Gek van surrealisme 11.02.2017 – 28.05.2017

Gek van surrealisme laat ruim driehonderd topstukken, zeldzame boeken en archivalia zien van Dalí, Ernst, Magritte, Miró en andere bekende surrealisten. Het tentoonstellingsconcept is ontwikkeld in samenwerking met de Scottish National Gallery of Modern Art in Edinburgh en de Hamburger Kunsthalle.

De werken zijn afkomstig uit de voormalige privécollecties van Roland Penrose, Edward James en Gabrielle Keiller en worden aangevuld met werken uit de verzameling van het echtpaar Ulla en Heiner Pietzsch die nog volop in ontwikkeling is. Gek van surrealisme laat niet alleen de passie en motivatie van vier Europese verzamelaars op het gebied van de surrealistische kunst zien, maar toont ook de gekte waar de surrealisten in hun werk naar op zoek zijn.

In de tentoonstelling

Niet gek óp, maar gek ván

Het surrealisme is niet zozeer een kunststroming, eerder een levenshouding. Het is een denkwijze; een manier om anders tegen het alledaagse aan te kijken. Met een andere blik kan de dagelijkse realiteit op een totaal nieuwe manier worden ervaren. Het is mede daarom dat de tentoonstelling Gek van surrealisme heet en niet Gek op surrealisme.

Niet alleen de kunstenaars zijn 'gek van surrealisme', ook de verzamelaars Penrose, James, Keiller en het echtpaar Pietzsch hebben een hechte band met de kunstbeweging. Door hun collecties naast elkaar te plaatsen wordt duidelijk hoe de verschillende verzamelaars elk op hun eigen manier door het surrealisme geïnspireerd zijn geraakt.

Surrealisme in Rotterdam

Dat deze tentoonstelling  in Rotterdam te bezichtigen is, is niet heel ‘gek’: Museum Boijmans Van Beuningen beschikt namelijk over een uitgebreide collectie surrealistische kunst. Het surrealisme vormt zelfs een van de belangrijkste collectiepijlers. Ook de centrale rol van particuliere verzamelaars in de tentoonstelling sluit goed aan bij het museum, aangezien het ooit is ontstaan vanuit het initiatief van een particuliere verzamelaar, dhr. F.J.O. Boijmans.

Oude meesters als inspiratiebron

Het museum bezit een aantal bijzondere werken van Jheronimus Bosch: zijn bizarre voorstellingen waren een inspiratiebron voor surrealisten. Detail van: Jheronimus Bosch, De hel, ca. 1515, olieverf op paneel, bruikleen Stichting Boijmans Van Beuningen 1940.

Hoogtepunten uit de collectie

Enkele topstukken die via verzamelaar Edward James in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen zijn gekomen, zijn Magritte's schilderij 'La reproduction interdite' (1937) en Dalí's 'White Aphrodisiac Telephone' (1936).

 

René Magritte, La reproduction interdite (Verboden af te beelden), 1937, olieverf op doek, aankoop 1977, c/o Pictoright Amsterdam 2017.
René Magritte, La reproduction interdite (Verboden af te beelden), 1937, olieverf op doek, aankoop 1977, c/o Pictoright Amsterdam 2017.
Salvador Dalí, White Aphrodisiac Telephone (Witte lustopwekkende telefoon), 1936, kunststof, gips, olieverf, touw, metaal en papier, aankoop 1995, c/o Pictoright Amsterdam 2017.
Salvador Dalí, White Aphrodisiac Telephone (Witte lustopwekkende telefoon), 1936, kunststof, gips, olieverf, touw, metaal en papier, aankoop 1995, c/o Pictoright Amsterdam 2017.

René Magritte (1898-1967) interesseert zich vooral voor het mysterie van het alledaagse. Het vreemde schuilt vaak in de ongewone combinatie van herkenbare elementen. De man die Magritte in 'La reproduction interdite' (1937) portretteert is de excentrieke, rijke Engelsman Edward James. Hij is een vriend van de kunstenaar en koopt verschillende werken van hem aan. Magritte baseert zich op een foto die hij heeft gemaakt van James terwijl hij naar het werk 'Op de drempel van de vrijheid' staat te kijken.

Salvador Dalí (1904-1989) creëert onder andere surrealistische objecten, door twee voorwerpen samen te voegen die normaal gesproken niets met elkaar te maken hebben. De objecten die zo ontstaan weerspiegelen volgens Dalí onderdrukte driften en -verlangens. Zo hebben kreeften en telefoons voor Dalí een sterke seksuele connotatie. Op verzoek van Edward James ontwerpt de kunstenaar in 1936 de 'White Aphrodisiac Telephone' voor in het huis van James.

