard, een kasteel en de ommuurde stad achter hem. In het water zwemmen zwanen. Ook de duivel die zijn leren inktkoker heeft gestolen om hem het verder schrijven te beletten, kan zijn aandacht niet afleiden. De duivel lijkt op een half mens, half dier. Hij heeft punk haren en puntige oren en vleermuisachtige vleugels en een reptielenstaart. Zijn bruine mensenbenen eindigen in roofvogelpoten met scherpe nagels.

Kleur en lijn

Ruiter te paard
Met minimale middelen, enkele rake lijnen en kleurvlakken, trof Kandinsky de ruiter te paard in het werk 'Lyrisches'. Alles lijkt hier te bewegen, niet alleen de jockey en het rennende paard. Het landschap kun je eigenlijk niet meer herkennen, het zijn alleen nog maar kleuren en vlakken. De schilder wilde een schilderij maken van snelheid, bewegingen en blijdschap. Hij vond het niet zo belangrijk dat je het paard en de ruiter herkende. Hij vond het belangrijker dat hij zijn gevoelens verbeeldde. Het doek dateert uit 1911, Kandinsky's breekpunt van realisme naar abstractie. Het paard en de ruiter zijn nog net herkenbaar, maar de lijnen en kleurvlakken fungeren ook al als op zichzelf staande elementen.
Zie ook Kandinsky onder themahoofdstuk expressionisme.

Wilde aap
Voor Kokoschka was beweeglijkheid van penseelvoering en toets een essentieel kenmerk van het expressionisme. Modellen moesten constant in beweging zijn. Hij wilde niet alleen het lichaam schetsen, maar vooral het lichaam in beweging. Omdat dieren niet poseren, beschouwde hij ze als ideale onderwerpen. Deze mandril hieronder schilderde Kokoschka in de dierentuin van Londen in 1926. Op het schilderij is de mandril weer vrij in de wildernis. Kokoschka heeft de situatie dus niet geschilderd naar de werkelijkheid, maar zoals hij het wilde.

Mandril George in de dierentuin
Mandril George in de dierentuin, 1926

Voorbereiding / verwerking

Hieronder is het werk 'Shirley Temple, het jongste filmidool van haar tijd' van Salvador Dalí te zien. In dit fantasiebeeld van het Hollywood kindsterretje Shirley Temple heeft Dalí haar hoofd, geknipt uit een tijdschrift, op een leeuwenlichaam geplaatst. Hij transformeerde haar tot een moderne sfinx.
Dit werk kan uitgangspunt zijn voor een voorbereidende of verwerkingsles bij de museumles 'Beesten in Boijmans' (voor groep 2 t/m 4 van het Primair Onderwijs). Vraag de leerlingen welk dier zij graag zouden willen zijn. Dit kan als volgt vormgegeven worden:

- Laat de leerlingen zoveel mogelijk afbeeldingen verzamelen van hun gekozen dier. Dit kan in boeken en tijdschriften maar eventueel ook op internet. Stimuleer ze ook afbeeldingen van dieren in kunstwerken te zoeken. Van de verzamelde plaatjes kiezen ze de beste uit. Deze afbeeldingen kunnen in de vorm van een kringgesprek bekeken en besproken. Waarom willen ze graag het gekozen dier zijn? (bijvoorbeeld omdat het sterk/snel/groot/klein/gevaarlijk/lief is). En waarom is deze afbeelding naar hun mening de beste? (misschien omdat de klauwen zo goed zichtbaar zijn, of juist de vacht heel zacht lijkt etc.)

- Als vervolg hierop kunnen de leerlingen aan een portretfoto (dat mag ook een tekening zijn) een lichaam tekenen van hun gekozen dier. Stimuleer de leerlingen zoveel mogelijk details van het betreffende dier te laten zien (denk aan nagels, schubben, haartjes, veren, vinnen etc.). Leerlingen die sneller klaar zijn, kunnen een omgeving maken bij hun 'zelfportet als dier'. (wordt het een gortdroge woestijn, een regenachtige jungle of een zonnige heide?)

Sluiten

Mijn Boijmans

spring naar boven

spring naar boven