De verzamelaars - de grondleggers van het museum

De enorme diversiteit aan kunstwerken in Museum Boijmans Van Beuningen is tot stand gekomen dankzij giften van uiteenlopende verzamelaars.

Het begint bij Frans Jacob Otto Boijmans en ook daarna zijn particuliere schenkers van onmiskenbare waarde geweest voor het museum. De bijdrage van Daniël George van Beuningen is zo belangrijk voor de collectie dat in 1958 zijn naam naast Boijmans komt te staan. Zo’n 1650 verzamelaars hebben inmiddels bijgedragen aan de collectie, hieronder worden enkele belangrijke contributies toegelicht.

F.J.O. Boijmans (1767-1847)

Frans Jacob Otto Boijmans is de grondlegger en eerste naamgever van het museum. Zijn privécollectie bestaat aanvankelijk vooral uit schilderkunst van 17de-eeuwse Hollandse meesters. Wanneer hij in financiële problemen komt, probeert hij zijn verzameling te verkopen aan het Koninklijk Museum (nu het Rijksmuseum), zonder succes.

Als Boijmans financieel hersteld is, verzamelt hij gepassioneerd verder. Zijn collectie 17de-eeuwse Hollandse meesters breidt hij uit met schilderijen van oude meesters en tijdgenoten maar ook met tekeningen, prenten en porselein. Op 16 juni 1847 schenkt hij zijn verzameling aan de Gemeente Rotterdam met de bedoeling een museum te stichten. Acht dagen later overlijdt de verzamelaar. In zijn testament geeft Boijmans aan dat hij genoemd wil worden als stichter van het museum. Twee jaar later opent in het Schielandshuis het museum ‘gesticht door Mr. F.J.O. Boymans’ voor publiek.

Van Boijmans’ collectie zijn nog maar 127 van de oorspronkelijk 1200 schilderijen in het bezit van Museum Boijmans Van Beuningen. Een deel is al na de eerste inventarisering door A. en A.J. Lamme van de hand gedaan vanwege gebrek aan kwaliteit. Een ander deel ging verloren tijdens een verwoestende brand in het Schielandshuis in 1864. Enkele hoogtepunten uit deze collectie die behouden zijn, zijn het anonieme ‘Johannes, het Evangelie schrijvend’, het zelfportret van Carel Fabritius en ‘Het Sint Nicolaasfeest’ van Jan Steen.

Hendricus Johan Antonius Baur, Portret van Arnoudina Elisabeth van Westreenen, echtgenote van mr. Frans Jacob Otto Boijmans, 1788, pastelkrijt, aankoop 1910
Hendricus Johan Antonius Baur, Portret van Arnoudina Elisabeth van Westreenen, echtgenote van mr. Frans Jacob Otto Boijmans, 1788, pastelkrijt, aankoop 1910
Hendricus Johan Antonius Baur, Portret van de stichter van het museum, Frans Boijmans, 1788, pastelkrijt, aankoop 1910
Hendricus Johan Antonius Baur, Portret van de stichter van het museum, Frans Boijmans, 1788, pastelkrijt, aankoop 1910

Een selectie uit de verzameling van F.J.O. Boijmans

E. van Rijckevorsel (1845-1928)

Elie van Rijckevorsel is een natuurkundige, wereldreiziger en verzamelaar. Aanvankelijk schenkt hij in 1910 en 1935 zijn glas- en porseleincollectie anoniem aan Museum Boymans. Door de grote brand in het Schielandshuis is de complete collectie kunstnijverheid verloren gegaan in 1864. Met Van Rijckevorsels giften kan deze deelcollectie heropgebouwd worden. Dat de mysterieuze mecenas Van Rijckevorsel is, wordt pas openbaar als hij na zijn dood in 1928 het museum opnieuw een omvangrijke verzameling glaswerk en Delfts en Oosters porselein nalaat.
Zijn verzameling etnografica schenkt hij aan de Gemeente Rotterdam voor de oprichting van het nieuwe Museum voor Land- en Volkenkunde (nu het Wereldmuseum). Hij richt ook de Erasmusstichting op ter bevordering van wetenschap, kunst en onderwijs. Vandaag de dag speelt deze stichting een belangrijke stimulerende rol in het culturele leven van Rotterdam.

A.J. Domela Nieuwenhuis (1850-1935)

Adrianus Jacobus Domela Nieuwenhuis wil met zijn prentencollectie een overzicht samenstellen van de ontwikkelingen in de Europese kunst vanaf de vroege renaissance. Zijn interesse gaat voornamelijk uit naar grafiek, maar ook naar tekeningen, beeldhouwkunst en kunstnijverheid.

