Goya's 'Verschrikkingen van de oorlog'

Goya staat onder tijdgenoten vooral bekend als hofschilder, maar tegenwoordig is hij vooral bekend om zijn uitgesproken visie op de samenleving, die hij in prenten en tekeningen tot uitdrukking brengt. De serie ‘Verschrikkingen van de oorlog' heeft als onderwerp de gebeurtenissen tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog.

Wat is er te zien?

Tussen 1808 en 1814 staan de Spanjaarden, Portugezen en Britten tegenover de Fransen onder het bewind van Napoleon. Francisco José de Goya y Lucientes beeldt in zijn serie 'Los Desastres de la Guerra' (de verschrikkingen van de oorlog) de gebeurtenissen tijdens deze oorlog af. In het eerste deel van Goya's reeks zijn we getuige van oorlogstaferelen: gewonde soldaten, verkrachtingen, executies en verminkte lichamen. Na deze heftige scènes volgen uitbeeldingen van de hongersnood in Madrid in 1811-1812. Het laatste deel van de serie bestaat uit allegorische composities met kritiek op het regime van koning Ferdinand VII na de oorlog. Neem een kijkje in de selectie 'Desastres' hieronder.

Goya's 'Verschrikkingen van de oorlog'

Techniek en editie

Francisco Goya vervaardigt zijn ‘Desastres’ tussen 1810 en 1820. Van een publicatie komt het dan echter niet, vermoedelijk vanwege de moeilijke politieke omstandigheden. Slechts twee van zijn vier prentreeksen worden nog tijdens zijn leven op de markt gebracht: ‘Los Caprichos’ (de grilligheden) in 1799 en ‘La Tauromaquia’ (het stierengevecht) in 1816. ‘Los Desastres’ wordt pas 35 jaar na de dood van Goya gepubliceerd door de Koninklijke Academie van San Fernando in Madrid, net als de vierde serie, ‘Los Proverbios’ (de spreekwoorden).

De prenten van de ‘Desastres’ getuigen van Goya’s hoogst individuele aanpak, met een veelheid aan grafische technieken. De kunstenaar begint meestal met het etsen van de contouren van de compositie. Schaduwpartijen en tonen die voor diepte zorgen, worden vervolgens verkregen met aquatint of lavis. Met het bruineerstaal worden ten slotte de hooglichten versterkt en met de drogenaald of de burijn de laatste verbeteringen aangebracht. In sommige gevallen (bijvoorbeeld blad 4 en 59) is het werkproces andersom. Goya begint dan met aquatint over de gehele koperplaat, terwijl hij daarna pas de lijnen etst en de hooglichten met het bruineerstaal aanbrengt.

Blad 4 uit Desastres. Francisco Goya, Las mugeres dan valor (De vrouwen tonen hun moed), circa 1810-1814, ets, aquatint, lavis, drogenaald en bruineerstaal met plaattoon op velijnpapier, schenking: Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis 1923
Blad 4 uit Desastres. Francisco Goya, Las mugeres dan valor (De vrouwen tonen hun moed), circa 1810-1814, ets, aquatint, lavis, drogenaald en bruineerstaal met plaattoon op velijnpapier, schenking: Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis 1923
Blad 59 uit Desastres. Francisco Goya, De qué sirve una taza? (Wat voor nut heeft één kom?), circa 1811-1812, ets, aquatint, lavis en bruineerstaal met plaattoon op velijnpapier, schenking: Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis 1923
Blad 59 uit Desastres. Francisco Goya, De qué sirve una taza? (Wat voor nut heeft één kom?), circa 1811-1812, ets, aquatint, lavis en bruineerstaal met plaattoon op velijnpapier, schenking: Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis 1923

Het vaststellen en beschrijven van de precieze technieken die Goya gebruikt, is zelfs voor specialisten bijzonder lastig. Sommige technische nuances, zoals de subtiele toonverschillen, de drogenaaldpartijen en het sterke licht-donkercontrast, zijn alleen in de eerste editie van de ‘Desastres’ zichtbaar. De tentoongestelde prenten stammen uit deze eerste editie, gedrukt in 1863 te Madrid. Een aantal bladen vertegenwoordigt een zeldzame, heel vroege staat, met spellingsfouten in de titels die pas in een later stadium tijdens het drukken van de editie zouden worden verbeterd.

