Expressionisme

Het expressionisme is op een bepaalde manier een omkering van het impressionisme: in plaats van een impressie vast te leggen van de zichtbare wereld, legt de expressionistische kunstenaar zijn persoonlijke visie bloot.

Het begrip ‘expressionisme’ is eigenlijk een verzamelbegrip. Verschillende kunstenaars en kunstenaarsgroepen die rond 1905 in diverse Europese landen actief zijn kunnen expressionistisch genoemd worden, bijvoorbeeld Die Brücke en Der Blaue Reiter. De kunstenaars geven met kleuren en lijnen uitdrukking aan hun innerlijke belevingswereld en geven daarmee hun eigen kijk op de werkelijkheid. Verwant aan het expressionisme is het fauvisme. Museum Boijmans Van Beuningen heeft een in zijn collectie kunstwerken van een aantal belangrijke expressionisten. Een voorloper van het expressionisme is Vincent van Gogh.

Vincent van Gogh

Met zijn confronterende directheid, heftige toets en felle kleuren liggen de wortels van het expressionisme in het werk van Vincent van Gogh. Het schilderij ‘De populierenlaan in Nuenen’ noemt hij zelf 'Symfonie in geel'. Het markeert de overgang van zijn donkere Nederlandse oeuvre naar het lichtere en later felgekleurde expressionistische werk uit zijn Franse tijd. Van Gogh verblijft in 1885 bij zijn ouders in Nuenen. Zijn vader is er dominee. Kerk en pastorie zijn in de verte te zien. Het werk is al voltooid als Van Gogh kennismaakt met het impressionisme. Beïnvloed door de veel lichtere toets en vrolijke kleuren besluit hij zijn werk met lichte verfstrepen te overschilderen.

Brief aan Theo

In een brief aan zijn broer Theo beschrijft hij het in detail: ‘Het ene landschap dat ik medeneem, dat met die gele blaren, ik geloof dat het u ook zou bevallen. De horizon is een donkere streep tegen een lichte streep lucht van wit en bauw. In die donkere streep vlekjes rood, blauwachtig en groen of bruin, het silhouet der daken en boomgaarden vormende, het veld groenachtig. De lucht hogerop grijs, waartegen de zwarte stammetjes en gele blaren. Voorgrond geheel met afgevallen gele blaren bedekt, waarin twee zwarte en een blauw figuurtje. Rechts een berkenstam wit en zwart, en een groene stam met roodbruine blaren.’

Van Gogh behoort tot de voorlopers van het expressionisme. Een belangrijke overeenkomst met de latere expressionisten is het kleurgebruik dat hij beschrijft in zijn brief en de manier van schilderen. Het grootste verschil tussen Van Gogh en de expressionisten is het perspectief. In de schilderijen van Van Gogh is dit nog duidelijk te zien, met ruimte en lucht. De kunst van de expressionisten is echter plat en steeds meer figuratief.

Edvard Munch

Edvard Munch is een pionier van het expressionisme, maar ook een representant van het symbolisme aan het eind van de 19de eeuw.

Twee meisjes uit het Noorse vissersdorp Aåsgardstrand hebben in 1905 model gestaan voor dit dubbelportret. Munch bezit daar een huisje en schildert de mensen uit de omgeving. De meisjes staan wat stijfjes bij een bloeiend appelboompje dat de onschuld van de jeugd symboliseert. Ze zijn geschilderd met losse, snelle penseelstreken en tamelijk dunne verf. Dit schilderij is het enige doek van Munch in een Nederlands museum.

Edvard Munch, Twee meisjes bij een appelboom, 1905, olieverf op doek, aankoop 1957
Edvard Munch, Twee meisjes bij een appelboom, 1905, olieverf op doek, aankoop 1957

De keuze van de conservator: Edvard Munch

Oud-sectorhoofd collectie en onderzoek Jonieke van Es vertelt over haar fascinatie voor het schilderij ‘Twee meisjes bij een appelboom’ van de Noorse schilder Edvard Munch dat in 1957 wordt aangekocht voor de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen door directeur J.C. Ebbinge Wubben.

Vasili Kandinsky

Vasili Vasileevich Kandinsky richt met kunstenaars als Franz Marc, August Macke en Alexej Jawlensky de kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter op, die ook een gelijknamig tijdschrift uitgeeft. De groep zal een belangrijke stempel drukken op de ontwikkeling van het Duitse expressionisme en de internationale avant-garde. Hun artistieke opvattingen zijn onlosmakelijk verbonden met levensbeschouwelijke opvattingen gerelateerd aan een theosofisch wereldbeeld, geïnspireerd op de invloedrijke ideoloog Rudolf Steiner. Het springende paard in het werk ‘Lyrisches’, dat Kandinsky met enkele lijnen en kleurvlakken schildert, dateert uit 1911.

