Vraag maar raak

Er zijn nog geen vragen over dit object gesteld.

loading..

Bedankt, je vraag is verzonden.

Helaas, er is iets mis gegaan met het verzenden van je vraag. Probeer het aub nog eens.

Terug

Download

High-res beeldmateriaal aanvragen

Boerderij aan een poel

Anoniem (in circa 1525-1550)

Specificaties

Titel Boerderij aan een poel
Materiaal en techniek Pen in bruine inkt, kaderlijnen met de pen in bruine inkt (deels afgesneden)
Objectsoort Tekening
Locatie Dit object is in het depot
Afmetingen Hoogte: 110 mm
Breedte: 181 mm
Makers Tekenaar: Anoniem
Inventarisnummer N 46 (PK)
Credits Bruikleen / Loan: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (voormalige collectie / former collection Koenigs)
Collectie Tekeningen & Prenten
Verwervingsdatum 1940
Leeftijd maker Onbekend
Signatuur Geen
Conditie Afgesneden hoeken, breuken en vouwen, inktvraat
Verzamelaar Franz Koenigs
Onderzoek Vroeg Nederlandse tekeningen uit de 15e en 16e eeuw
Literatuur Bevers 1998, p. 44
Materiaal Bruine inkt > Inkt > Kunstenaarsmateriaal > Materiaal > Materiaal en techniek
Pen > Kunstenaarsmateriaal > Materiaal > Materiaal en techniek
Object Tekening > Tweedimensionaal object > Kunstvoorwerp

Entry catalogus Nederlandse tekeningen uit de 15de en 16de eeuw

Auteur: Judith Niessen

Het Errera-album in Brussel en het Antwerpse tekenboek in Berlijn

In het museum bevindt zich een aantal landschapstekeningen die kunnen worden geassocieerd met twee tekeningenboeken in Brussel en Berlijn, die in het tweede kwart van de zestiende eeuw moeten zijn ontstaan. De boeken zijn voor een belangrijk deel gevuld met landschapstekeningen en motieven van rotsen, burchten en boerderijen zoals die voorkomen in schilderijen van Joachim Patinir, Herri met de Bles en hun navolgers. Veel daarvan zijn gebaseerd op bestaande motieven of composities. Beide boeken worden dan ook gezien als een verzameling modellen die ter inspiratie of als voorbeeld voor een nieuwe compositie in een schilderswerkplaats werden gebruikt.

Het boek in Brussel wordt het Errera-album genoemd, naar één van zijn vroegere eigenaren, Paul Errera die het in 1929 aan het museum legateerde.1 Het album bevat stads- en havengezichten, studies van bomen, rotsen, boerderijen en kastelen, enkele figuurstudies, een paar negentiende-eeuwse tekeningen en enkele lege bladen.2 De voorstellingen zijn in veel gevallen voorbereid door een ondertekening in zwart krijt en vervolgens getekend in bruine en zwarte inkt. Enkele tekeningen zijn vervaardigd op blauw, blauwgroen of donkerbruin gegrondeerd papier. Deze zijn vrijwel allemaal gehoogd in witte dekverf. Er wordt van uitgegaan dat de tekeningen oorspronkelijk afkomstig zijn uit hetzelfde schetsboek. Nu zijn de vierentachtig folios ingevoegd in een negentiende eeuws album. Elk blad meet 135 x 210 mm en een deel van de bladen is voorzien van het watermerk met de ‘gotische P’ (vergelijkbaar met Briquet 8677, Antwerpen 1503). In die gevallen betreft het een fragment dat zich aan de zijkant van het desbetreffende blad bevindt. Dit wijst erop dat de afzonderlijke folios deel uitmaakten van grotere bladen, die werden gevouwen en gesneden tot een tekeningenboek.

Het Berlijnse boek staat bekend als het ‘Antwerpse schetsboek’ en heeft honderdeneen folios.3 Het schetsboek bestaat vermoedelijk uit twee tekeningenboeken die al in de zestiende eeuw werden samengevoegd: de eerste 83 bladen hebben een kan als watermerk (vergelijkbaar met Briquet 12863, Den Haag 1524); van de daaropvolgende bladen is het papier dikker en zijn de bladen gemarkeerd met het watermerk ‘onbekende letters met een 4’ (vergelijkbaar met Briquet 9835, Antwerpen, 1549). Net als bij het Errera-album bevinden fragmenten van de watermerken zich aan de rand van de folios. De afzonderlijke bladen in het tekeningenboek meten c. 190 x 260 mm en de tekeningen zijn uitgevoerd met zwart krijt of in pen in bruine of zwarte inkt.