Andere prenten

Rond 1820 schenkt Goya een exemplaar van de ‘Desastres’-reeks aan zijn vriend Augustín Ceán Bermúdez. Dit album (momenteel in het British Museum) bevat vijf prenten die niet voorkomen in de postume edities: twee extra ‘Desastres’ (blad 81 en 82) alsmede drie kleinere etsen met gevangenen. Een van deze zogenoemde ‘Kleine gevangenen’ wordt in 1867 gepubliceerd in het tijdschrift Gazette des Beaux-Arts.

Motieven

Het motief van de geknevelde man komt op vergelijkbare wijze voor op twee bladen uit de ‘Desastres’-reeks (nr. 34 en 35). Dit is vermoedelijk de eerste seculiere voorstelling die Goya naar eigen ontwerp etst. Daarvoor heeft hij enkele religieuze onderwerpen in prent gebracht en reproducties gemaakt naar schilderijen van de grootste Spaanse meester die voor hem heeft geleefd: Diego Velázquez (Sevilla 1599 - Madrid 1660).

Francisco Goya, De geknevelde, circa 1778-1780, ets en burijn op velijnpapier, aankoop met steun van: Stichting Lucas van Leyden 1957
Francisco Goya, De geknevelde, circa 1778-1780, ets en burijn op velijnpapier, aankoop met steun van: Stichting Lucas van Leyden 1957
Blad 34 uit Desastres. Francisco Goya, Por una navaja (Om een mes), circa 1810-1814, ets, drogenaald, burijn en bruineerstaal met plaattoon op velijnpapier, schenking: Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis 1923
Blad 34 uit Desastres. Francisco Goya, Por una navaja (Om een mes), circa 1810-1814, ets, drogenaald, burijn en bruineerstaal met plaattoon op velijnpapier, schenking: Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis 1923
Blad 35 uit Desastres. Francisco Goya, No se puede saber por qué (Niemand weet waarom), circa 1810-1814, ets, lavis, drogenaald, burijn en bruineerstaal met plaattoon op velijnpapier, schenking: Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis 1923
Blad 35 uit Desastres. Francisco Goya, No se puede saber por qué (Niemand weet waarom), circa 1810-1814, ets, lavis, drogenaald, burijn en bruineerstaal met plaattoon op velijnpapier, schenking: Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis 1923

Los Proverbios

In 1862 verwerft de Koninklijke Academie van San Fernando in Madrid tachtig koperplaten van de ‘Desastres’ en achttien van de ‘Proverbios’. Besloten wordt om de platen af te drukken en een oplage van vijfhonderd exemplaren op de markt te brengen. Deze eerste editie van de ‘Desastres’ verschijnt in 1863 en wordt voorzien van een vergelijkbaar titelblad als dat van de ‘Proverbios’-uitgave van het jaar daarop.

De betekenis van ‘Los Proverbios’, de laatste prentreeks die Goya maakt, is niet geheel duidelijk. Aangenomen wordt dat het gaat om uitbeeldingen van spreekwoorden of fabels. De voorstellingen bevatten tal van bizarre, afschuwwekkende en angstaanjagende figuren, geesten, reuzen en vliegende wezens. De serie staat ook bekend als ‘Los Disparates’ (de dwaasheden), gebaseerd op de handgeschreven titels op enkele zeldzame proefdrukken.

Titelblad van 'Los Proverbios' (Spreekwoorden), Uitgever: Real Academia de San Fernando, 1864, lithografie, aankoop: 1935
Titelblad van 'Los Proverbios' (Spreekwoorden), Uitgever: Real Academia de San Fernando, 1864, lithografie, aankoop: 1935
Francisco Goya, Sul Simpleton Bobabilicón (Na ondeugd komt ontucht), circa 1816-1824, ets, aquatint, gravure en drogenaald, aankoop: 1935
Francisco Goya, Sul Simpleton Bobabilicón (Na ondeugd komt ontucht), circa 1816-1824, ets, aquatint, gravure en drogenaald, aankoop: 1935

La Tauromaquia

Goya’s prentreeks ‘La Tauromaquia’ bevat voorstellingen uit de geschiedenis van het stierenvechten. De kunstenaar lijkt een wat meer tegenstrijdige houding tegenover deze Spaanse traditie te hebben gehad dan vroeger is aangenomen. Hij is zowel een liefhebber als een criticus. De titel van deze prent sluit aan bij die van het voorgaande blad uit de reeks, dat een stunt van de stierenvechter Martincho in de arena van Saragossa laat zien.