Domela Nieuwenhuis woont in Duitsland en is in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog genoodzaakt zijn verzameling van de hand te doen. Dirk Hannema, directeur van Museum Boymans in de periode 1921-1945, verwerft zijn collectie. Als vergoeding betaalt het museum hem jaargeld, regelt onderdak voor hem en zijn vrouw, alle kosten voor de verhuizing naar Rotterdam worden betaald en Domela Nieuwenhuis krijgt bovendien een vaste werkplek in het museumgebouw. Voor de collectie prenten wordt een speciaal prentenkabinet ingericht.

Een selectie uit de verzameling van A.J. Domela Nieuwenhuis

J.P. van der Schilden (1851-1925)

Johannes Pieter van der Schilden is opgeleid tot meubelmaker en start een bedrijf dat is gespecialiseerd in neostijlen. Daarnaast is hij een veelzijdig verzamelaar. Zijn aankopen variëren van oude meesters tot eigentijdse kunstenaars en allerlei vormen van kunstnijverheid. Een speciale voorkeur genieten de kunstenaars van de Haagse School en zijn verzameling zilver.

Al vroeg is hij betrokken bij Museum Boymans. Hij is lid van de ‘Commissie voor het Museum Boymans’, waarvoor hij ook werkzaam is als penningmeester. Regelmatig geeft Van der Schilden werken in bruikleen aan het museum en af en toe doet hij een schenking. In 1921 schenkt hij ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag bijvoorbeeld zijn verzamelingen Delfts, Chinees en Japans aardewerk. In zijn testament benoemt hij de Gemeente Rotterdam tot zijn enige erfgenaam ‘ten behoeve van Het Museum Boymans’.

J.C.J. Bierens de Haan (1867-1951)

Johan Catharinus Justus Bierens de Haan is chirurg en wordt door het Nederlandse Rode Kruis uitgezonden naar zwaar getroffen oorlogsgebieden. In zijn vrije tijd reist hij onder meer door Rusland, Iran, Afghanistan, China, Japan en Turkije.

Thuis begint hij met het aanleggen van een verzameling prenten. Wanneer hij niet meer werkzaam is als arts staat zijn leven volledig in het teken van zijn verzameling en ontwikkelt hij zich tot een gewaardeerd expert op het gebied van prenten. Zijn collectie laat hij na zijn dood na aan Museum Boymans. Hij legateert ook een geldbedrag waarvan de jaarlijkse rente bestemd is voor de uitbreiding van de verzameling prenten. Dit fonds draagt de naam Stichting Lucas van Leyden.

Een selectie uit de verzameling van J.C.J. Bierens de Haan

W. van der Vorm (1873-1957)

De succesvolle Rotterdamse zakenman Willem van der Vorm verzamelt breed en veel. Zijn eerste aankopen zijn vooral kunst van de school van Barbizon en de Haagse school, maar na verloop van tijd koopt hij ook schilderijen aan van oude Hollandse en Vlaamse meesters en de Franse impressionisten.

Directeur D. Hannema stelt aan Van der Vorm voor om met zijn financiële steun verschillende topstukken te verwerven voor het museum. Enkele aanwinsten zijn ‘De Emmaüsgangers’ van Han van Meegeren (aanvankelijk wordt aangenomen dat het schilderij door Johannes Vermeer is geschilderd), ‘Een schimmel in een landschap’ van Albert Cuyp en Rembrandt’s ‘Man met de rode muts’.

In 1939 is Van der Vorm nauw betrokken bij de oprichting van de Stichting Museum Boymans: een particulier initiatief dat ervoor zorgt dat verzamelaars hun werken ook aan de stichting kunnen schenken en niet aan de Gemeente Rotterdam. Zijn eigen collectie brengt hij onder in Stichting Willem van der Vorm.

Het woonhuis van Van der Vorm is publiek toegankelijk. Hier stelt hij zijn collectie tentoon. ‘Portret van Aletta Adriaensdr.’ Van Rembrandt en ‘De waterval van de Mahoura Cauterets’ van Charles-François Daubigny zijn enkele topstukken die hier te zien zijn. Als het pand in 1972 moet wijken voor de aanleg van een metrolijn wordt de collectie als langdurig bruikleen overgebracht naar Museum Boymans. Daar is deze sindsdien permanent en in zijn geheel te zien.

