Maker

Pieter Bruegel (I)

Brueghel circa 1526/1530 - Brussel 1569

Pieter Bruegel werd omstreeks 1525 geboren, waarschijnlijk in of bij Breda. Vanaf 1551 werkte hij in Antwerpen, destijds één van de de belangrijkste steden van West-Europa. In 1552 of 1553 reisde hij via Frankrijk naar Italië, tot aan Sicilië. Na 1560 ging hij in Brussel werken, waar hij trouwde met de dochter van zijn vermoedelijke leermeester Pieter Coecke van Aelst. Aanvankelijk maakte hij vooral landschappen, maar later overheersten de figuurstukken met godsdienstige, belerende of satirische onderwerpen. Door de laatste twee onderwerpen verwierf hij de bijnaam 'Boeren Bruegel'. Pieter Bruegel de Oude was de stamvader van een schildersdynastie waarvan zijn zonen Pieter Brueghel de Jonge, genaamd 'Helse Breughel', Jan Brueghel de Oude, genaamd 'Fluwelen Brueghel', en zijn kleinzonen Jan Brueghel de Jonge en David Teniers de Jonge deel uitmaken.

Auteur: Judith Niessen (2012-11-27)

Over het leven van de schilder, tekenaar en prentontwerper Pieter Bruegel is weinig bekend.1 De belangrijkste bron is de biografie die Karel van Mander in zijn Schilder-boeck (1604) opnam, maar deze is niet vrij van topoi en verzonnen anecdotes.2 Van Mander presenteert de kunstenaar als ‘boeren-Bruegel’, die verkleed als boer op het platteland kermissen, bruiloften en maaltijden bijwoonde en dit vrolijke boerenleven in zijn schilderijen vastlegde.

Een van de vroegste documenten waarin Bruegel genoemd wordt, is het bewijs van zijn inschrijving als meester in het Antwerpse Sint-Lucasgilde, dat dateert uit 1551. Op basis daarvan is zijn geboortejaar omstreeks 1525-1530 gesteld. Ook de geboorteplaats van de kunstenaar is onbekend. Mogelijk werd hij geboren in Breughel of Brogel, plaatsjes in (respectievelijk) de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. Evenmin is veel bekend over Bruegels opleiding. Volgens Van Mander ging hij in de leer bij Pieter Coecke van Aelst in Brussel, met wiens dochter Bruegel trouwde. Bewijzen voor een leertijd bij Coecke ontbreken echter. In 1550 en 1551 was de kunstenaar aantoonbaar in Mechelen, waar hij werkte voor de kunstenaar en kunsthandelaar Claude Dorizi: Bruegel schilderde toen de zijluiken van een (verloren gegaan) altaarstuk voor de Mechelse Sint Romboutskathedraal. Daarna registreerde hij zich in Antwerpen (1551) en reisde naar Frankrijk en Italië zoals ook Karel van Mander beschrijft. Een verblijf in Italië tussen 1552 en 1554 wordt bevestigd door tekeningen die Bruegel tijdens zijn reis maakte en door de inventaris van de Kroatische miniaturist Giulio Clovio, die in Rome met Bruegel samenwerkte en diverse werken van hem noemt.3

Na terugkeer in Antwerpen in 1554 ging Bruegel werken voor de graveur en prentuitgever Hieronymus Cock. Tot 1561 leverde Bruegel meer dan veertig ontwerptekeningen voor prenten. Vanaf 1562 kreeg de kunstenaar meer opdrachten voor het maken van schilderijen en nam zijn rol als leverancier van ontwerptekeningen af. In 1563 trouwde Bruegel in Brussel met de dochter van Pieter Coecke van Aelst, Maria. Vermoedelijk verruilde hij in datzelfde jaar Antwerpen voor Brussel. De meeste van Bruegels circa veertig schilderijen dateren uit deze laatste jaren van zijn leven. Hij schilderde kabinetstukken op groot formaat voor welgestelde en ontwikkelde kunstliefhebbers in Antwerpen en Brussel, zoals kardinaal Antoine Perrenot de Granvelle, de aartsbisschop van Mechelen en de cartograaf Abraham Ortelius, met wie Bruegel ook bevriend was. De Antwerpse koopman Nicolaes Jongelinck bezat maar liefst zestien schilderijen van Bruegels hand, waaronder de Toren van Babel (1563), de Kruisdraging (1564, beide in Wenen, Kunsthistorisches Museum) en de serie Twaalf Maanden (1565, ook deels in Wenen).4

Pieter Bruegel overleed in Brussel in 1569. Zijn zonen Jan Brueghel (1568-1625) en Pieter Breughel de Jonge (1564-1637/38) werden ook schilder. Na de dood van Pieter Bruegel groeide zijn faam en werden zijn schilderijen zeer gewilde verzamelobjecten. Zo bezat in de late zestiende eeuw keizer Rudolf II van Praag een verzameling schilderijen van Bruegels hand.

Noten

1 Deze biografie is gebaseerd op die van N. Orenstein in Rotterdam/New York 2001, pp. 3-11.

2 Van Mander 1604 (editie Miedema), fols. 233r-234r.

3 Orenstein in Rotterdam/New York 2001, p. 6.

4 Zie voor deze schilderijen Sellink 2007, nrs. 124, 127, 134-138.