Toch afgebeeld

Op deze raadselachtige foto van Edward James voor René Magritte's schilderij 'Op de drempel van de vrijheid' (1930), baseert de Belgische kunstenaar 'La reproduction interdite'. Beide schilderijen bevinden zich in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen. Edward James in front of "On the Threshold of Liberty", 1937, gelatine zilverdruk, courtesy The Metropolitan Museum of Art, c/o Pictoright Amsterdam 2017.

De hierboven genoemde werken komen uit het voormalige bezit van Edward James. Geboren in een rijke familie, erft hij in 1912, op zeer jonge leeftijd, een groot bedrag als zijn vader overlijdt. Van dit geld besluit hij om kunst te kopen en surrealistische kunstenaars te ondersteunen, waaronder René Magritte en Salvador Dalí.

James wil echter niet als verzamelaar en mecenas gezien worden, maar als dichter en iemand die actief samenwerkt met de kunstenaars. Doordat James zo dicht bij de kunstenaars staat, bouwt hij desondanks een indrukwekkende collectie op. Later verkoopt hij hiervan een aantal belangrijke meesterwerken van Dalí en Magritte, om onder andere zijn surrealistische tuin 'Las Pozas' ('De Meertjes') en zijn school West Dean College te financieren.

 

Vlakbij Xilitla, een bergstadje ten noorden van Mexico-Stad, verrijzen plant-vormige betonnen zuilen, bruggetjes, kunstwerken en spiraalvormige trappen die naar nergens naartoe leiden.
Vlakbij Xilitla, een bergstadje ten noorden van Mexico-Stad, verrijzen plant-vormige betonnen zuilen, bruggetjes, kunstwerken en spiraalvormige trappen die naar nergens naartoe leiden.
'Las Pozas' - oftewel 'De meertjes' - valt te omschrijven als een groot tuinkunstwerk in de woekerende Mexicaanse jungle. Met veertien hectare misschien wel het grootste surrealistische kunstwerk ooit.
'Las Pozas' - oftewel 'De meertjes' - valt te omschrijven als een groot tuinkunstwerk in de woekerende Mexicaanse jungle. Met veertien hectare misschien wel het grootste surrealistische kunstwerk ooit.

In 1970-1971 geeft Edward James voor de overzichtstentoonstelling Dalí maar liefst 32 werken in bruikleen aan Museum Boijmans Van Beuningen. Het goede contact tussen James en Renilde Hammacher, hoofdconservator Moderne Kunst, resulteert in een langdurig bruikleencontract in 1972. Het vormt de basis voor de spectaculaire aankopen die het museum later in 1977 en 1979 bij Edward James zal doen.

Polygoonjournaal Dalí-tentoonstelling 1970-1971


Renilde Hammacher

Het is onder leiding van Renilde Hammacher (1913-2014) dat het museum belangrijke aankopen doet uit de collectie van James. In 1963 wordt zij de eerste hoofdconservator Moderne Kunst van het museum en kiest voor een nieuwe verzamelrichting: het surrealisme. Met deze keuze zet zij Museum Boijmans Van Beuningen slim op de kaart, geen enkel ander Nederlands museum heeft zich tot dan toe op het surrealisme toegelegd.

Salvador Dalí en Renilde Hammacher tijdens de opening van Dalí in Museum Boijmans Van Beuningen, 1970. Foto door Hennie Maliangkay.
Salvador Dalí en Renilde Hammacher tijdens de opening van Dalí in Museum Boijmans Van Beuningen, 1970. Foto door Hennie Maliangkay.

Eén van haar grootste prestaties is zonder twijfel het binnenhalen van 14 topstukken uit de enorme verzameling van Edward James. Hammacher en haar man, Bram Hammacher (oud-directeur van het Kröller-Müller Museum),  bouwen een hechte vriendschap met hem op en zijn geregeld te gast op zijn landgoed West Dean in Sussex. De belangrijkste aankopen worden gedaan in 1977 en 1979: uit de verzameling van Edward James worden door het museum veertien werken van Magritte en Dalí aangekocht. Hiermee wordt de basis van de surrealismecollectie gelegd.

Renilde Hammacher over Dalí


Surrealistische thema's

In de tentoonstelling Gek van surrealisme wordt niet alleen aandacht aan de verzamelaars geschonken. Ook een aantal centrale thema's binnen het surrealisme wordt uitgelicht in de tentoonstelling. Een aantal wordt hieronder kort uitgelicht.