Karel van Veen, Portret van Willem van der Vorm, 1944, olieverf op paneel, bruikleen: Stichting Willem van der Vorm 1972
Karel van Veen, Portret van Willem van der Vorm, 1944, olieverf op paneel, bruikleen: Stichting Willem van der Vorm 1972
Frédérique Boumeester-van der Vorm, Buste van Willem van der Vorm, 1996, brons, bruikleen: Stichting Willem van der Vorm 1996
Frédérique Boumeester-van der Vorm, Buste van Willem van der Vorm, 1996, brons, bruikleen: Stichting Willem van der Vorm 1996

Een selectie uit de verzameling van W. van der Vorm

D.G. van Beuningen (1877-1955)

Daniël George van Beuningen is de tweede naamgever van Museum Boijmans Van Beuningen. Zijn huis hangt vol met zijn geliefde kunstwerken en hij gaat daar op een alledaagse manier mee om. Elk stukje muur is gevuld met kunst. Pieter Bruegels Toren van Babel’ hangt boven een komfoor waar hij volgens zijn kleindochter regelmatig eieren en spek bakt.

 

De woonkamer in Van Beuningens huis in Vierhouten, 1958, foto: A. Frequin
De woonkamer in Van Beuningens huis in Vierhouten, 1958, foto: A. Frequin

Van Beuningen wordt bij zijn kunstaankopen geadviseerd door Museum Boymans-directeur Dirk Hannema en kunsthandelaar Jacques Goudstikker. Hij heeft een brede smaak en koopt net zo lief een schilderij van Titiaan als een landschap van Claude Monet. Zijn grote liefde is de vroege Nederlandse schilderkunst. De kroon op zijn verzameling vormt de ‘Drie Maria’s aan het Graf’ van Jan van Eyck, dat hij in 1940 voor een fortuin los krijgt uit een Engelse verzameling. Vijf dagen voor het bombardement wordt het werk in een privévliegtuig naar Rotterdam gevlogen.

Tijdens zijn leven schenkt Van Beuningen talloze werken aan het museum, waaronder de beroemde Achilles-serie van Peter Paul Rubens. Op 19 mei 1955 overlijdt Van Beuningen. Drie jaar later wordt het overgrote deel van zijn collectie voor het museum aangekocht door de Gemeente Rotterdam. Bij die gelegenheid wordt zijn naam toegevoegd aan die van het museum.

 

Het interieur van Van Beuningen's huis in Vierhouten, 1958, foto: A. Frequin
Het interieur van Van Beuningen's huis in Vierhouten, 1958, foto: A. Frequin
D.G. van Beuningen bij de 'Toren van Babel', tijdens een tentoonstelling van zijn collectie in Parijs, 1952, foto uit de 'Paris Match'
D.G. van Beuningen bij de 'Toren van Babel', tijdens een tentoonstelling van zijn collectie in Parijs, 1952, foto uit de 'Paris Match'

Een selectie uit de verzameling van D.G. van Beuningen

W. van Rede (1880-1953)

Willem van Rede laat geen ontzagwekkende collectie kunst aan het museum na, maar zorgt met zijn nagelaten kapitaal wel voor de oprichting van het Fonds Willem van Rede. Uit dit fonds worden tot op de dag van vandaag belangrijke aankopen van buitenlandse moderne kunst gedaan. Hoewel Van Rede aangeeft dat het geld hoofdzakelijk aan hedendaagse Franse kunst besteed moet worden, hebben de verschillende commissies van waarnemers deze instructie ruim geïnterpreteerd. Ook werken als ’Dubbelportret’ van Oskar Kokoschka en ‘Le Couple’ van Pablo Picasso zijn dankzij Fonds Willem van Rede aan de collectie toegevoegd.

Een selectie uit de verwervingen van het Fonds Willem van Rede

F.W. Koenigs (1881-1941)

Franz Wilhelm Koenigs heeft met zijn tekeningencollectie een soortgelijk doel voor ogen als Bierens de Haan met zijn prentenverzameling: hij streeft ernaar om een overzicht te vormen van de ontwikkeling van de tekenkunst in Europa. Zijn verzameling is van hoge kwaliteit en bevat werk van vrijwel alle grote meesters uit alle scholen van de late middeleeuwen tot en met de Franse impressionisten.

De uit Keulen afkomstige protestants-christelijke zakenman Koenigs vestigt zich in 1922 in Haarlem. Vanaf dat moment wordt het aankopen van tekeningen een ware passie. In de jaren twintig brengt hij een collectie van meer dan tweeduizend tekeningen bijeen. Daarnaast verzamelt hij ook schilderijen, maar op minder grote schaal. In 1935 geeft hij zijn tekeningenverzameling – waaronder losse tekeningen, verzamelaarsalbums en verluchte incunabelen – alsmede een aantal schilderijen in langdurig bruikleen aan Museum Boijmans.

Vier jaar later blijkt dat Koenigs deze collectie als zekerstelling voor een aanzienlijke geldlening heeft gegeven aan een Amsterdamse bankinstelling. In april 1940 koopt D.G. van Beuningen de hele collectie en schenkt het grootste deel aan de Stichting Museum Boymans. Koenigs is dermate verheugd dat zijn verzameling zo bijeen blijft in Rotterdam dat hij ter completering nog twee tekeningen van Vittore Carpaccio schenkt.

