Maker

Antonius Wierix (II)

Antwerpen 1555/1559 - Antwerpen 1604

Auteur: Yvonne Bleyerveld

De graveur, prentontwerper en uitgever Antonius II Wierix was de zoon van de Antwerpse schilder en meubelmaker Antonius I (ca. 1520/25-ca. 1572) en de jongere broer van de graveurs, prentontwerpers en uitgevers Johannes (1549 in of kort na 1620) en Hieronymus Wierix (1553-1619).1 Hij was de vader van de jong gestorven graveur Antonius III Wierix (1596-1624), met wie zijn werk in het verleden wel verward werd.2 Bij wie Antonius II zijn leertijd doorbracht is niet bekend, maar hij zal in ieder geval bij zijn broer Hieronymus in de leer zijn geweest.3 In 1590/91 werd hij voor het eerst geregistreerd in het Antwerpse Sint-Lucasgilde, hoewel hij op zijn laatst in 1579 al actief  was als graveur. Hij werkte voor zover bekend zijn hele leven in Antwerpen, al verliet hij in 1601 enkele maanden  de stad voor zaken. Onbekend is waar hij toen verbleef.4

Net als zijn broers was Antonius II lutheraan. Ondanks hun religieuze gezindheid brachten de gebroeders Wierix volop prenten op de markt met een religieuze of devotionele iconografie die aansloot bij de contrareformatie: oud- en nieuwtestamentische scènes, evangelisten en apostelen, kerkvaders en heiligen. Ook prenten met een andere thematiek werden door de broers ontworpen, gegraveerd en uitgegeven, zoals portretprenten, landschappen, kaarten en ornamentprenten. Antonius II graveerde ontwerpen van andere Antwerpse kunstenaars – vooral van Maarten de Vos – maar ook zijn eigen ontwerpen. Tot op heden is echter maar één prentontwerp van zijn hand bekend, de Kruisiging in Museum Boijmans Van Beuningen (inv. nr. MB 1921). Daarnaast graveerde en publiceerde Antonius II prenten naar maniëristische kunstenaars als Frederico Barocci, Francesco Primaticcio en Bartholomeus Spranger.5

Noten

1 Deze biografie is gebaseerd op de inleiding door Van Ruyven-Zeman in Hollstein dl. LXIX, pp. xiv-xlv.

2 Van Ruyven-Zeman in Hollstein dl. LXIX, p. xiv.

3 Ruyven-Zeman 2002, p. 392.

4 Van Ruyven-Zeman in Hollstein dl. LXIX, p. xvi.

5 Van Ruyven-Zeman in Hollstein dl. LXIX, p. xxvii.