Visuele poëzie

Het surrealisme begint in eerste instantie als een literaire beweging. In de loop van de jaren 20 speelt de beeldende kunst echter een steeds grotere rol; net als literatuur en poëzie blijkt het gestalte te kunnen geven aan droombeelden en het onderbewuste. Schilders als Paul Delvaux (1897-1994) streven een visuele vorm van poëzie na; een vrije gedachtestroom op het doek. Hoewel Delvaux zichzelf niet tot het surrealisme rekent, is zijn werk door menigeen met deze beweging in verband gebracht. Hijzelf noemt zijn werk liever 'een poëtisch realisme': een ongeschreven gedicht, waarvan de exacte betekenis niet duidelijk is.

Paul Delvaux, Les phases de la lune III (De maanstanden III), 1942, olieverf op doek, bruikleen Stichting Boijmans Van Beuningen 1973, c/o Pictoright Amsterdam 2017.
Paul Delvaux, Les phases de la lune III (De maanstanden III), 1942, olieverf op doek, bruikleen Stichting Boijmans Van Beuningen 1973, c/o Pictoright Amsterdam 2017.
Paul Delvaux, La ville rouge (De rode stad), 1944, olieverf op doek, aankoop 1971, c/o Pictoright Amsterdam 2017.
Paul Delvaux, La ville rouge (De rode stad), 1944, olieverf op doek, aankoop 1971, c/o Pictoright Amsterdam 2017.

Een vleugje toeval...

In Les chants de Maldoror door de Comte de Lautréamont (pseudoniem Isidore Ducasse) staat een zin die de surrealisten bijzonder aanspreekt: ‘Mooi als de toevallige ontmoeting van een naaimachine en een paraplu op een ontleedtafel.’ Het vormt een inspiratiebron voor veel van hun werken, waarin het toeval en contrasterende elementen vaak centraal staan. Door toevallige elementen bij elkaar te brengen verwerpen de surrealisten de ratio. Om het toeval de uitkomst te laten bepalen, gebruiken de surrealisten allerlei technieken en spellen. Eén van die spellen is het cadavre exquis, waarbij samen een toevallige zin of een beeld wordt gecreëerd. Iedereen kan dit spelen, je hoeft er geen kunstenaar voor te zijn! Wil jij ook een surrealistische toevalszin maken? Maak je eigen zin hier.

Frottage

Max Ernst is de bedenker van een aantal surrealistische technieken, waaronder 'frottage'. Hij maakt dit soort afbeeldingen door met potlood of krijt over verschillende oppervlakken te wrijven en zo toeval een rol te laten spelen. Max Ernst, L’Évadé (De ontsnapte), Uit: Histoire naturelle, 1926, heliogravure, aankoop 1995, c/o Pictoright Amsterdam 2017.

... en een snufje automatisme

Naast het toeval, is ook het automatisme een belangrijk thema in het surrealisme. Met automatisme wordt spontaan geuit wat er in gedachten opkomt, zonder het verstand te gebruiken. Geïnspireerd door psychoanalyticus Sigmund Freud, gebruiken de surrealisten technieken om het onderbewuste aan het licht te brengen. Bijvoorbeeld automatisch schrijven, automatisch tekenen en vrij associëren. Vaak spelen dromen hierbij een rol. De surrealisten geloven dat  de creativiteit die vanuit het onderbewuste komt waardevoller is dan iets wat vanuit het verstand komt. Zowel Joan Miró als Yves Tanguy zijn bekende kunstenaars die hun werken maken door middel van (semi-)automatische technieken.

Sigmund Freud, de grondlegger van de psychoanalyse die de surrealisten geïnspireerd heeft.
Sigmund Freud, de grondlegger van de psychoanalyse die de surrealisten geïnspireerd heeft.

Het ongewone in het alledaagse

Hoewel de surrealisten vaak de werkelijkheid lijken te ondermijnen, halen zij ook inspiratie uit het alledaagse. Zoals Magritte; hij maakt gebruik van de alledaagse realiteit om ongewone situaties te scheppen. In zijn werk beeldt hij vaak realistische situaties af, maar met een vreemde draai. De titels van zijn werken maken deze nog surrealistischer: om te voorkomen dat de titel de voorstelling verklaart, wordt deze doorgaans bedacht door een bevriende kunstenaar. René Magritte, Le poison (Het gif), 1939, gouache op papier, aankoop 1977, c/o Pictoright Amsterdam 2017.

Begeerlijke objecten

In navolging van de Weense psychoanalyticus Sigmund Freud, zijn de surrealisten ervan overtuigd dat de mens van nature over allerlei (onderbewuste) verlangens beschikt. Deze - vaak erotische - driften moeten worden bevrijd. Door objecten te maken met gevonden voorwerpen volgens het principe van den toevallige ontmoeting van een naaimachine en een paraplu op een snijtafel, komen deze onderbewuste driften tot uiting. Vooral Dalí is een meester in het maken van dit soort ‘begeerlijke objecten’: kijk maar eens naar 'Objet scatologique à fonctionnement symbolique' (1931).

