Over de collectie - in zeven stappen door de geschiedenis van het museum

De verzameling kunst en vormgeving van Museum Boijmans Van Beuningen omvat meer dan 145.000 objecten. Vanaf 1849 is er hartstochtelijk verzameld zowel door het museum als door particulieren. De collectie kent een veelbewogen geschiedenis met hoogte- en dieptepunten.

1. Het begin en het einde van de collectie

Museum Boijmans Van Beuningen heeft net als veel van de oudste musea van Nederland zijn oorsprong in de nalatenschap van een particulier. Frans Jacob Otto Boijmans neemt zich in 1820 echter voor om zijn collectie aan de Gemeente Utrecht te schenken. Het scheelt dus niet veel of de collectie komt in Utrecht terecht en niet in Rotterdam. Het doel van Boijmans is om Museum Boymannianum te stichten waarvan hij de eerste directeur zal worden. Als de burgemeester van Utrecht de collectie echter afwimpelt, stapt Boijmans naar de burgemeester van Rotterdam.

Na jarenlang onderhandelen wordt een overeenkomst getroffen tussen het gemeentelijk bestuur van Rotterdam en Boijmans. Op zijn aandringen koopt de Gemeente Rotterdam het Schielandshuis ter huisvesting van de collectie. In 1849 opent het museum zijn deuren.

In de nacht van 15 op 16 februari 1864 ontstaat er door onbekende oorzaak brand op de zolder van het Schielandshuis. Het museum raakt in een nacht ruim twee derde van zijn collectie kwijt. Museummedewerkers ondernemen heldhaftige pogingen om kunstwerken te redden. Een van de obstakels in de reddingspoging is dat de sleutel van de kunstopslag onvindbaar is.

Cornelis van der Griendt, De brand in het Schielandshuis, 1864, zwart krijt, pen in bruine inkt, grijs en rood gewassen, wit gehoogd, schenking: C. van der Grient 1900
Cornelis van der Griendt, De brand in het Schielandshuis, 1864, zwart krijt, pen in bruine inkt, grijs en rood gewassen, wit gehoogd, schenking: C. van der Grient 1900
Petrus van der Velden, Het uitgebrande Museum Boymans, 1864, aquarel en dekverf op papier
Petrus van der Velden, Het uitgebrande Museum Boymans, 1864, aquarel en dekverf op papier

Van 480 schilderijen gaan er 293 verloren, waaronder vrijwel alle meesterstukken van groot formaat. Een belangrijke reden hiervoor is dat grote schilderijen vaak hoog aan de muur hangen. Grote formaten zijn daar nog goed te zien. Kleine schilderijen worden lager op de wand geplaatst, dichter bij de bezoeker. Van de tekeningen blijven slechts 18 van de 31 omslagen behouden: vanwege de alfabetische ordening overleven alleen de bladen van Nederlandse kunstenaars met initialen C tot S. Onder meer zeldzame tekeningen van Italiaanse en Franse meesters gaan verloren. Van prenten, etsen, aardewerk, porselein en beeldhouwwerk blijft niets bewaard.

Wist je dat

branden in deze tijd worden geblust met water uit de grachten? De nacht dat het Schielandshuis in brand staat is de gracht bevroren waardoor het blussen extra moeizaam gaat.

2. De collectie nieuw leven inblazen

Na de verwoestende brand in het Schielandshuis keert de verzekering 136.129,62 gulden uit. Dit bedrag wordt volledig aan nieuwe kunstaankopen besteed. Er wordt een commissie aangesteld om een voorstel te schrijven voor de nieuwe aankopen. Hierin staat dat Boijmans’ verzameling bijna uitsluitend bestaat uit ‘voortbrengselen der beroemde Nederlandsche schilderschool van de 17de eeuw’. De commissie bepaalt dat het accent bij vervanging hierop blijft liggen. Hiernaast mogen enkele moderne schilderijen aangekocht worden.

Directeur Ary Lamme (dir. 1852-1870) koopt dat jaar 26 schilderijen en in het najaar van 1864 worden nog negen schilderijen geschonken. In de periode 1864-1867 worden in totaal 16 schenkingen en 85 aankopen gedaan. Schilderijen genieten prioriteit in het aankoopbeleid ten opzichte van tekeningen, prenten, aardewerk, porselein en beeldhouwwerk.