Vasili Kandinksy, Lyrisches, 1911, olieverf op doek, legaat: mevr. M. Tak van Poortvliet 1936
Vasili Kandinksy, Lyrisches, 1911, olieverf op doek, legaat: mevr. M. Tak van Poortvliet 1936
Vasili Kandinsky, Grote studie, 1914, olieverf op doek, aankoop 1964
Vasili Kandinsky, Grote studie, 1914, olieverf op doek, aankoop 1964

Kandinsky wil intellect en emotie samenvoegen met vorm, lijn en kleur, en deze synthese tegelijkertijd bevrijden van elke objectief beschrijvende rol. Hij wordt daarmee de grondlegger van de abstracte kunst. ‘Lyrisches’ is in dit opzicht een belangrijk overgangswerk: paard en ruiter zijn nog net herkenbaar, maar de lijnen en kleurvlakken fungeren ook al als op zichzelf staande elementen. In zijn latere werk gaat hij over op een volledig vrije, abstracte vormentaal.
‘Grote studie’ is een kenmerkend voorbeeld van zijn vroegere abstracte werk. Het is een luchtige werveling van kleuren, lijnen en vormen. Het expressieve handschrift is typerend voor Kandinsky's vroege abstracte werken. In later jaren gaat hij meer met geometrische vormen werken.

Franz Marc

De Duitse expressionist Franz Marc heeft een bijna religieuze eerbied voor de natuur. Een dier is voor hem een onschuldig en puur wezen. In dit schilderij versmelten dier en landschap. De diagonale en ronde lijnen die tegen elkaar ingaan, vormen een ritmisch patroon.

Franz Marc, Het schaap, 1913-1914, olieverf op doek, legaat: M. Tak van Poortvliet 1936
Franz Marc, Het schaap, 1913-1914, olieverf op doek, legaat: M. Tak van Poortvliet 1936

Als lid van de kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter (1911-1914) deelt Marc de ideeën van Kandinsky over de zuivere kleur en lijn, los van een voorstelling. Hij maakt echter geen abstracties. Wel is bij hem de voorstelling ondergeschikt aan het spel van kleuren, vlakken en lijnen.

Oskar Kokoschka

Na de Eerste Wereldoorlog, waarin Oskar Kokoschka als Oostenrijkse soldaat ernstig gewond is geraakt, krijgt hij internationale bekendheid als kunstenaar. Ondanks het expressionistische karakter van zijn werken, is Kokoschka niet verbonden aan de moderne kunstbewegingen van zijn tijd.

Oskar Kokoschka, Dubbelportret van Hans Mardersteig en Carl Georg Heise, 1919, olieverf op doek, aankoop: Fonds W. van Rede 1956
Oskar Kokoschka, Dubbelportret van Hans Mardersteig en Carl Georg Heise, 1919, olieverf op doek, aankoop: Fonds W. van Rede 1956

Met kleur en grove penseelstreken heeft Kokoschka deze twee vrienden niet zozeer willen naschilderen, hij beoogt juist de karakters van twee vrienden uit te drukken. Links is de introverte Mandersteig (jurist) in een dromerig blauw gezet, gele accenten symboliseren zijn innerlijke gloed. De extraverte Heisse (kunsthistoricus) is met bezige handen in een beweeglijk groen geschilderd. De afzonderlijke portretten zijn in een grote lijst samengebracht. Oskar Kokoschka wil dat zijn modellen gewoon doen waar ze mee bezig zijn. Bewegende modellen dus. Zijn twee vrienden zitten hier een potje te kaarten. Hij vindt het belangrijk dat de psyche van zijn model in het schilderij tot uitdrukking komt. Dat zijn model vijf vingers, twee oren en een neus heeft, vindt hij minder relevant; hij tracht de ziel van de geportretteerde in een beeld te vangen.

Bregje van der Laar in gesprek met… Oskar Kokoschka

Bregje van der Laar, de bekende gids uit de serie Boijmans TV, is een groot fan van Oskar Kokoschka. Ter gelegenheid van de tentoonstelling in haar museum, brengt Bregje de Oostenrijkse kunstenaar weer tot leven. Dat doet zij in een intiem gesprek, waarvoor opnamen van de Duitse televisie uit 1966 de basis vormen.