Salvador Dalí, Objet scatologique à fonctionnement symbolique (Scatologisch object dat symbolisch functioneert), 1931 (1973), hout, leer, kaarsvet, textiel, karton, haar, marmer, messing, lood, draad, gips, zwart-witfoto,  bruikleen Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 2001, c/o Pictoright Amsterdam 2017.
Salvador Dalí, Objet scatologique à fonctionnement symbolique (Scatologisch object dat symbolisch functioneert), 1931 (1973), hout, leer, kaarsvet, textiel, karton, haar, marmer, messing, lood, draad, gips, zwart-witfoto, bruikleen Stichting Museum Boijmans Van Beuningen 2001, c/o Pictoright Amsterdam 2017.

Over de verzamelaars

De werken die tentoongesteld worden in Gek van surrealisme hebben allemaal uit deel gemaakt uit of maken deel uit van een van de vier verzamelingen van Penrose, James, Keiller of het echtpaar Pietzsch. Het is bijzonder dat een tentoonstelling van zoveel werken geheel gevuld kan worden met vier privécollecties. De verzamelingen zijn ieder op een heel andere manier verzameld; waar de ene verzamelaar al in de bloeitijd van het surrealisme actief bij de beweging betrokken is, verzamelt de ander op een retrospectieve wijze. Dit heeft geresulteerd in vier unieke collecties. Hieronder volgt een kleine introductie op de vier verzamelaars achter deze bijzondere collecties.

Verzamelaar Roland Penrose


Roland Penrose (1900-1984)

Over zijn collectie zegt Penrose dat deze ‘zichzelf verzameld heeft’; hij is nooit van plan geweest om een collectie op te bouwen. Penrose, zelf een aspirerend kunstenaar, raakt bevriend met Max Ernst en wordt zo voorgesteld aan de andere surrealisten. In de jaren 30 erft Penrose een fortuin en besluit met dit geld projecten van bevriende kunstenaars te financieren. In 1936 is hij een van de mede-organisatoren van de Londen de International Surrealist Exhibition, waarmee het surrealisme naar Engeland wordt gehaald.

Roland Penrose met Dalí’s 'Buste de femme rétrospectif' (Retrospectieve vrouwentorso) tijdens de Surrealist Objects and Poems Exhibition in de London Gallery. Foto door Man Ray, 1937, c/o Pictoright Amsterdam 2017.
Roland Penrose met Dalí’s 'Buste de femme rétrospectif' (Retrospectieve vrouwentorso) tijdens de Surrealist Objects and Poems Exhibition in de London Gallery. Foto door Man Ray, 1937, c/o Pictoright Amsterdam 2017.

Zonder dat het de bedoeling is, begint Penrose op grote schaal surrealistische kunst te verzamelen. Zo moest een vriend van Penrose, de surrealistische dichter Paul Éluard, in 1938 zijn kunstverzameling vanwege geldgebrek noodgedwongen verkopen . Voor een schamele 1500 Britse pond koopt Penrose van hem in een keer 129 werken over. Tegen de Tweede Wereldoorlog is Penrose eigenaar van een grootse moderne kunstverzameling met vele klinkende namen. In de tentoonstelling is niet alleen de verscheidenheid en hoge kwaliteit van deze werken te zien, maar ook de wisselwerking tussen deze collectie en zijn leven als kunstenaar, mecenas, tentoonstellingsmaker en schrijver.

Verzamelaar Edward James


Edward James (1907-1984)

Zoals al eerder genoemd, wordt Edward James geboren in een welgestelde familie en erft hij op jonge leeftijd een flinke som geld. De werken die hij (met name in de jaren 30) met dit geld bijeen brengt, ziet hij nooit als een collectie. James wil niet als verzamelaar gezien worden, maar als  dichter die jonge, talentvolle kunstenaars ondersteunt. Hij is niet slechts een mecenas voor onder anderen Dalí en Magritte, maar werkt actief samen met deze kunstenaars. Zo is het op voorstel van James geweest dat Dalí de 'White Aphrodisiac Telephone' (1936) en de 'Mae West Lips Sofa' (1938) heeft gemaakt.