Ook hier bestaat de inhoud uit een groot aantal landschapstekeningen, waarvan een deel in stijl overeenkomt met de tekeningen in het Errera-album. Zestien landschappen geven Antwerpen weer. Ze onderscheiden zich van de andere landschappen door de daarvan afwijkende tekenstijl met miniscule arceringen, lusjes en haaltjes waaruit de architectuur van de stad is opgebouwd en de brede en schetsmatige lijnvoering in de voorgrond. Vermoedelijk zijn ze ter plaatse getekend. Op basis van de sloop van de stadsmuur die op sommige tekeningen is weergegeven, kunnen ze 1543 worden gedateerd. Tweeëntwintig tekeningen zijn schetsen voor een Verzoeking van de heilige Antonius, die kunnen worden geassocieerd met een schilderij van de Antwerpse kunstenaar Jan Mandyn.4 Een aantal bladen voorin het boek zijn voorzien van religieuze voorstellingen, zoals een Calvarieberg en de Boetvaardige Hieronymus. Sommige composities komen terug in schilderijen van Herri met de Bles, waardoor is gesuggereerd dat dit schetsboek in diens atelier kon worden geplaatst.5 Ook andere toeschrijvingen voor dit tekeningenboek zijn in het verleden overwogen. De onbekende maker van de tekeningen in het Errera-album kent tevens diverse identificaties. Zo werd het album in eerste instantie toegekend aan Joachim Patinir en kende het daarna toeschrijvingen aan Lucas van Valckenborch,6 de Meester van de Vrouwelijke Halffiguren (geïdentificeerd met Hans Vereycke,7 Cornelis Massijs8 en Matthijs Cock.9 Inmiddels wordt aangenomen dat verschillende (anonieme) kunstenaars voor de tekeningen in beide boeken verantwoordelijk zijn geweest. Hoewel een aantal motieven in beide albums voorkomen, zijn beide vermoedelijk afkomstig uit ieder een eigen werkplaats.10 Er zijn in ieder geval geen argumenten om de twee boeken in dezelfde werkplaats te situeren. Naast de tekeningen in beide albums, bevindt zich veel materiaal in diverse collecties dat in meer of mindere mate hieraan verwant is.11 Waarschijnlijk beschikten veel ateliers over dergelijke voorbeeldboeken die na verloop van tijd ontmanteld werden en waarvan de afzonderlijke bladen verspreid raakten. De eenduidige stijlkenmerken van deze groep landschapstekeningen doen vermoeden dat er onder schilders uit die periode bepaalde stijlconventies bestonden. Deze conventies maakten het hergebruik van elkaars motieven eenvoudiger en zorgden ervoor dat rondreizende schilders (gezellen) zonder al te veel problemen bij verschillende werkplaatsen konden worden ingezet. De grote aantallen in stijl aan elkaar verwante geschilderde landschappen uit die periode, bevestigt dit idee.12

Hautekeete introduceerde de noodnaam ‘Errera meester’ voor tekeningen die nauw verwant zijn aan de schetsen in het Errera-album.13 Aangezien er sprake is van verschillende handen en meerdere werkplaatsen, kiezen wij hier niet voor. Wij nemen deze groep tekeningen op onder Antwerpen, tweede kwart zestiende eeuw.

 

Boerderij aan een poel

Dit landschap is getekend op de achterzijde van een boodschappenlijstje, zo blijkt uit enkele woorden die kunnen worden ontcijferd op wat nu de keerzijde van het blad is. De voorstelling herhaalt een tekening op folio 63r uit het Antwerpse schetsboek in Berlijn (afb. 1).14 Beide tekeningen zijn gemaakt in dezelfde techniek, maar wijken af in stijl. Deze tekening is schetsmatiger van opzet dan de schets in Berlijn die nauwkeurig is uitgewerkt. De voorstelling benut daar slechts een deel van het blad, zoals dat het geval is met meerdere tekeningen in het boek.15 De maten van beide tekeningen stemmen in ieder geval niet met elkaar overeen en zullen dan ook niet van elkaar zijn overgenomen.

Noten

1 Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, inv. nr. 4630.

2 Gegevens over het Errera-album gebaseerd op Mielke in Berlin 1975, p. 135, onder nr. 181; Dunbar 1972, pp. 53-54 en Hautekeete 2007, pp. 138-141.

3 Berlijn, Kupferstichkabinett, inv. nr. 79C2. Gegevens over het Antwerpse schetsboek zijn gebaseerd op Bevers 1998, pp. 39-42. De laatste pagina’s van het tekeningenboek bevatten zeventiende-eeuwse schetsen voorzien van het monogram G W, dat vermoedelijk staat voor de Duitse kunstenaar Gabriel Weyer (1576-1632). Het ‘Berlijnse schetsboek’, verwijst naar een album met tekeningen afkomstig uit de werkplaats van Jacob Cornelisz van Oostsanen. Zie Ilona Van Tuinen, nog te publiceren.
De schilder Peter de Witte (c. 1548-1628), die het album in zijn bezit had, nummerde 147 pagina’s. Daarvan zijn er nog 101 over. Van de verwijderde bladen kan er slechts een geïdentificeerd worden, Rust op de vlucht naar Egypte in Stuttgart, Staatsgalerie, inv. nr. 49. Bevers 1998, p. 39.

4 Wenen, Kunsthistorisches Museum, inv. nr. 3688.

5 Bevers 1998, pp. 45-48. Voor een overzicht van eerdere toeschrijvingen; Mielke in Berlin 1975, p. 135, onder nr. 180.

6 Gudlaugson 1959. Voor een meer uitgebreid overzicht van toeschrijvingen; Mielke in Berlin 1975, pp. 135-136, onder nr. 181.

7 Benesch 1943.

8 Wescher in ThB 24 (1930), pp. 225-226.

9 Boon 1955a. Dunbar 1972. pp. 72-73 (zijn Meester ‘B’). D’Haene 2007, p. 16, n. 149, meent dat de toeschrijving aan Matthijs Cock overweging verdient.

10 Bevers 1998, p. 42. Mielke in Berlijn 1975, p. 135 en Bevers 1998, p. 45 (n. 16) geven beide een overzicht van de herhalingen in beide albums.

11 Zie voor voorbeelden ondermeer H. Mielke in Berlijn 1975, under nrs. 180-181 en Hautekeete 2007, p. 140, n. 30.

12 Van den Brink in Antwerp 2005, p. 7 met verdere verwijzingen voor werkplaatspraktijk.

13 Hautekeete 2007, p. 140.

14 Zie de inleiding op het Errera-album en het Antwerpse schetsboek.

15 Bevers wijst op de verwantschap van deze schetsen met de latere voorstudies en gravures van de ‘Kleine landschappen’ die door Hieronymus Cock zijn gegraveerd uit de jaren 1550. Bevers 1998, p. 44. Zie N 31.

Toon alle noten Verberg noten

Alles over de maker