De brand heeft een positieve invloed op de kwaliteit van de collectie van het museum. 293 schilderijen gaan verloren, maar daarvoor in de plaats worden er in totaal 101 verworven van hogere kwaliteit. De genres van de schilderijen lopen uiteen: stillevens, landschappen, historiestukken en portretten van onder anderen Rembrandt, Frans Hals en Ferdinand Bol.

De puzzel die het Boijmans heet…

Een video over de ontstaansgeschiedenis van de museumcollectie en de rol van Stichting Museum Boijmans Van Beuningen.

3. De collectie in het Schielandshuis

Tussen 1900 en 1907 verhuizen de medegebruikers van het Schielandhuis, het Gemeentearchief en de Boekerij, uit het pand. Museum Boymans krijgt nu veel meer ruimte om de collectie te presenteren. Het gevolg is een herindeling van de opstelling van de collectie. Deze herindeling en de heropening in 1909 heeft - net als de heropening na de brand in 1864 - een positieve invloed op de groei van de collectie: veel verzamelaars grijpen het moment aan om delen van hun verzameling te schenken.

In de oude presentatie van de collectie is er onderscheid gemaakt tussen oude en moderne kunst en gegroepeerd op kunstenaar of genre. In de nieuwe presentatie wordt niet alleen oude en moderne kunst onderscheiden, maar is de indeling ook gebaseerd op plaatselijke stromingen. In Nederland is dit vernieuwend, maar in Duitsland wordt dit al gedaan in het Kaiser Friedrich Museum. Door deze inrichting valt het op dat kunst van buitenlandse kunstenaars ondervertegenwoordigd is in de collectie. Net als schilderijen van Vlaamse- en Nederlandse primitieven.

Door de groeiende collectie en bezoekersaantallen van Museum Boymans wordt het Schielandshuis te klein. Onder directeur Dirk Hannema (dir. 1921-1945) worden afspraken gemaakt om een nieuw museumgebouw te bouwen. Het nieuwe museum wordt gebouwd op het gemeentelijke stuk grond landgoed Dijkzigt. In 1929 begint de bouw van het nieuwe museum dat in 1935 zijn deuren opent.

Ontdek de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen

Milou bezoekt Museum Boijmans Van Beuningen. Ze vertelt hoe het museum aan zijn collectie komt en ontdekt wat er allemaal te zien en te doen is.

4. Kersttentoonstelling

Tijdens het directoraat van Frederik Schmidt-Degener (dir. 1908-1921) wordt het organiseren van tentoonstellingen tijdens de kerst steeds belangrijker. Met exposities rondom geleende werken probeert Schmidt-Degener aandacht voor het museum te wekken. Voor de tentoonstelling worden stukken uit Rotterdamse privéverzamelingen op ezels in de zalen gezet bij schilderijen uit de collectie die eenzelfde karakter vertonen. Vanaf 1917 wordt er uitvoerig in het jaarverslag ingegaan op het geëxposeerde werk van de ‘Kersttentoonstellingen’.

Deze traditioneel geworden Kersttentoonstellingen worden almaar omvangrijker. Steeds meer binnen- en buitenlandse verzamelaars willen hun verzameling graag uitlenen. In 1933 trekt de Kersttentoonstelling een recordaantal van zevenduizend bezoekers en in 1938 wordt er voor het eerst een Kersttentoonstelling gewijd aan één kunstenaar: Pieter Jansz. Saenredam.

Pieter Jansz. Saenredam, Gezicht op de Mariaplaats en de Mariakerk te Utrecht', 1662, olieverf op paneel, aankoop 1872
Pieter Jansz. Saenredam, Gezicht op de Mariaplaats en de Mariakerk te Utrecht', 1662, olieverf op paneel, aankoop 1872
Pieter Jansz. Saenredam, Interieur van de Sint Janskerk te Utrecht, ca. 1650, olieverf op paneel, aankoop 1872
Pieter Jansz. Saenredam, Interieur van de Sint Janskerk te Utrecht, ca. 1650, olieverf op paneel, aankoop 1872

Bernlef over ‘Gezicht op de Mariaplaats’ van Pieter Saenredam

De schrijver Bernlef vertelt over zijn interpretatie van dit werk van Pieter Saenredam uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen.