Francisco Goya, Otra locura suya en la misma plaza (Een andere doldrieste daad van hem in dezelfde arena), 1816, ets, aquatint, drogenaald, bruineerstaal en burijn op papier, schenking: Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis 1923
Francisco Goya, Otra locura suya en la misma plaza (Een andere doldrieste daad van hem in dezelfde arena), 1816, ets, aquatint, drogenaald, bruineerstaal en burijn op papier, schenking: Dr. A.J. Domela Nieuwenhuis 1923

Proeven

Goya’s manier van werken vereist het maken van vele proeven, waarmee hij de veranderingen op de koperplaat kan controleren. Dit is een proefdruk van plaat 61 uit de reeks ‘Los Caprichos’. De voorstelling is al in voltooide staat, maar de gegraveerde titel ontbreekt nog, evenals het nummer. Dat de oorspronkelijke titel wordt veranderd, is tekenend voor het belang dat de kunstenaar aan titels hecht.

Blad 61 uit Caprichos. Francisco Goya, Volaverunt (Ze zijn ‘m gevlogen), 1799, ets, aquatint en drogenaald op papier, aankoop met steun van: Stichting Lucas van Leyden 1956
Blad 61 uit Caprichos. Francisco Goya, Volaverunt (Ze zijn ‘m gevlogen), 1799, ets, aquatint en drogenaald op papier, aankoop met steun van: Stichting Lucas van Leyden 1956

Tekenaar

Behalve een productieve schilder en prentkunstenaar is Goya ook een verwoed tekenaar. Hij vervaardigt acht tekenboeken, elk met een eigen karakter. Deze twee sepiatekeningen stammen uit een album dat in verband wordt gebracht met de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1808-1814) en de jaren kort daarna.

Francisco Goya, Jager schietend op vogels, circa 1808-1814, penseel in bruine inkt, bruin gewassen, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Francisco Goya, Jager schietend op vogels, circa 1808-1814, penseel in bruine inkt, bruin gewassen, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Francisco Goya, Twee vechtende vrouwen, circa 1808-1814, penseel in bruine inkt, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Francisco Goya, Twee vechtende vrouwen, circa 1808-1814, penseel in bruine inkt, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)

Vier jaar voor zijn dood emigreert Goya naar Frankrijk. Deze tekening stamt uit zijn Franse tijd. Het figuur belichaamt de waanzin van de oorlog. Terwijl het mes in de hand van de man een echo lijkt van zijn eerdere strijdbaarheid, duiden de geknielde houding en de opgeheven armen op overgave. Zijn omhoog gerichte gelaat en opengsperde mond beklemtonen de dramatiek. Onzichtbaar blijft wie de tegenstander is van deze boer.

Hoewel de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog dan al lang afgelopen is, doet de voorstelling denken aan de heftige taferelen van de ‘Desastres’. De wanhoop uitdrukkende houding van de knielende man is goed te vergelijken met de dramatische gebaren en uitdrukkingen van veel figuren uit de tien jaar oudere prentreeks.

Francisco Goya, Knielende man, circa 1824-1828, zwart krijt, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Francisco Goya, Knielende man, circa 1824-1828, zwart krijt, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)

Deze tekening van een dansende oude vrouw komt uit een album dat gemaakt wordt na de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. De nummers, titels en het zelfstandige karakter van de tekeningen uit dat album doen vermoeden dat het gaat om ontwerpen voor een nieuwe prentreeks, vergelijkbaar met de ‘Caprichos’.

In deze ontwapende tekening belicht Goya een andere kant van de menselijke emotie. Met twee castagnetten in de handen en een verzaligde uitdrukking op het gezicht, geeft een oude vrouw zich over aan het ritme van de muziek. Het blad is afkomstig uit een van de acht 'journaal-albums', waarvan de schetsen op te vatten zijn als gevisualiseerde dagboeknotities. De eigenhandige annotatie onder aan dit blad is helaas grotendeels verdwenen, maar luidde waarschijnlijk 'Contenta con su suerta': tevreden met haar lot.

Francisco Goya, Contenta con su suerta (Gelukkig met haar levenslot), circa 1810-1820, penseel in grijszwarte inkt, kaderlijn met de pen in donkergrijze inkt en kaderlijn in donkerbruine inkt, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)
Francisco Goya, Contenta con su suerta (Gelukkig met haar levenslot), circa 1810-1820, penseel in grijszwarte inkt, kaderlijn met de pen in donkergrijze inkt en kaderlijn in donkerbruine inkt, bruikleen: Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 1940 (collectie Koenigs)