Manet tot Cézanne: impressionistische tekeningen uit eigen collectie

In het Prentenkabinet van Museum Boijmans Van Beuningen is van 25 mei tot en met 17 september de tentoonstelling 'Manet tot Cézanne: impressionistische tekeningen uit eigen collectie' te zien. Deze prachtige selectie impressionistische tekeningen komt uit de eigen collectie van het museum die in totaal ruim 15.000 tekeningen en 65.000 prenten bevat.

De tentoonstelling bevat 34 werken, geselecteerd uit de verzameling (post)impressionistische tekenkunst van het museum. Er zijn tekeningen te zien van onder meer Manet (5 bladen), Degas (4x), Renoir (4x), Cézanne (4x), Toulouse-Lautrec (3x) en Seurat (1x). Het leeuwendeel van de geselecteerde werken is afkomstig uit de voormalige collectie Koenigs.

Tekenen als manier om snel te 'schilderen'

De impressionisten zorgden rond 1870 voor een revolutie in de schilderkunst. Vernieuwend aan hun manier van werken was het gebruik van losse penseelstreken, heldere kleuren en bijzondere lichteffecten. Door krijt of aquarel te gebruiken, konden ze sneller werken dan de schilders. Daarom was de tekenkunst uitermate geschikt voor het vastleggen van vluchtige impressies van het landschapen en het leven in de stad.

De impressionisten gebruikten meestal ‘zacht’ tekenmateriaal wat een schilderachtig effect gaf. Kunstenaars als Degas, Pissarro en Renoir werkten veel met krijt en pastel, Seurat had een uitgesproken voorkeur voor contékrijt en Cézanne excelleerde in de aquareltechniek.  Minder vaak kozen de impressionisten voor de pen en het (harde) potlood, die in hun ogen een  te scherpe afbakening van de vormen opleverden. De korrelige structuur van krijt laat het papier deels onbedekt, waardoor het licht gevangen wordt in de tekening. Door het gebruik van losse en meervoudige contouren werd bovendien beweging in de tijd gesuggereerd.

Auguste Renoir, Twee vrouwen, lopend naar rechts, circa 1890, Bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (voormalige collectie Koenigs)
Edgar Degas, Studie van een naakte ruiter te paard, circa 1890, Bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (voormalige collectie Koenigs)

Impressionisme is een rekbaar begrip. De meeste van de in de tentoonstelling vertegenwoordigde kunstenaars hebben deelgenomen aan  groepstentoonstellingen tussen 1874 en 1886. Dat geldt ook voor Seurat en Signac, die men al snel neo-impressionisten ging noemen, en Cézanne en Gauguin wier werk tegenwoordig tot het post-impressionisme gerekend wordt, net als dat van Toulouse-Lautrec. Bij deze stromingen uit de late negentiende eeuw gaat het niet meer om impressies van de waargenomen werkelijkheid. Vergeleken met de oorspronkelijke impressionisten kiezen deze kunstenaars voor een conceptuelere benadering, met een sterkere ordening en abstrahering.