5. De collectie tijdens de Tweede Wereldoorlog

Als op 26 augustus 1939 de mobilisatie wordt afgekondigd sluit het museum en begint men met het nemen van veiligheidsmaatregelen. Zeven weken later is de collectie al weer gedeeltelijk toegankelijk voor het publiek. Vooral de oude kunst is veiliggesteld terwijl de moderne schilderkunst is ingericht zoals vóór de sluiting. De reden hiervoor is dat men moderne kunst makkelijker denkt te kunnen vervangen.

Tijdens het bombardement van Rotterdam op 10 mei 1940 komt het hele centrum van de stad in puin te liggen en komen honderden mensen om het leven. Tot de capitulatie op 15 mei 1940, schuilen zo’n dertig mensen - medewerkers en hun familieleden - in het museum. Het gebouw blijft gespaard. Na de bombardementen worden alle kunstwerken uit de zalen gehaald en in de kelders opgeborgen. In de loop van de tijd worden ook kunstwerken elders uit de stad in de kelders bewaard. Een deel van de collectie wordt bovendien opgeslagen in schuilkelders in de duinen bij Castricum en Zandvoort, in Paasloo, Heemskerk, de Sint Pietersberg bij Maastricht en in een kasteel in Heukelum. Na de oorlog bleek het terughalen van al deze werken nog een hele klus, aangezien de infrastructuur totaal ontregeld was.

Wist je dat

D.G. van Beuningen zijn kunstcollectie - die later onderdeel van de museumcollectie wordt - tijdens de oorlog in de tuin van zijn buitenhuis in Vierhouten begraaft?

6. Moderne aanwinsten

Geïnspireerd door het succes van het in 1895 geopende Stedelijk Museum in Amsterdam, ontstaat in de jaren zestig bij Gemeente Rotterdam de wens om een eigen moderne kunstmuseum op te richten. Hiervoor moet deels uit de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen worden geput. Directeur Coert Ebbinge Wubben (dir. 1950-1978) is hier fel op tegen. Hij pleit voor een museum dat oude en moderne kunst combineert. Het probleem is echter dat er tot dan toe weinig moderne kunst is verzameld.

Renilde Hammacher (1913-2014) wordt in 1962 de eerste conservator moderne kunst in het museum. Zij besluit zich binnen de moderne kunst vooral te richten op het surrealisme. In de bestaande collectie vormt het werk van Jeroen Bosch en ‘De Toren van Babel’ van Pieter Bruegel I een belangrijke kern. Dergelijk werk is een belangrijke bron van inspiratie geweest voor de surrealisten. Op de vraag ‘Waarom het surealisme?’ antwoordt Hammacher: ‘omdat in het surrealisme op een bepaalde manier aan de realiteit en vooral aan het menselijke in de kunst, zij het dan vaak in zijn meest bizarre vorm, appelleert en dat juist deze elementen de jongste generaties hebben geboeid.’ Omdat geen van de andere Nederlandse musea zich heeft toegelegd op het surrealisme, kiest Hammacher met haar keuze slim positie binnen het Nederlandse kunstenveld.
Bekijk hier het interview met Renilde Hammacher bij De Wereld Draait Door.

 

Dalí in Rotterdam

Renilde Hammacher-van den Brande, de allereerste hoofdconservator moderne kunst van Museum Boijmans Van Beuningen, organiseert de succesvolle Dalí-tentoonstelling. Ze herinnert zich nog als de dag van gisteren het moment dat ze naast de legendarische surrealistische meester op de sofa zit. Dalí noemt zichzelf in alle bescheidenheid: Il Divino - De Goddelijke.

Onder directeur Wim Beeren (dir. 1978-1985) ontstaat een nadruk op de afdeling toegepaste kunst. Zijn doel is om de verbinding tussen kunst en kunstnijverheid te tonen aan de hand van verschillende momenten uit de geschiedenis. Beeren neemt Martin Visser (1922-2009) aan als hoofdconservator. Samen delen zij een passie: conceptuele kunst en minimal art. De vijf sleutelfiguren binnen het aankoopbeleid worden Claes Oldenburg, Andy Warhol, Joseph Beuys, Walter de Maria en Bruce Nauman.

In 1980 wordt het voor musea aantrekkelijker om Nederlandse kunst te verwerven. Het toenmalige ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur stelt een bedrag beschikbaar om aankopen te doen buiten de museumbegroting om. Museum Boijmans Van Beuningen grijpt deze gelegenheid aan om een ‘Stadscollectie’ te vormen en eigentijdse Rotterdamse kunstenaars hiermee actief te volgen en te verzamelen.