Van Beuningen zag zich genoodzaakt een vijfde van de tekeningen aan de Duitse bezetter te verkopen, waardoor het museum zo’n vijfhonderd bladen kwijtraakte. Daarvan zijn na afloop van de oorlog 177 tekeningen gerecupereerd en als rijksbruikleen met de Collectie Koenigs in Museum Boijmans Van Beuningen herenigd. In het Pushkin Museum in Moskou bevinden zich nog 308 vermiste tekeningen die worden opgeëist door Nederland. Voor meer informatie zie ‘de Collectie Koenigs’.

 

Een selectie uit de verzameling van F.W. Koenigs

J.W. Frederiks (1889-1962)

Johan Willem Frederiks werkt voor het ministerie van Landbouw, Nijverheid en Handel en is in zijn vrije tijd gepassioneerd verzamelaar van oude kunstnijverheid, van de middeleeuwen tot de 18de eeuw. Later breidt hij zijn verzameling uit met bronzen uit de renaissance en schilderijen uit de 15de en 16de eeuw. Net als Bierens de Haan heeft Frederiks zich naast zijn dagelijkse werkzaamheden ontwikkeld tot expert binnen zijn verzamelgebied.
Frederiks publiceert over zijn collectie en leent zijn stukken uit voor tentoonstellingen. Wanneer hij delen van zijn collectie aan musea verkoopt, profiteert ook Museum Boymans hiervan, bijvoorbeeld met de aankoop van zijn collectie siertin. Na zijn overlijden geeft zijn dochter belangrijke collectieonderdelen in bruikleen aan het museum, later wordt dit omgezet in een schenking.

J.S.C. Schoufour (1927-2014)

Jacques Simon Cornelis Schoufours interesse in houten beelden stamt uit zijn jeugd. Als kind heeft hij al grote belangstelling voor hout en probeert hij daar met een mes figuurtjes uit te snijden. Pas jaren later ontstaat zijn interesse in houten beelden uit de middeleeuwen. Sinds de jaren 1970 heeft hij met zijn echtgenote op dit gebied een prachtige verzameling bijeen gebracht. De collectie bestaat uiteindelijk uit ruim zestig stukken.
Beeldhouwkunst uit de laatgotische tijd, van 1350 tot 1550, heeft de voorkeur van Schoufour. Oorspronkelijk zijn deze beelden bijna altijd voorzien van polychromie: beschildering en vergulding, vaak in felle kleuren. Juist de gepolychromeerde beelden verzamelt Schoufour het liefst. Schoufour en zijn echtgenote spreken af de collectie aan Museum Boijmans Van Beuningen te schenken. Daar bevindt zich dan al een kleine, maar mooie collectie middeleeuwse hout- en steensculptuur.

H. Nefkens (1954)

Han Nefkens besluit in 1999 te investeren in hedendaagse kunst. Hij start een verzameling die hij als langdurig bruikleen onderbrengt bij verschillende musea en richt een aantal stichtingen op onder de titel H+F, een verwijzing naar zijn eigen voornaam en die van zijn levenspartner Felipe. Het H+F Mecenaat bestaat tussen 2005 en 2010 en is een samenwerking tussen Nefkens en Museum Boijmans Van Beuningen. Het doel van de samenwerking is om op een internationaal niveau de totstandkoming van hedendaagse kunst te bevorderen door kunstenaars te stimuleren en hun werk te presenteren aan een nieuw publiek.

Door vele handen gedragen

Nog altijd vormen particuliere mecenassen en verzamelaars een stevig fundament onder de collectievorming en activiteiten van het museum. Dankzij de steun van particulieren, bedrijven, fondsen en de overheid kan Museum Boijmans Van Beuningen onder andere vernieuwende tentoonstellingen, baanbrekend kunsthistorisch onderzoek, noodzakelijke restauraties en leerzame educatieve projecten realiseren. Een recent bijdrage is het bijzondere schilderij ‘Abundantia’ dat in 2011 door de Ger Eenens Collectie in bruikleen is gegeven. Daarnaast zijn enkele belangrijke recent verworven werken ‘David met het hoofd van Goliath’ van Guercino, in bruikleen gegeven door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier  en ‘Le miroir vivant’ van René Magritte, een aankoop die mogelijk is gemaakt door bijdragen van vele partijen.

Meer informatie over de mogelijkheden om het museum te steunen of het schenken van kunst vindt u op de website van Museum Boijmans van Beuningen.

Lees meer over de verzamelaars in de publicatie ‘150 jaar Museum Boijmans Van Beuningen Rotterdam. Een reeks beeldbepalende verzamelaars’.