 

Dankzij James heeft Museum Boijmans Van Beuningen verscheidene topstukken van Dalí en Magritte kunnen verwerven. Van de opbrengst wil hij zowel zijn school West Dean College, als zijn surrealistische tuin 'Las Pozas' in Mexico bekostigen. Vanaf de jaren 80 vinden er grote veilingen plaats met werk uit James’ bezit. Het gevolg hiervan is dat zijn collectie over de hele wereld verspreid is geraakt.

Edward James met René Magritte’s 'L’avenir des statues', foto door Norman Parkinson, ca. 1937, Norman Parkinson Archive.
Edward James met René Magritte’s 'L’avenir des statues', foto door Norman Parkinson, ca. 1937, Norman Parkinson Archive.

Verzamelaar Gabriëlle Keiller


Gabriëlle Keiller (1908-1995)

Waar Penrose en James al vanaf de jaren 30 actief verzamelen, begint Keiller haar surrealistische verzameling pas vanaf de jaren 60. In 1960 ziet Keiller namelijk in Venetië de collectie van Peggy Guggenheim, waarin zich een aantal surrealistische topstukken bevinden. Ook ontmoet ze daar kunstenaar Eduardo Paolozzi, wiens werk door het dadaïsme en surrealisme is geïnspireerd. Op zijn aanraden verlegt Keiller haar focus van oude meesters en klassiek moderne kunst, naar dadaïstische en surrealistische kunst.

Gabriëlle Keiller is ook fanatiek golfer en wordt in 1948 kampioen op het Ladies' Open Championship, Genève 1948, Scottish National Gallery of Modern Art.
Gabriëlle Keiller is ook fanatiek golfer en wordt in 1948 kampioen op het Ladies' Open Championship, Genève 1948, Scottish National Gallery of Modern Art.

Keiller is vooral geïnteresseerd in de meer besloten, documentaire kant van de beweging. Ze heeft een indrukwekkende bibliotheek van kunstenaarsboeken, tijdschriften, manuscripten en catalogi opgebouwd. Hoewel haar collectie misschien klein te noemen valt (zowel in aantallen werken, als in het formaat van de meeste werken), blinkt deze uit wat betreft samenstelling en kwaliteit.

Ulla en Heiner Pietzsch


Ulla en Heiner Pietzsch

De collectie van het Duitse echtpaar Ulla en Heiner Pietzsch is daarentegen veel omvangrijker. Het naoorlogse Duitsland had geen echte verzameltraditie van surrealisme; veel moderne kunstwerken waren in beslag genomen of ‘ontaard’ verklaard. Met de wederopbouw van de collecties van instellingen, lag het accent vaak op andere moderne kunst dan het surrealisme. Het is daarom extra bijzonder dat Ulla Pietzsch hierin geïnteresseerd raakt, dankzij haar fascinatie voor het werk van Sigmund Freud. Ook Heiner Pietzsch loopt uiteindelijk warm voor het surrealisme.

Een huis als een museum

Ulla en Heiner Pietzsch in hun woonhuis in Berlijn, 2016. Op de achtergrond zijn twee werken van Miró uit hun eigen collectie te zien: Peinture, 1925 en Peinture, 1926.

Rondom Gek van surrealisme

Naast de tentoonstelling, die is samengesteld uit de (voormalige) collecties van bovengenoemde verzamelaars, is er nog een tentoonstelling te bezichtigen. Museum Boijmans Van Beuningen beschikt namelijk over meer surrealistische werken dan de werken uit de collectie van Edward James. Deze werken zijn te zien in de presentatie Collectie - surrealisme. Daarnaast komt er in de zomer van 2017 een rijk geïllustreerde bestandscatalogus surrealisme uit, met essays van Saskia van Kampen-Prein, Sandra Kisters en Laurens Vancrevel en entries van onder anderen Bert Jansen en Marijke Peyser.

Rondom Gek van surrealisme

Destino - Walt Disney & Salvador Dalí

Dat wij tegenwoordig niet meer zo opkijken van een bank in de vorm van lippen - de Mae West Lips Sofa werd in de jaren 30 als zeer choquerend ervaren - betekent niet dat het surrealisme uit ons leven verdwenen is. Juist meer dan ooit is onze alledaagse wereld doordrongen van surrealistische beelden. Denk maar eens aan reclames, films, mode en videoclips, waarin gebruik wordt gemaakt van de beeldtaal van het surrealisme. Door het gebruik van nieuwe digitale technieken is het nog gemakkelijker om vervreemdende beelden neer te zetten. Kijk maar eens naar deze samenwerking van Salvador Dalí en Walt Disney. Hoewel maar vijftien seconden in 1946 daadwerkelijk door Dalí zijn gemaakt, heeft Disney in 2003 het project afgemaakt op basis van de oorspronkelijke ideeën en originele schetsen van Dalí.