Ook Beerens opvolger Wim Crouwel (dir. 1985-1993) maakt zich sterk voor de afdeling moderne kunst. Vanaf 1989 groeit deze deelcollectie snel. Er wordt voortgeborduurd op de eerder vergaarde verzameling surrealisme. Naast figuratieve moderne kunst, zoals van Milan Kunc en Anselm Kiefer, staan ook abstracte kunstwerken van onder meer Gerhard Richter op de verlanglijst van de conservatoren. Ook worden de collecties fotografie, minimal art, moderne tekeningen, grafiek en video uitgebreid.

Tijdreizen door de collectie: de terugkeer van de schilderkunst

In 400 jaar reis je door de collectie van de Oude Meester Cornelis van Haarlem naar Sandro Chia, een zogeheten Italiaanse ‘Transavantgardist’. Maar wat hebben hun schilderijen eigenlijk met elkaar te maken?

7. Recente uitbreidingen van de collectie

De meest spraakmakende aankoop die recent is gedaan is misschien wel de ‘Pindakaasvloer’ van Wim T. Schippers in 2010. Maar dat is natuurlijk niet het enige kunstwerk dat het museum de laatste jaren heeft verworven. Onder directeur Chris Dercon (dir. 1996-2003) wordt in 1997 een aankoopstop afgekondigd. maar in deze periode zijn er wel schenkingen gedaan. Een mooi voorbeeld is de permanente bruikleen van ‘Landschap bij Aix met de Tour de César’ van Paul Cézanne in 1998.

Hella Jongerius, Frog Table, 2009, Frans walnotenhout, verf en epoxy, aankoop met steun van BankGiro Loterij 2009
Hella Jongerius, Frog Table, 2009, Frans walnotenhout, verf en epoxy, aankoop met steun van BankGiro Loterij 2009
René Magritte, Le miroir vivant, 1928, olieverf op doek, aankoop met steun van:  Vereniging Rembrandt (mede dankzij haar Dura Kunstfonds), het Mondriaan Fonds, Stichting Museum Boijmans Van Beuningen, Stichting Fonds W. van Rede, het Prins Bernhard Cultuurfonds (mede dankzij haar Breeman Talle Fonds), de BankGiro Loterij 2015
René Magritte, Le miroir vivant, 1928, olieverf op doek, aankoop met steun van: Vereniging Rembrandt (mede dankzij haar Dura Kunstfonds), het Mondriaan Fonds, Stichting Museum Boijmans Van Beuningen, Stichting Fonds W. van Rede, het Prins Bernhard Cultuurfonds (mede dankzij haar Breeman Talle Fonds), de BankGiro Loterij 2015

Pindakaaspost: Wat is de betekenis van de pindakaasvloer?

Waarom een pindakaasvloer? Wat bedoelt de kunstenaar ermee? Wat voor betekenis heeft de pindakaas hier? De pindakaasvloer van Wim T. Schippers riep bij veel bezoekers dit soort vragen op. In deze video legt Wim T. het uit!

Directeur Sjarel Ex (dir. 2004 - heden) maakt aankopen mogelijk van veel moderne en hedendaagse kunst en design. Enkele verwervingen zijn de installatie ‘Laat je haar neer’ van Pipilotti Rist, de sculptuur ‘Apollo’ van Olaf Nicolai op het binnenplein, ‘Frog Table’ van Hella Jongerius en de Merry-Go-Round Coat Rack’ van Studio Wieki Somers. Ook de aankoop van een zeldzame 15de-eeuwse tekening van Van Eyck is een recent hoogtepunt. Met de verwerving van het schilderij ‘Le miroir vivant’ van René Magritte is in 2016 bovendien de collectie moderne kunst verrijkt met een werk dat een brug slaat tussen dadaïsme, surrealisme en pop art.

De Pindakaasvloer van Wim T. Schippers

Deze video vertelt waar de Pindakaasvloer van Wim T. Schippers uit voort komt en hoe het werk past in het oeuvre van deze unieke ideeënman, die al op zijn twintigste in het Stedelijk Museum exposeert en een internationale carrière als beeldend kunstenaar voor de boeg lijkt te hebben.